# Besluit van de Europese Ombudsman tot afsluiting van het onderzoek naar klacht 681/2012/DK tegen Eurojust
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 2014-09-04T10:00+02:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/nl/54670)
---
> De zaak betrof het ontslag van klager uit Eurojust als tijdelijk functionaris. Hij werd na het verstrijken van een verlengde proeftijd ontslagen omdat Eurojust zijn werk onbevredigend vond.
>
> Hij klaagde bij de Ombudsman dat zijn ontslag niet legaal was en door procedurefouten was aangetast.
>
> De Ombudsman onderzocht de kwestie en constateerde dat Eurojust in overeenstemming met de toepasselijke regels handelde en de relevante procedures volgde toen het besloot klager te ontslaan. Daarom sloot zij de zaak af met de constatering dat er geen sprake was van wanbeheer. Desalniettemin heeft zij nog een opmerking gemaakt over een procedurekwestie.
>
Achtergrond van de klacht
-------------------------
**1.**In 2009 werd klager aangesteld als tijdelijk functionaris bij Eurojust. Het contract van klager was afhankelijk van de succesvolle afronding van een proeftijd van zes maanden. In december 2009 heeft Eurojust, op basis van het verslag over de proeftijd van klager, de proeftijd met drie maanden verlengd. In maart 2010, aan het einde van de verlengde proeftijd, beëindigde Eurojust zijn arbeidsovereenkomst.
**2.**In maart 2012 diende klager bij de Ombudsman een klacht in over de beëindiging van zijn dienstverband bij Eurojust.
Het onderzoek
-------------
**3.**De Ombudsman opende een onderzoek naar de volgende beweringen en beweringen:
**Bewering:**
Eurojust heeft ten onrechte het dienstverband van klager bij Eurojust beëindigd.
**Vordering:**
Eurojust moet de klager opnieuw in dienst nemen, een formele verontschuldiging aanbieden, vanaf april 2010 een vergoeding betalen voor het salaris en loopbaanverlies en de juridische kosten betalen die hij in verband met zijn ontslag heeft gemaakt.
**4.**In de loop van het onderzoek ontving de Ombudsman het advies van Eurojust over de klacht en vervolgens de opmerkingen van klager naar aanleiding van het advies van Eurojust. Bij de uitvoering van het onderzoek heeft de Ombudsman rekening gehouden met de argumenten en standpunten van de partijen.
Bewering dat Eurojust het dienstverband van klager ten onrechte heeft beëindigd
-------------------------------------------------------------------------------
### Aan de Ombudsman voorgelegde argumenten
**5.**Klager beweerde dat Eurojust zijn dienstverband ten onrechte had beëindigd. Ter ondersteuning van zijn bewering voerde klager aan dat:
* zijn eindevaluatie is verricht door een persoon die gedurende zes van de negen weken van de verslagperiode niet op kantoor aanwezig was;
* hem is een eerlijke rechtsgang ontzegd omdat Eurojust pas een evaluatie van zijn prestaties heeft voorbereid nadat hij naar een andere afdeling was overgeplaatst en het personeelscomité niet van zijn evaluatie in kennis heeft gesteld;
* Eurojust heeft ten onrechte geweigerd het gemengd comité voor verslagen bijeen te roepen om het besluit om hem te ontslaan te herzien; en
* als gevolg van zijn onrechtmatig ontslag heeft hij vernederende behandeling en misbruik ondergaan; ernstige geestelijke, fysieke en psychologische gevolgen voor de gezondheid; het verlies van de ziektekostenverzekering en de sociale zekerheid; en het verlies van zijn immigratiestatus in Nederland.
**6.**In zijn advies verklaarde Eurojust dat klager op 1 juli 2009 als secretaris voor Eurojust is gaan werken. Zijn contract als tijdelijk functionaris was afhankelijk van de succesvolle afronding van een proeftijd van zes maanden. Eerst werkte hij als secretaresse voor het senior management. Op verzoek van klager werd hij vervolgens overgeplaatst naar de eenheid Personeelszaken (HRU).
**7.**In december 2009 ontving klager zijn eerste proeftijdrapport. Op basis van het verslag besloot Eurojust zijn proeftijd met drie maanden te verlengen. Eind februari 2010 ontving klager zijn tweede proeftijdrapport.
