# Besluit in zaak 969/2017/LM over het verzuim van de Europese Commissie om binnen de wettelijke termijn een verslag op te stellen over de naleving door de lidstaten van Richtlijn 2010/64/EU betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 2018-03-23T00:00+01:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/nl/91729)
---
> De zaak betrof het verzuim van de Europese Commissie om bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in te dienen waarin werd beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om Richtlijn 2010/64/EU om te zetten[***\[1\].***](#_ftn1){#_ftnref1}
> *De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat de Commissie niet had voldaan aan haar verplichting om het verslag in te dienen binnen de wettelijke termijn van twaalf maanden na de voor de lidstaten vastgestelde omzettingstermijn. Ten tijde van de afsluiting van dit onderzoek heeft de Commissie het vereiste verslag nog niet ingediend.
> In de loop van het onderzoek heeft de Commissie verklaard dat de in de richtlijn vastgestelde termijn van twaalf maanden haar niet voldoende tijd gaf om het soort uitvoerig verslag op te stellen dat zij wenste in te dienen. Hoewel de Ombudsman erkent dat dit waarschijnlijk het geval was, wijst zij erop dat het de Commissie altijd vrij stond om binnen de termijn van twaalf maanden een tussentijds verslag op te stellen en later een uitgebreider verslag op te stellen. De Ombudsman concludeert echter dat de Commissie haar wettelijke verplichting niet opzettelijk heeft geschonden en dat verder onderzoek niet gerechtvaardigd is.
> De Ombudsman merkt op dat de Commissie nu vastbesloten is het verslag "uiterlijk begin 2018" in te dienen en vertrouwt erop dat de Commissie dit onverwijld zal doen.*
>
Achtergrond van de klacht
-------------------------
**1.**Richtlijn 2010/64/EU ("de richtlijn") bevat regels betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures en procedures voor de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel. Op grond van de richtlijn moesten de EU-lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om de richtlijn uiterlijk op 27 oktober 2013 in nationaal recht om te zetten.
**2.** In de richtlijn is het volgende bepaald: "De*Europese Commissie dient uiterlijk op 27 oktober 2014 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan deze richtlijn te voldoen, zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen* \[...\]"[\[2\].](#_ftn2){#_ftnref2}
**3.** Op 26 juni 2015 heeft een vertegenwoordiger van de Europese Commissie in een schriftelijk antwoord op een parlementaire vraag[\[3\]](#_ftn3){#_ftnref3} verklaard dat alle lidstaten de nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn[\[4\]](#_ftn4){#_ftnref4} hadden meegedeeld.
**4.** In 2016 heeft een lid van het Europees Parlement een andere parlementaire vraag aan de Commissie voorgelegd met de vraag waarom de Commissie nog geen verslag had ingediend waarin werd beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan de richtlijn te voldoen[\[5\].](#_ftn5){#_ftnref5} Op 25 juli 2016 antwoordde de Commissie dat zij "momenteel*nauwlettend toeziet op de doeltreffende toepassing van Richtlijn 2010/64/EU* *in alle lidstaten, \[...\]. Indien zich na de beoordeling van de nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn non-conformiteitskwesties voordoen, neemt de Commissie alle passende maatregelen, zo nodig met inbegrip van het inleiden van inbreukprocedures \[...\]. Nu alle lidstaten nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn hebben meegedeeld, kan de Commissie bovendien een verslag opstellen waarin wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan de richtlijn te voldoen* \[6\].Op 30 mei 2017 heeft de Commissie op een soortgelijke parlementaire vraag[\[7\]](#_ftn7){#_ftnref7} geantwoord dat de*voorbereiding van dit verslag een grondige beoordeling vereist van de nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn in alle lidstaten. Het verslag zal worden gepubliceerd zodra deze beoordeling is afgerond, uiterlijk begin 2018"* [***\[8\].***](#_ftn8){#_ftnref8}{#_ftnref6}
**5.** Klager is tolk. In 2016 diende hij een inbreukprocedure in bij de Europese Commissie met het argument dat Italië en Frankrijk Richtlijn 2010/64/EU niet correct in hun respectieve nationale rechtsstelsels hebben omgezet. Hij voerde met name aan dat Italië had nagelaten een register van vertalers en tolken[op te zetten \[9\]](#_ftn9){#_ftnref9} en dat een Franse rechtbank ten onrechte een maximumaantal geregistreerde tolken had vastgesteld. Hij heeft zich ook tot de Commissie gewend in verband met de vertraging die zij heeft opgelopen bij het opstellen van het verslag over de naleving van de richtlijn door de lidstaten.
