# Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 1996/2014/DK tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 2015-06-25T10:00+02:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/nl/60343)
---
> De zaak betrof het vermeende verzuim van EPSO om het verzoek van klager om een nieuw onderzoek in het kader van een algemeen vergelijkend onderzoek te behandelen.
>
> De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat EPSO naar behoren had gereageerd op het verzoek om een nieuw onderzoek van klager. Zij sloot daarom de zaak zoals geregeld door EPSO.
>
Achtergrond van de klacht
-------------------------
**1.**De klacht nam deel aan algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AST/129/13 voor de selectie van medewerkers (AST 3) op het gebied van "juridische aangelegenheden". In maart 2014 heeft klager de computergebaseerde toelatingstoetsen afgelegd.
**2.** Op 3 juli 2014 deelde EPSO klager mee dat hij weliswaar de minimumscore had behaald om tot de volgende fase te worden toegelaten, maar dat hij van het vergelijkend onderzoek was uitgesloten omdat hij niet beschikte over "*ten minste drie jaar beroepservaring die relevant is voor de aard van de functie, verworven na het behalen van het diploma dat toegang geeft tot het vergelijkend onderzoek ".*
**3.**Op 10 juli 2014 heeft klager bij EPSO een verzoek tot herziening ingediend om de bevinding dat hij niet over de vereiste beroepservaring beschikt, te betwisten. Hij heeft verklaard dat hij inderdaad beschikt over de relevante beroepservaring zoals vereist in de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
**4.**Op 20 augustus 2014 heeft EPSO de ontvangst van zijn verzoek bevestigd en verklaard dat het ter beoordeling aan de jury zou worden voorgelegd.
**5.** Op 27 augustus 2014 vroeg klager aan EPSO wanneer hij een antwoord op zijn verzoek kon verwachten. Op 22 september 2014 verklaarde EPSO dat "het*besluit van de jury in oktober/november kon worden meegedeeld".*
**6.** Op 19 november 2014 heeft klager EPSO opnieuw gevraagd wanneer een besluit kon worden verwacht. Op 21 november 2014 heeft EPSO geantwoord: "Het*evaluatieproces heeft enige extra vertraging opgelopen, waarvoor EPSO zijn excuses wil aanbieden. Het besluit zou in december kunnen worden verwacht (nog niet bevestigd).*
**7.**Op 25 november 2014 klaagde klager bij de Ombudsman dat EPSO zijn verzoek om herziening niet had behandeld.
Het onderzoek
-------------
**8.**De Ombudsman opende een onderzoek door een analyse te maken van de informatie die klager haar had verstrekt en van de antwoorden die EPSO haar had gegeven. Naar aanleiding van die analyse besloot de Ombudsman haar onderzoek voort te zetten en verzocht zij EPSO tegemoet te komen aan de bezorgdheid van klager over het feit dat hij zijn verzoek om herziening niet had behandeld.
**9.**Naar aanleiding van het antwoord van EPSO op het verzoek om een nieuw onderzoek van klager heeft de Ombudsman klager verzocht opmerkingen over dat antwoord in te dienen, hetgeen klager op 15 januari 2015 heeft gedaan.
Bewering dat EPSO het verzoek om een nieuw onderzoek van klager niet heeft behandeld
------------------------------------------------------------------------------------
### Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
**10.** Klager diende bij EPSO een verzoek om herziening in omdat hij van mening was dat hij over de vereiste beroepservaring beschikte. Hij merkte op dat in punt 3 van bijlage 3 bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek duidelijk is bepaald dat kandidaten "ten*minste drie jaar beroepservaring moeten hebben die relevant is voor de aard van de taken".* Hij benadrukte dat hij in zijn sollicitatie duidelijk had aangegeven dat hij 48,5 maanden relevante beroepservaring had. Hij heeft EPSO derhalve verzocht zijn aanvraag te herzien.
**11.**In zijn antwoord verontschuldigde EPSO zich voor de vertraging bij de behandeling van zijn verzoek om herziening en verklaarde dat dit het gevolg was van een zware werklast in de afgelopen maanden.