**8.** In beide reclasseringsrapporten werd opgemerkt dat zijn officiële gedrag en werkgedrag, met inbegrip van zijn relaties met personen in zijn eenheid, problematisch waren. Dienovereenkomstig werd in beide verslagen geconcludeerd dat klager "niet*bevredigend"*was wat betreft zijn betrekkingen met personen in de eenheid en zijn betrekkingen met anderen. Naast de twee verslagen heeft de lijnmanager van klager deze kwesties ook tijdens talrijke vergaderingen onder zijn aandacht gebracht. Ook het feit dat de initiële proeftijd van klager met drie maanden werd verlengd, was een duidelijke aanwijzing dat zijn algehele werkprestaties reden tot bezorgdheid waren geweest.
**9.**In het verslag van december 2009 werd de nadruk gelegd op de moeilijkheden van klager bij de communicatie en interactie met zijn collega's. Met name dit aspect bleek een fundamenteel obstakel te zijn en vormde een van de redenen voor de beëindiging van zijn overeenkomst. Het rapport van februari 2010 herhaalde dezelfde opmerkingen over zijn groeiende moeilijkheden bij de interactie en samenwerking met zijn collega's. Uit het verslag van februari 2010 bleek dat de lijnmanager van klager onevenredig veel tijd moest besteden aan het aanpakken van de problemen die het gevolg waren van zijn gedrag op het werk en zijn algemene gedrag. Uit de rapporten over de proeftijd bleek ook het niveau van ondersteuning en advies dat klager in dit verband van zijn lijnmanager ontving. Met betrekking tot de vier specifieke vragen die de Ombudsman in de inleidende brief had gesteld, antwoordde Eurojust als volgt.
*De eindevaluatie van klager werd gemaakt door een persoon die zes weken van de negen weken van de verslagperiode niet op kantoor aanwezig was.*
**10.**Eurojust merkte op dat het klager van 1 juli 2009 tot en met 31 maart 2010 in dienst had genomen als secretaris. De referentieperiode voor de evaluatie was dus niet zes weken, maar meer dan zeven en een halve maand. Het is juist dat het hoofd van de eenheid Personeelszaken in deze periode in totaal vijf (niet-opeenvolgende) weken met verlof was. Niettemin werd de leidinggevende en toezichthoudende rol van het eenheidshoofd overgenomen door een ander personeelslid, dat regelmatig verslag uitbracht aan het eenheidshoofd. Ondanks de afwezigheid van vijf weken kon het eenheidshoofd de werkprestaties van klager gedurende meer dan vijf maanden rechtstreeks monitoren, wat voldoende tijd is om een duidelijk beeld te krijgen van zijn algehele werkprestaties.
*Klager werd een eerlijke rechtsgang ontzegd omdat Eurojust pas een evaluatie van zijn prestaties had voorbereid nadat hij was overgeplaatst naar een andere afdeling en het personeelscomité niet in kennis had gesteld van zijn evaluatie.*
**11.**Eurojust erkende dat het de werkzaamheden van klager voor de periode van 1 juli tot en met 7 augustus 2009 niet afzonderlijk heeft geëvalueerd, terwijl hij als secretaris in het bureau van de administratief directeur werkte. Niettemin heeft zij ernstige inspanningen geleverd om ervoor te zorgen dat klager ruimschoots in de gelegenheid werd gesteld aan te tonen dat hij in staat was aan de vereisten van de functie te voldoen. Het verlengde zelfs zijn proeftijd met drie maanden voor dit doel. Ook ontving klager tijdens zijn proeftijd van negen maanden twee schriftelijke beoordelingen. Zoals hierboven vermeld, waren er verschillende bijeenkomsten tussen klager en zijn lijnmanager(s) over zijn officiële gedrag en werkgedrag. De zorgen van het management waren reeds in het verslag van december 2009 onder zijn aandacht gebracht, zodat hij deze tijdig kon verhelpen, met name in het licht van het feit dat zijn proeftijd tot 31 maart 2010 was verlengd.
**12.**Het argument van klager dat hem een behoorlijke rechtsgang was ontzegd, moest derhalve worden afgewezen. Wat ten slotte het vermeende verzuim betreft om het personeelscomité van zijn beoordeling in kennis te stellen, was Eurojust daartoe niet verplicht. De beoordelingsverslagen van het personeel hebben daarentegen alleen betrekking op het betrokken personeelslid en zijn/haar lijnleiding.