**6.** In januari 2017 heeft de Commissie de inbreukprocedure van klager tegen Italië en Frankrijk afgesloten omdat zij van mening was dat de door klager naar voren gebrachte punten niet in strijd zijn met de richtlijn. De richtlijn verplicht de lidstaten niet om registers van gekwalificeerde vertalers en tolken op te zetten en bevat evenmin regels voor de registratie of indienstneming van vertalers en tolken. De Commissie verklaarde echter dat zij onderzocht hoe de lidstaten de richtlijn hadden omgezet en dat zij inbreukprocedures zou inleiden indien zij zou vaststellen dat sommige lidstaten de richtlijn onjuist hadden omgezet[\[10\].](#_ftn10){#_ftnref10}
**7.**Met betrekking tot het verslag verklaarde de Commissie dat zij, aangezien alle lidstaten omzettingsmaatregelen hadden meegedeeld, in staat was een verslag op te stellen waarin werd beoordeeld in hoeverre de nationale maatregelen in overeenstemming waren met de richtlijn.
**8.**Toen de Commissie het verslag in juni 2017 niet had ingediend, wendde klager zich tot de Ombudsman.
Het onderzoek
-------------
**9.**De Ombudsman heeft een onderzoek ingesteld naar het standpunt van klager dat de Commissie het verplichte verslag over de naleving door de lidstaten van Richtlijn 2010/64/EU betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures niet binnen de wettelijke termijn had opgesteld.
**10.**In de loop van het onderzoek ontving de Ombudsman het antwoord van de Commissie en de opmerkingen van klager naar aanleiding van het antwoord van de Commissie. In het besluit van de Ombudsman wordt rekening gehouden met de argumenten en standpunten van de partijen.
Verzuim om verslag uit te brengen aan het Europees Parlement en de Raad
-----------------------------------------------------------------------
### Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
**11.** Klager voerde aan dat de Commissie verplicht was om uiterlijk op 27 oktober 2014 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in te dienen waarin werd beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hadden genomen om aan de richtlijn te voldoen. Klager wees erop dat de Commissie het verslag niet binnen de wettelijke termijn had ingediend en dat zij het verslag ten tijde van zijn klacht bij de Ombudsman (32 maanden na de uiterste termijn) nog niet had ingediend.
**12.**De Commissie verklaarde dat de lidstaten het verslag eerst in nationaal recht hadden moeten omzetten voordat zij het kon opstellen. Alleen dan kan de Commissie de volledigheid en conformiteit van de nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn beoordelen. Met andere woorden, de omzetting van de richtlijn is een voorwaarde om te kunnen beoordelen in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan de richtlijn te voldoen. Zodra de lidstaten omzettingsmaatregelen hebben meegedeeld, is de Commissie begonnen te beoordelen of de nationale maatregelen in overeenstemming zijn met de richtlijn.
**13.**De Commissie betoogde dat haar voornaamste prioriteit erin bestond ervoor te zorgen dat alle lidstaten de voorschriften van de richtlijn in nationaal recht omzetten, zodat de in de richtlijn neergelegde rechten in de gehele Unie doeltreffend worden beschermd. De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk op 27 oktober 2013 in nationaal recht hebben omgezet. Op die datum hadden 16 lidstaten de Commissie geen omzettingsmaatregelen meegedeeld. In november 2013 heeft de Commissie daarom tegen deze 16 lidstaten inbreukprocedures wegens niet-mededeling of gedeeltelijke mededeling van omzettingsmaatregelen ingeleid.