**12.** Vervolgens vatte EPSO de rechtspraak van de rechterlijke instanties van de Unie met betrekking tot de bevoegdheden en de beoordelingsvrijheid van jury's bij algemene vergelijkende onderzoeken samen. Het heeft erop gewezen dat de jury in casu de criteria heeft vastgesteld voor de beoordeling van de specifieke toelatingsvoorwaarden, zoals bekendgemaakt in de aankondiging van vergelijkend onderzoek[\[1\],](#_ftn1){#_ftnref1} die waren vastgesteld op basis van de vaardigheden die vereist waren voor de te vervullen ambten en van het belang van de diensten van de instellingen van de Unie.
**13.** EPSO verklaarde dat de jury, naar aanleiding van het verzoek van klager, zijn sollicitatie en de daarin opgenomen verklaringen heeft onderzocht. Na die evaluatie bevestigde de jury haar eerste analyse, namelijk dat de diploma's van klager, zoals vermeld in zijn sollicitatie, door de jury niet als "rechtstreeks relevant" voor het rechtsgebied waren beschouwd. Bij gebreke van dergelijke kwalificaties vereisten de punten 2 en 3 van bijlage 3 bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek samen derhalve dat de klager ten minste **zes jaar** beroepservaring had om aan de toelatingscriteria te voldoen, en **niet slechts drie jaar.** Uit de aanvraag van klager bleek echter dat hij 48,5 maanden beroepservaring heeft. De jury handhaafde derhalve haar aanvankelijke besluit.
**14.**In zijn opmerkingen benadrukte klager dat EPSO in zijn antwoorden en besluiten duidelijke termijnen moet aangeven en die termijnen in acht moet nemen. Hij is van mening dat kandidaten niet maanden moeten wachten om op de hoogte te worden gebracht van de besluiten van EPSO.
**15.** Klager verwierp de bevinding van de jury dat zijn diploma's niet konden worden geacht te voldoen aan het vereiste van "*postsecundair onderwijs afgesloten met een diploma op juridisch gebied".* Hij verklaarde dat zowel zijn undergraduate en graduate diploma in 'Politieke wetenschappen en internationale betrekkingen' omvatte "ongeveer*een derde van de examens in het juridische veld"* en zijn "*proefschriften waren zowel in het internationaal recht*".
**16.**Wat ten slotte de discretionaire bevoegdheid van de jury's betreft, voerde klager aan dat deze niet in de plaats mag komen van de verplichting van de jury's om precieze criteria te volgen en toe te lichten waarom bepaalde ervaring al dan niet relevant wordt geacht.
### Beoordeling door de Ombudsman
**17.** De Ombudsman merkt om te beginnen op dat de jury's over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikken om te bepalen of de kwalificaties en beroepservaring van de kandidaten overeenkomen met het door het Statuut en de aankondiging van vergelijkend onderzoek zelf vereiste niveau[^^\[2\].^^](#_ftn2){#_ftnref2} Het door een jury ingenomen standpunt kan slechts worden getoetst indien bij de uitoefening van deze beoordelingsbevoegdheid blijk is gegeven van een kennelijk onjuiste rechtsopvatting of van een kennelijk onjuiste rechtsopvatting[^^\[3\].^^](#_ftn3){#_ftnref3} De Ombudsman merkt ook op dat de voorwaarden van de aankondiging van vergelijkend onderzoek zowel het rechtskader van de werkzaamheden van de jury's als het beoordelingskader voor de beoordeling van de kandidaten vormen[^^\[4\].^^](#_ftn4){#_ftnref4} Bovendien moeten de toelatingseisen in de aankondiging van vergelijkend onderzoek worden uitgelegd in overeenstemming met het doel van het vergelijkend onderzoek, dat voortvloeit uit de beschrijving van de taken die relevant zijn voor de te vervullen functies. Bijgevolg moeten het deel van de aankondiging van vergelijkend onderzoek waarin de aard van de taken wordt beschreven en het deel betreffende de toelatingseisen samen worden beschouwd[^^\[5\].^^](#_ftn5){#_ftnref5} Tot slot strekken de discretionaire bevoegdheden van de jury's zich ook uit tot de beslissing of de door de kandidaten overgelegde bewijsstukken al dan niet voldoende bewijs vormen dat zij over de vereiste kwalificaties en/of beroepservaring beschikken.