*Eurojust heeft ten onrechte geweigerd het gemengd comité voor verslagen bijeen te roepen om het ontslagbesluit te herzien.*
**13.** Eurojust verklaarde dat klager zijn argument baseerde op een intern Eurojust-document met*de titel "Gids voor de beoordeling van reclasseringspersoneel".* Volgens deze gids*"kan de administratief directeur, in geval van een voorstel tot beëindiging \[van een contract\] en in verband met andere ernstige kwesties, de zaak voorleggen aan het Gemengd Comité om de zaak te herzien.* " De administratief directeur was derhalve niet **verplicht** de zaak van de klager voor te leggen aan het Gemengd Comité. Wat betreft het verzoek van het personeelscomité van 11 maart 2010 om het Gemengd Comité bijeen te roepen om het ontslag van klager te bespreken, heeft de administratief directeur, na het verzoek op managementniveau zorgvuldig te hebben bestudeerd, besloten het af te wijzen. Klager is naar behoren van dat besluit in kennis gesteld.
*Als gevolg van het ontslag werd de klager vernederend behandeld en mishandeld; ernstige geestelijke, fysieke en psychologische gevolgen voor de gezondheid; het verlies van de ziektekostenverzekering en de sociale zekerheid; en het verlies van zijn immigratiestatus in Nederland*
**14.** De voortzetting van het dienstverband van klager bij Eurojust was afhankelijk van de succesvolle afronding van de proeftijd[\[1\]](#_ftn1 ""){#_ftnref1}. Aangezien de proeftijd van klager niet met succes was voltooid, werd hij niet in zijn functie bevestigd en werd zijn dienstverband beëindigd. Eurojust was het er derhalve niet mee eens dat zijn ontslag onrechtmatig was.
**15.**Voorts was Eurojust niet op de hoogte van enige vernederende behandeling en/of misbruik die klager zou hebben ondervonden als gevolg van de beëindiging van zijn dienstverband. Wat de vermeende ernstige gevolgen voor de gezondheid, het verlies van de ziektekostenverzekering en de sociale zekerheid betreft, verklaarde Eurojust dat deze buiten zijn controle vielen.
**16.**Eurojust sloot zijn advies af met de opmerking dat de bewering van klager niet was onderbouwd en derhalve ongegrond was. Bijgevolg heeft Eurojust het argument van klager niet afzonderlijk behandeld.
**17.**In zijn opmerkingen handhaafde klager zijn klacht. In de eerste plaats heeft hij verklaard dat hij, anders dan Eurojust heeft verklaard, nooit om een overplaatsing naar een andere eenheid heeft verzocht. De overplaatsing vond plaats naar aanleiding van een gezamenlijk besluit van de administratief directeur en het hoofd van de HRU als reactie op de gedragsproblemen van een andere collega die hij als secretaris van de administratief directeur moest doorstaan. Hij werd echter nooit verwelkomd of geaccepteerd in de HRU. Bovendien raakte hij tijdens de afwezigheid van het eenheidshoofd van HRU in september 2009 geïsoleerd van zijn collega's. Ook het ad interim-eenheidshoofd was uiterst onvriendelijk tegenover hem en eiste nauwgezet werk van hem.
**18.**Zijn twee proeftijdrapporten weerspiegelden zijn situatie niet, benadrukte hij, met name het rapport van februari 2010, dat was opgesteld door een vijandig ad interim-eenheidshoofd dat slechts één maand in de eenheid had gezeten. De onjuiste beoordeling in het verslag van december 2009, in combinatie met het overdreven negatieve verslag van februari 2010, wees erop dat de verlenging van zijn proeftijd redelijk noch eerlijk was.
**19.**De verklaring dat hem een behoorlijke rechtsgang is ontzegd omdat Eurojust vóór zijn overplaatsing geen evaluatie van zijn prestaties heeft voorbereid en het personeelscomité niet van zijn evaluatie in kennis heeft gesteld, is onjuist. Eurojust heeft het personeelscomité namelijk niet in kennis gesteld van zijn overplaatsing en de redenen daarvoor. Indien het personeelscomité op dat moment op de hoogte was gesteld van zijn overplaatsing, had het hem pas in een later stadium kunnen informeren over een groot aantal zaken waarover hij had geleerd.