**14.**In haar antwoord op het onderzoek van de Ombudsman in september 2017 verklaarde de Commissie dat alle lidstaten nationale maatregelen tot omzetting van de richtlijn hadden meegedeeld en dat de Commissie dus in staat was het verslag op te stellen waarin werd beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om aan de richtlijn te voldoen. De Commissie verklaarde dat zij bezig was met de voorbereiding van het verslag, dat uiterlijk begin 2018 zou worden gepubliceerd zodra de beoordeling van de naleving van de nationale maatregelen is afgerond.
**15.** De Commissie voegde daaraan toe dat recente richtlijnen die de Commissie dezelfde rapportageverplichting ten aanzien van het Parlement en de Raad opleggen, de Commissie een aanzienlijk langere periode geven om dergelijke verslagen op te stellen[\[11\].](#_ftn11){#_ftnref11}
**16.**In zijn opmerkingen over het antwoord van de Commissie verklaarde klager dat de Commissie niet consequent handelt. Hoewel zij zeer strikt is wat betreft de naleving door de lidstaten van hun verplichtingen uit hoofde van het EU-recht, is zij niet even streng wat betreft haar eigen verplichtingen.
### Beoordeling door de Ombudsman
**17.** De Commissie heeft duidelijk niet voldaan aan haar verplichting om het verslag uiterlijk op 27 oktober 2014 in te dienen. Ten tijde van dit besluit van de Ombudsman, 41 maanden na de uiterste datum, heeft de Commissie het verslag nog niet ingediend, ondanks haar recente voornemen om het "uiterlijk*begin 2018"* te publiceren. Deze zeer lange vertraging bij de indiening van het verslag wekt bij de burgers onvermijdelijk de indruk dat de Commissie haar plichten niet ijverig nakomt. Dit ondermijnt het vertrouwen van de burgers in de EU.
**18.**Het argument van de Commissie is dat het verslag niet alleen tot doel had aan te geven welke lidstaten de richtlijn hadden omgezet en welke niet, maar dat het verslag ook zou moeten bestaan in een beoordeling van de verenigbaarheid van de omzettingsmaatregelen met de richtlijn. Het argument van de Commissie is dat de wettelijke termijn voor de indiening van haar verslag, binnen twaalf maanden na de omzettingstermijn voor de lidstaten, eenvoudigweg te kort was.
**19.** De Ombudsman waardeert het dat de Commissie bij de indiening van haar verslag bij het Parlement en de Raad volledig rekening wil kunnen houden met de mate waarin de omzettingsmaatregelen van de afzonderlijke lidstaten de richtlijn correct uitvoeren. Het uitvoeren van een dergelijke conformiteitstoetsing is een langdurige en complexe aangelegenheid, aangezien de richtlijn waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor een reeks bestaande wetgevingsteksten in elk van de lidstaten. De Commissie moet zich er ook van vergewissen dat zij ter wille van de samenhang in alle 28 lidstaten dezelfde aanpak heeft gevolgd. De Ombudsman aanvaardt dat de Commissie na de omzettingstermijn voor de lidstaten meer dan twaalf maanden nodig heeft om een dergelijk verslag op te stellen.
**20.**Volgens de Ombudsman had de Commissie echter kunnen voldoen aan haar verplichting om binnen twaalf maanden een verslag in te dienen zonder afbreuk te doen aan haar algemene doelstelling. Niets belette de Commissie om binnen de termijn van twaalf maanden een tussentijds verslag in te dienen, waarin slechts het standpunt vanaf de datum van het verslag werd meegedeeld. Aangezien de Commissie voornemens zou zijn op een later tijdstip uitvoerig verslag uit te brengen, had een tussentijds verslag in vrij algemene bewoordingen kunnen worden geformuleerd en had de Commissie geen aanzienlijke administratieve inspanning hoeven te leveren. Het belangrijkste is dat een dergelijk verslag de zorgvuldigheid van de Commissie bij het nakomen van haar wettelijke verplichtingen zou hebben aangetoond.