**18.** In dit geval heeft EPSO in zijn antwoord op het verzoek om een nieuw onderzoek van klager verduidelijkt dat de jury had vastgesteld dat zijn diploma's niet **rechtstreeks** relevant waren voor het juridische gebied.
**19.**In dit verband merkt de Ombudsman op dat klager heeft verklaard dat hij twee diploma's in politicologie en internationale betrekkingen heeft, en dat een derde van deze studies het juridische gebied omvatte. De Ombudsman merkt ook op dat de aankondiging van vergelijkend onderzoek in punt 2 van bijlage III bepaalde dat de vereiste kwalificatie:
"*Postsecundair onderwijs, **afgesloten met een diploma op juridisch gebied***
***OF***
*een diploma van middelbaar onderwijs dat toegang geeft tot het hoger onderwijs, gevolgd door ten minste drie jaar werkervaring die relevant is voor de aard van de functie.*
*NB:* *Het vereiste minimum van drie jaar beroepservaring geldt als integraal onderdeel van de kwalificatie en kan niet worden meegeteld voor de hieronder vereiste beroepservaring.* "
**20.** Het is de Ombudsman niet duidelijk dat de conclusie van de jury, dat de diploma's van klager op het gebied van politieke wetenschappen en internationale betrekkingen niet **rechtstreeks** relevant zijn voor het juridische gebied, een kennelijke beoordelingsfout bevat. Dit betekende dat de klager in totaal ten minste zes jaar beroepservaring had moeten hebben: de eerste drie jaar werkervaring die relevant is voor de aard van de taken in plaats van een diploma op juridisch gebied, en nog eens drie jaar werkervaring, zoals vereist door punt 3 van bijlage III bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek[\[6\].](#_ftn6){#_ftnref6}
**21.**In het licht van het bovenstaande is de Ombudsman van oordeel dat EPSO naar behoren heeft geantwoord op het verzoek van klager om een nieuw onderzoek met betrekking tot de inhoudelijke kwesties. De Ombudsman concludeert derhalve dat EPSO de nodige stappen heeft ondernomen om de zaak op te lossen.
**22.**Wat betreft de klacht van klager over de tijd die EPSO heeft genomen om zijn verzoek om een nieuw onderzoek te behandelen (klager deed zijn verzoek in juli 2014 en ontving een antwoord in december 2014), zal de Ombudsman binnenkort een onderzoek op eigen initiatief naar dit onderwerp starten om het volledig te onderzoeken. De Ombudsman is derhalve van mening dat dit aspect in het kader van deze klacht geen verder onderzoek behoeft.
Conclusie
---------
Op basis van het onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman de klacht af met de volgende conclusie:
**EPSO heeft de nodige stappen ondernomen om deze kwestie op te lossen.**
Klager en EPSO zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Emily O'Reilly,
Straatsburg 23/06/2015
[\[1\]](#_ftnref1){#_ftn1} PB 2013, CA 355, blz. 1.
[\[2\]](#_ftnref2){#_ftn2} Zaak T-332/01, *Pujals Gomis/Commissie,* JurAmbt. 2002, blz. I-A 233, punten 39-41.
[\[3\]](#_ftnref3){#_ftn3} Zaak F-4/08, *Hambura/Parlement,* JurAmbt. 2009, I‑A‑101 en II‑A‑447‑, punt 24.
[\[4\]](#_ftnref4){#_ftn4} Zaak T-80/96, *Fernandes Leite Mateus/Raad,* Jurispr. 1997, blz. I-A 87, punt 27.
[\[5\]](#_ftnref5){#_ftn5} Zaak T‑146/99, *Teixeira Neves/Hof* *van Justitie,* Jurispr. 2000, blz. ‑SC I‑A‑159 en II‑731, punten 34-36.
[\[6\]](#_ftnref6){#_ftn6} Punt 3 van bijlage III bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek bepaalt: "*Ten minste drie jaar werkervaring die relevant is voor de aard van de taken. Deze beroepservaring is alleen relevant indien zij is verworven na het behalen van het diploma dat toegang geeft tot het vergelijkend onderzoek."*