**20.**Wat betreft de verklaring van Eurojust dat het talrijke bijeenkomsten met hem had over zijn officiële gedrag en werkgedrag, merkte klager op dat er slechts twee van dergelijke bijeenkomsten waren. Deze bijeenkomsten waren intimiderend voor hem en hij heeft nooit, ondanks zijn specifieke verzoeken, de verslagen van de bijeenkomsten ontvangen.
**21.**Om deze redenen handhaafde klager zijn bewering en bewering.
### Beoordeling door de Ombudsman
**22.**Klager beweert dat Eurojust zijn dienstverband aan het einde van zijn proeftijd ten onrechte heeft beëindigd.
**23.**De rechterlijke instanties van de Unie hebben de kwestie van het ontslag van een ambtenaar op proef aan het einde van een proeftijd uitvoerig behandeld en de volgende toetsingsnorm vastgesteld.
**24.** Hoewel vergelijkende onderzoeken bedoeld zijn om de selectie van kandidaten mogelijk te maken op basis van algemene criteria die gericht zijn op de toekomstige geschiktheid **van de kandidaat, heeft de proeftijd tot doel** de administratie in staat te stellen een concretere beoordeling te maken van de geschiktheid van de kandidaat voor een bepaalde functie, de wijze waarop hij/zij zijn/haar taken uitvoert en zijn/haar efficiëntie in de dienst. Aan het einde van de proeftijd moet de administratie in staat zijn te bepalen of de ambtenaar op proef het verdient te worden aangesteld in het ambt waarnaar hij/zij streeft. Dit besluit omvat een alomvattende beoordeling van de kwaliteiten en het gedrag van de ambtenaar op proef, waarbij rekening wordt gehouden met zowel de positieve als de negatieve factoren die tijdens de proeftijd aan het licht zijn gekomen[\[2\].](#_ftn2 ""){#_ftnref2}
**25.** Het Hof heeft herhaaldelijk verklaard dat een besluit *om een ambtenaar op proef niet aan te stellen,* verschilt van een besluit *om een reeds gevestigde ambtenaar te ontslaan.* In het geval van een ambtenaar in vaste dienst moeten de redenen die de beëindiging van het dienstverband rechtvaardigen, grondig worden onderzocht. Met betrekking tot een besluit om geen ambtenaar op proef aan te stellen, moet echter worden onderzocht **of** er een aantal **positieve overwegingen zijn waaruit blijkt dat de aanstelling van de ambtenaar op proef in het belang van de dienst is** [\[3\].](#_ftn3 ""){#_ftnref3} Bijgevolg beschikt de instelling over een ruime beoordelingsvrijheid bij de beoordeling van de bekwaamheden van de ambtenaar op proef bij de uitoefening van zijn/haar functies en van zijn/haar officiële gedrag en werkgedrag. In dergelijke gevallen is het niet aan het Hof om zijn eigen oordeel in de plaats te stellen van dat van de instelling met betrekking tot het besluit om al dan niet een ambtenaar op proef aan te stellen. De toetsingsmaatstaf van het Hof in dergelijke gevallen beperkt zich dus tot de vraag of het besluit wettig was, of er sprake was van een kennelijke beoordelingsfout of misbruik van bevoegdheid[\[4\].](#_ftn4 ""){#_ftnref4}
**26.**Aan de hand van bovengenoemde toetsingsmaatstaf zal de Ombudsman eerst onderzoeken of de rapporten op proef op basis waarvan Eurojust zijn besluit heeft vastgesteld, een kennelijke beoordelingsfout bevatten, of het besluit van Eurojust van 10 maart 2010 wettig was en of Eurojust misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt. De Ombudsman zal vervolgens de vier specifieke punten behandelen die klager ter ondersteuning van zijn bewering naar voren heeft gebracht.