**21.**Het is in dit stadium niet langer mogelijk voor de Commissie om binnen de wettelijke termijn van twaalf maanden verslag uit te brengen. De Ombudsman erkent dat er geen sprake was van een opzettelijke schending door de Commissie van haar wettelijke verplichting om uiterlijk op 27 oktober 2014 verslag uit te brengen. Het lijkt erop dat de Commissie zich concentreerde op de inhoudelijke kwestie van het opstellen van een alomvattende conformiteitsbeoordeling in alle lidstaten. Tegelijkertijd heeft de Commissie de gelegenheid gemist om aan te tonen dat zij de verplichtingen nakomt die haar door de bijzondere richtlijn zijn opgelegd. Niettemin, en in de bijzondere omstandigheden, is de Ombudsman niet van mening dat het verzuim van de Commissie neerkwam op wanbeheer. In alle omstandigheden concludeert de Ombudsman dat verder onderzoek naar deze klacht niet gerechtvaardigd is.
**22.** De Ombudsman neemt nota van de huidige toezegging van de Commissie om het verslag "uiterlijk*begin *2018"* in* te dienen en merkt ook op dat we nu drie maanden in 2018 zijn. De Ombudsman vertrouwt erop dat de Commissie het verslag inderdaad onverwijld zal indienen.
**Conclusie**
-------------
Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie:{#_ftnref12}
**Er zijn geen verdere onderzoeken naar de onderhavige zaak gerechtvaardigd en de Ombudsman vertrouwt erop dat de Commissie onverwijld bij het Europees Parlement en de Raad het verslag zal indienen **waarin wordt** beoordeeld in hoeverre de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om Richtlijn 2010/64/EU om te zetten.** **De Ombudsman wenst een kopie van het verslag wanneer het wordt ingediend.**
Klager en de Europese Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Emily O'Reilly
Europese Ombudsman
Straatsburg, 23/03/2018
[\[1\]](#_ftnref1){#_ftn1} Richtlijn (EU) 2010/64 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280 van 1.10.2010, blz. 1). 26.10.2010).
[\[2\]](#_ftnref2){#_ftn2} Artikel 10 van Richtlijn (EU) 2010/64.
[\[3\]](#_ftnref3){#_ftn3} Parlementaire vraag E-005875-15.
[\[4\]](#_ftnref4){#_ftn4} http://www.europarl.europa.eu/sides/getAllAnswers.do?reference=E-2015-005875\&language=NL
[\[5\]](#_ftnref5){#_ftn5} Parlementaire vraag E-004113-16.
[\[6\]](#_ftnref6){#_ftn6} http://www.europarl.europa.eu/sides/getAllAnswers.do?reference=E-2016-004113\&language=NL
[\[7\]](#_ftnref7){#_ftn7} Parlementaire vraag E-001239-17, follow-up van vraag E-004113-16.
[\[8\]](#_ftnref8){#_ftn8} http://www.europarl.europa.eu/sides/getAllAnswers.do?reference=E-2017-001239\&language=NL
[\[9\]](#_ftnref9){#_ftn9} In artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2010/64/EU is het volgende bepaald: "Teneinde*de toereikendheid van vertolking en vertaling en de efficiënte toegang daartoe te bevorderen, streven de lidstaten ernaar een register of registers op te zetten van onafhankelijke vertalers en tolken die over de nodige kwalificaties beschikken. Zodra dit register of deze registers zijn ingesteld, worden zij in voorkomend geval ter beschikking gesteld van de raadslieden en de bevoegde autoriteiten*".
[\[10\]](#_ftnref10){#_ftn10} Artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) luidt*als volgt: "Indien de Commissie van oordeel is dat een lidstaat een krachtens de Verdragen op hem rustende verplichting niet is nagekomen, brengt zij hierover een met redenen omkleed advies uit, nadat zij de betrokken staat in de gelegenheid heeft gesteld zijn opmerkingen te maken. Indien de betrokken staat het advies niet binnen de door de Commissie gestelde termijn opvolgt, kan de Commissie de zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Unie."*
[\[11\]](#_ftnref11){#_ftn11} Zo bepaalt artikel 25 van Richtlijn (EU) 2016/800 van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in strafprocedures dat de Commissie uiterlijk op 11 juni 2022 een verslag indient.