Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Het misbruik van regels inzake gegevensbescherming in de Europese Unie
Correspondentie
Zaak 713/98/(IJH)GG - Geopend op Donderdag | 30 juli 1998 - Besluit over Dinsdag | 11 december 2001
De Europese Ombudsman is bezorgd dat de regels inzake gegevensbescherming, vooral Verordening 45/2001, afgewend worden van hun werkelijk doel, namelijk het garanderen van respect van het individueel recht op privacy, zoals bepaald in artikel 8.1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens : "Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé-leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie".
In plaats daarvan worden die regels gebruikt om het principe van openheid in publieke activiteiten te ondermijnen.
Hieronder zijn vier voorbeelden van hoe regels inzake gegevensbescherming werden ingeroepen om openheid te ondermijnen. De eerste twee betreffen besluiten om informatie te publiceren. De andere twee betreffen het recht op toegang tot documenten.
1 Het register van parlementaire assistenten
Het Europees Parlement besloot om een register te publiceren dat de namen bevat van assistenten van Euro-parlementsleden die betaald worden uit Gemeenschapsgelden. Deze bijdrage aan openheid werd in vraag gesteld met het argument dat gegevensbescherming assistenten het recht geeft anoniem te blijven hoewel ze betaald worden met het geld van de Europese belastingbetalers.
De verantwoordelijke Commissie van het Europees Parlement is nog bezig met deze zaak te onderzoeken.
2 Vergelijkende onderzoeken tot aanwerving
De Europese Ombudsman deed een ontwerpaanbeveling aan het Europees Parlement dat het in toekomstige vergelijkende onderzoeken kandidaten dient te informeren dat de namen van succesvolle kandidaten publiek zullen gemaakt worden.
Het Europees Parlement verwierp het voorstel met het argument dat Verordening 45/2001 succesvolle kandidaten het recht geeft om anoniem te blijven.
Indien bevestigd zou dit een grote stap terug betekenen vergeleken met de huidige situatie. De Europese Commissie besloot in 1997 dat het, in het belang van openheid, de namen van succesvolle kandidaten zou publiceren.
3 Commerciële invloeden in de artikel 226 procedure
De Europese Commissie verwijst naar gegevensbescherming als een reden om het hoofd te bieden aan een resolutie van het Europees Parlement betreffende de weigering van de Commissie om informatie te verstrekken over wie een onderzoek op grond van artikel 226 beïnvloedde.
De Commissie stelde een onderzoek in naar een klacht betreffende een wet in het VK, maar sloot dan de zaak. De klager wil te weten komen wie suggesties over de zaak aan de Commissie deed en tevens de namen kennen van de vertegenwoordigers van zijn commerciële mededingers die een door de Commissie georganiseerde vergadering bijwoonden. Hij vermoedt de deelname van personen die in het VK met corruptie verbonden zijn.
De Commissie houdt vast dat gegevensbescherming vereist dat ze de namen van de personen in kwestie geheim houdt, tenzij deze personen instemmen dat hun identiteit bekend wordt gemaakt.
De Commissie zou kunnen geargumenteerd hebben dat het openbaar belang in de doeltreffendheid van de artikel 226 procedure rechtvaardigt om geheimhouding te beloven aan personen die informatie verstrekken gedurende een onderzoek en dat dergelijke beloftes, eens gedaan, gerespecteerd dienen te worden. De jurisprudentie van het Hof van justitie zou beide argumenten ondersteunen. In de plaats daarvan blijkt de Commissie de klacht te hebben gebruikt als een testgeval voor gegevensbescherming als een nieuw instrument voor geheime besluitvorming.
4 Externe activiteiten van Commissieambtenaren
Een krant deed overeenkomstig Verordening 1049/2001 een verzoek tot toegang tot een register van goedkeuringen voor externe activiteiten van Commissieambtenaren.
De Commissie verstrekte het register, maar wiste al de namen van de betrokken ambtenaren uit, op grond dat de Verordening gegevensbescherming 45/2001 hen het recht geeft anoniem te blijven.
Geen grondrecht om anoniem deel te nemen aan publieke activiteiten
Deze voorbeelden van misbruik van gegevensbescherming blijken gebaseerd te zijn op het idee dat er een grondrecht bestaat om anoniem aan publieke activiteiten deel te nemen.
Artikel 8 van het EVRM voorziet niet in een dergelijk recht. Bovendien zou een dergelijk recht in strijd zijn met het principe van openheid en de publieke toegang tot documenten, want het geheimhouden van de identiteit van zij die deelnemen aan publieke activiteiten zou de burger de mogelijkheid ontnemen om deze activiteiten te verstaan en efficiënt door te lichten.
Internationale ervaring toont ook aan dat openheid één van de beste verdedigingen is tegen corruptie.
IJH
25 september 2002