*De vraag of de twee rapporten op proef een kennelijke beoordelingsfout bevatten*
**27.** Volgens vaste rechtspraak van de rechterlijke instanties van de Unie kan een vergissing alleen als kennelijk worden aangemerkt als zij gemakkelijk herkenbaar en gemakkelijk te ontdekken is. Om aan te tonen dat de administratie de feiten kennelijk onjuist heeft beoordeeld, **voor zover dit de nietigverklaring rechtvaardigt van een besluit om de ambtenaar op proef niet aan te stellen, staat **het** dus aan verzoekster om voldoende bewijs te leveren om de beoordelingen van de administratie ongeloofwaardig te maken.** Met andere woorden, de bewering dat er sprake is van een kennelijke fout moet worden afgewezen indien de betrokken beoordeling, ondanks de door de ambtenaar op proef aangevoerde elementen, als juist of geldig kan worden aanvaard[\[5\].](#_ftn5 ""){#_ftnref5}
**28.**Klager ontving twee meldingen over zijn proeftijd: één in december 2009 en één in februari 2010.
**29.** Het eerste proeftijdrapport bestaat uit drie delen. Deel 1 bevat de identificatiegegevens. Deel 2 bevat een zelfbeoordeling door de klager van de belangrijkste werkzaamheden die tijdens de proeftijd zijn verricht, alsmede de beoordeling van die prestaties door de beoordelaar. De beoordeling van de beoordelaar bestaat uit twee delen: (i) een Excel-tabel met de tien geëvalueerde aspecten[\[6\]](#_ftn6 ""){#_ftnref6} en (ii) een gedetailleerde samenvattende beoordeling. Deel 3 bevat de handtekening van de beoordelaar en zijn/haar aanbeveling over de proeftijd, alsmede de handtekening van de klager.
**30.** Wat de beoordeling van de prestaties van klager in het eerste verslag betreft, merkt de Ombudsman op dat klager een beoordeling heeft ontvangen van *niet bevredigende* *"betrekkingen in de eenheid/sector"* en "betrekkingen*met anderen".* De gedetailleerde samenvattende beoordeling ondersteunt de *"niet bevredigende"*evaluatie met de volgende opmerkingen:
"\[de klager\] is *onzeker over zichzelf en confronterend in communicatie, heeft moeite met luisteren en begrijpen wat er wordt gezegd als hij gestrest is, heeft een lage stresstolerantie ...* \[hij\] *heeft moeite zijn plaats binnen de eenheid te vinden en heeft moeite met het bijhouden van grotere ontwikkelingen.* \[Hij\] *heeft moeite om zijn persoonlijke situatie te scheiden en gescheiden te houden van zijn werkomgeving \[wat\]* *soms van invloed is op zijn vermogen om gefocust en vrij van oordeel te blijven wanneer hij met collega's ... te maken heeft, hij heeft het moeilijk om in een teamsamenstelling te werken en te worden geaccepteerd. Hij heeft tekenen van onzekerheid vertoond die ertoe hebben geleid dat hij zich van de buitenwereld heeft geïsoleerd en zich alleen maar op zijn werk wil concentreren, wat betekent dat hij volledig benaderbaar en redelijk geaccepteerd moet zijn door collega's. Hij heeft hulp nodig bij het verder ontwikkelen van zijn emotionele intelligentie en het omgaan met normale stressgerelateerde problemen in de werkomgeving.*
**31.**Op grond van het bovenstaande heeft de beoordelaar aanbevolen de proeftijd van klager bij dezelfde dienst met drie maanden te verlengen.
**32.** Op 16 december 2009 ondertekende klager het verslag en voegde er een afzonderlijk document bij met zijn opmerkingen. Klager aanvaardde de opmerkingen over zijn interactie met collega's op het werk. Hij wees er echter op dat de beoordeling van zijn sociale betrekkingen bij Eurojust te eenzijdig was, aangezien daarin geen rekening leek te worden gehouden met de moeilijke omgeving waarin hij zich bevond vlak na zijn toetreding tot de diensten van Eurojust. Hij verklaarde met name: i) zijn bezorgdheid over het gebrek aan informatie over algemene ambtsaangelegenheden; ii) zijn inspanningen om rekening te houden met de persoonlijke voorkeuren van collega's bij het werken met hen; iii) het ontbreken van een duidelijk onderscheid tussen de verantwoordelijkheden van collega's, wat tot jaloezie heeft geleid; en iv) de "gebruikelijke zaken" waarmee een nieuwkomer op een werkplek te maken krijgt. Desalniettemin sloot hij zijn opmerkingen af met te stellen dat hij de beoordeling waardeerde en zich ertoe verbond "alles*te doen wat mogelijk is van mijn kant om verbeteringen door te voeren zoals hierboven gespecificeerd".*
**33.** Als follow-up van het proeftijdrapport heeft klager op 23 december 2009 een document met de titel "Career development - probationer objective form" ingevuld. In dit document moest klager vier hoofddoelstellingen vaststellen die tijdens zijn verlengde proeftijd moesten worden bereikt. Ook moest hij 5 van "*de specifieke competenties (kennis, vaardigheden en attitudes) die u nodig acht om uw doelstellingen te bereiken tijdens de volgende verslagperiode.* " De klager merkte de vaardigheden (i) interpersoonlijke communicatie en actief luisteren vaardigheden, en (ii) emotionele intelligentie, als "*nodig om te ontwikkelen*".
**34.** In februari 2010 ontving klager zijn tweede proeftijdrapport[\[7\]](#_ftn7 ""){#_ftnref7}. De gedetailleerde opmerkingen van de beoordelaar in het verslag zijn meestal negatief. Hoewel in het verslag bepaalde verbeteringen en ontwikkelingen van klager werden erkend, werd geconcludeerd dat de in het formulier loopbaanontwikkeling vastgestelde doelstellingen om de volgende redenen niet werden bereikt: (i) de klager heeft het door de klager opgestelde conceptdocument betreffende het e-mailregistratiesysteem niet uitgevoerd vanwege het gebrek aan specifieke kennis van de klager; ii) er tussen 23 december 2009 en 18 januari 2010 een achterstand van meer dan 300 e-mails is ontstaan en klager deze e-mails niet doeltreffend heeft afgehandeld, hetgeen wees op onvoldoende organisatorische vaardigheden; iii) hij het rooster van zijn eenheidshoofd niet doeltreffend heeft beheerd: er waren overlappende vergaderingen, er was onvoldoende tijd tussen de vergaderingen en er werd geen rekening gehouden met prioriteiten; en iv) hij heeft de e-mailcorrespondentie van zijn eenheidshoofd tijdens zijn afwezigheid niet doeltreffend beheerd, waardoor de eenheid belangrijke strategische vergaderingen binnen Eurojust miste.
**35.** Het tweede verslag bevat ook: (i) de Excel-tabel, ingevuld door de beoordelaar, met de tien geëvalueerde aspecten[\[8\]](#_ftn8 ""){#_ftnref8} en (ii) de gedetailleerde samenvattende beoordeling. Klager ontving in geen van de tien aspecten 'zeer*goed'* of 'goed'. In feite ontving hij *'bevredigend' in alle aspecten, behalve 'begrip,*aanpassingsvermogen,* oordeel',* 'organisatievaardigheden'en de twee aspecten die al in het eerste verslag werden genoemd: "*betrekkingen met de eenheid/sector"* en "*betrekkingen met anderen* ", waarbij hij in alle gevallen "*niet bevredigend* " ontving. De gedetailleerde samenvattende beoordeling ondersteunt de "*niet bevredigende*" evaluatie met de volgende opmerkingen:
"Het*werk van* \[klager\] *blijkt ontoereikend. Het is noch voor* hem, noch voor *Eurojust nuttig om de functie van secretaris van het eenheidshoofd te blijven vervullen. Zijn onvermogen om zijn taken volgens de vereiste norm uit te voeren, zal leiden tot een ernstige verslechtering van de vooruitzichten en prestaties op lange termijn voor zowel* \[hem\] als *Eurojust. Helaas is zijn gedrag in de dienst en relaties met anderen (collega's zowel binnen HR als daarbuiten) van groot belang geweest. Zijn aanwezigheid heeft steeds meer een negatieve invloed op* \[hem\] *omdat hij steeds meer geïsoleerd raakt door zijn nogal ruwe interpersoonlijke communicatiestijl en eerder pleiten dat mensen voor hem moeten zorgen. In die zin is hij steeds behoeftiger en belastender geworden voor de meeste van zijn collega's die liever persoonlijk contact met hem vermijden. Hij begrijpt niet dat zijn bespreking van persoonlijke problemen met zijn collega's extreem belastend is voor hen ... Persoonlijk heb ik veel tijd met* hem doorgebracht *om dergelijke problemen te verspreiden, wat hem een paar dagen heeft opgelucht, maar me tegelijkertijd heeft versleten. Hoewel ik empathisch ben met enkele van zijn persoonlijke problemen die hij aan de orde heeft gesteld, mogen ze niet door mij of andere collega's op de werkplek worden gedragen. Ondanks mijn inspanningen om met* hem te praten*op 4 en 5 november 2009, toen zijn eerste proeftijdrapport werd besproken, blijft hij privékwesties aankaarten bij enkele van zijn collega's. Ze zijn nogal angstig geweest en hebben hem en mij signalen gegeven dat ze niet worden gewaardeerd. Het feit dat hij niet actief naar collega's luistert, resulteert in mensen die hem buitensluiten en hem helemaal vermijden.*
**36.** De Ombudsman merkt op dat het dienstverband van klager werd geregeld door de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden ("de RAP"). Artikel 14 RAP bepaalt dat "ten*minste één maand voor het verstrijken van de proeftijd een verslag \[wordt\] opgesteld over de geschiktheid van de tijdelijke functionaris voor de uitoefening van zijn functie en over zijn gedrag en prestaties in de dienst".*
**37. Uit deze formulering** blijkt duidelijk dat de beoordeling van een ambtenaar op proef zowel betrekking heeft op het **vermogen** van de ambtenaar om de desbetreffende taken uit te voeren als **op het gedrag en de efficiëntie van de ambtenaar in de dienst** *.*
**38.** In het onderhavige geval werd *in het eerste rapport over de proeftijd vastgesteld dat het gedrag en de efficiëntie van klager in de dienst* *niet bevredigend* waren voor twee van de drie beoordeelde aspecten (betrekkingen met de eenheid/sector en betrekkingen met anderen) in deze rubriek. Bovendien werd in het tweede verslag over de proeftijd, met behoud van de bevindingen van het eerste verslag met betrekking tot de evaluatie van het *officiële gedrag* en *het werkgedrag* van klager, vastgesteld dat het vermogen van klager om zijn taken uit te voeren met betrekking tot de vier specifieke doelstellingen die in het loopbaanontwikkelingsformulier waren vastgesteld, ook niet bevredigend was voor twee van de vijf geëvalueerde aspecten.
**39.**Indien de bovenstaande evaluaties juist zijn, zou het juist zijn dat Eurojust concludeert dat het dienstverband van klager niet mag worden voortgezet. De Ombudsman is van mening dat de specifieke beoordelingen door Eurojust van de bekwaamheid en het officiële gedrag van klager als waarheidsgetrouw en geldig kunnen worden aanvaard, indien zij aannemelijk zijn en geen kennelijke fouten bevatten. Na zorgvuldig onderzoek van de beoordelingen en de argumenten van klager acht de Ombudsman de beoordelingen aannemelijk en vrij van kennelijke fouten.
**40.**Gezien het bovenstaande is de Ombudsman van oordeel dat de twee rapporten van klager op proef geen kennelijke beoordelingsfout bevatten.
*De vraag of het besluit van Eurojust van 10 maart 2010 wettig was*
**41.** De Ombudsman merkt op dat aan de motiveringsplicht is voldaan wanneer de beoordeling duidelijk geïndividualiseerd en niet onpersoonlijk is. Zij merkt ook op dat de beoordelaar niet verplicht is de beoordeling gedetailleerd te motiveren door concrete voorbeelden te geven ter ondersteuning van elk waardeoordeel in een proeftijdrapport[\[9\].](#_ftn9 ""){#_ftnref9}
**42.**De Ombudsman is van oordeel dat de formulering van de twee rapporten op proef duidelijk geïndividualiseerd en niet onpersoonlijk is: de twee verslagen beschrijven nauwkeurig de verschillende aspecten van het werk waarin klager zijn taken heeft vervuld en de aspecten waarin hij dat niet heeft gedaan. Ze zijn specifiek en bevatten zelfs gedetailleerde redenen en specifieke voorbeelden om de conclusies en het daaruit voortvloeiende besluit te onderbouwen.
**43.**De Ombudsman concludeert derhalve dat Eurojust heeft voldaan aan zijn motiveringsplicht overeenkomstig de vaste rechtspraak.
**44.**De Ombudsman merkt ook op dat Eurojust heeft voldaan aan de procedurele aspecten van de procedure voor een proeftijdverslag. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 14 van de RAP heeft Eurojust ten minste één maand voor het verstrijken van de proeftijd verslagen opgesteld over het vermogen van de klager om de taken in verband met zijn functie uit te voeren en over zijn gedrag en efficiëntie in de dienst. De verslagen werden hem meegedeeld en hij werd bij beide gelegenheden uitgenodigd om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.
*De vraag of er sprake is van machtsmisbruik*
**45.**Artikel 7 (Afwezigheid van machtsmisbruik) van het wetboek van goed administratief gedrag bepaalt dat bevoegdheden uitsluitend worden uitgeoefend voor de doeleinden waarvoor zij zijn verleend.
**46.**Artikel 14 van de RAP bepaalt dat een tijdelijke functionaris wiens werk niet toereikend is gebleken om aanstelling in zijn functie te rechtvaardigen, wordt ontslagen. De tot het sluiten van overeenkomsten bevoegde autoriteit kan echter in uitzonderlijke omstandigheden de proeftijd verlengen.
**47.**In het onderhavige geval werd in het eerste proeftijdrapport van klager vastgesteld dat twee aspecten van zijn werk niet toereikend waren. In die situatie was het voor Eurojust juridisch mogelijk om het dienstverband van klager vóór eind december 2009 te beëindigen. In plaats daarvan besloot Eurojust de proeftijd van klager met drie maanden te verlengen. Volgens de Ombudsman was deze verlenging niet slechts een andere juridische mogelijkheid waarin de RAP voorzag, die in dit geval ten goede kwam aan klager. Deze verlenging is ook een duidelijke aanwijzing dat Eurojust klager in de gelegenheid wilde stellen aan te tonen dat hij inderdaad over de vereiste vaardigheden beschikte en aan de vereiste normen voor officieel gedrag voldeed. Volgens de Ombudsman toont dit aan dat Eurojust bereid is klager bij te staan bij het volledig begrijpen en verwerven van de vaardigheden en het werkgedrag die nodig zijn om zijn taken en functies uit te voeren.
**48.**Gezien het bovenstaande concludeert de Ombudsman dat Eurojust geen misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheden toen het besloot het dienstverband van klager aan het einde van de verlengde proeftijd te beëindigen.
*Het argument dat de eindevaluatie van klager is gemaakt door een persoon die zes weken van de negen weken van de verslagperiode niet op kantoor aanwezig was*
**49.** Overeenkomstig de vaste rechtspraak van de rechterlijke instanties van de Unie[\[10\]](#_ftn10 ""){#_ftnref10} mag een reclasseringsrapport alleen beoordelingen bevatten met betrekking tot de periode waarvoor het is opgesteld. Indien echter een proeftijd is verlengd, kan de beoordelaar in het rapport voor de verlengde periode opmerkingen opnemen met betrekking tot de initiële proeftijd zonder dat het rapport gebreken vertoont.
**50.**In dit verband neemt de Ombudsman nota van de verklaringen die Eurojust in zijn advies heeft afgelegd, namelijk dat de relevante referentieperiode niet zes weken bedroeg, maar de gehele periode van het dienstverband van klager, en dat zelfs indien de beoordelaar (het hoofd van de eenheid HRU) gedurende in totaal vijf weken van die periode afwezig was, zijn leidinggevende en toezichthoudende rol werd overgenomen door een ander personeelslid, dat regelmatig verslag uitbracht aan het hoofd van de eenheid HRU.
**51.**In deze omstandigheden is de Ombudsman van oordeel dat dit argument geen verder onderzoek vereist.
*Het argument dat hem een behoorlijke rechtsgang is ontzegd omdat Eurojust pas een evaluatie van zijn prestaties heeft voorbereid nadat hij was overgeplaatst naar een andere dienst en het personeelscomité niet in kennis heeft gesteld van zijn evaluatie*
**52.**Wat de overplaatsing betreft, is de Ombudsman het er niet mee eens dat Eurojust een afzonderlijk evaluatieverslag moest opstellen voor de zeer korte periode dat klager als secretaris van het hoger management werkte.
**53.**Wat betreft het verzuim om het personeelscomité in kennis te stellen van de beoordeling van klager of zijn overplaatsing naar een andere eenheid en de onderliggende redenen voor die overplaatsing, is de Ombudsman niet op de hoogte van regels die de administratie van een instelling verplichten haar personeelscomité over dergelijke aangelegenheden in te lichten. Integendeel, de Ombudsman wijst erop dat het inderdaad aan het betrokken personeelslid is om het personeelscomité te informeren over zaken waarin hij/zij om hulp, advies of begeleiding verzoekt.
**54.**In deze omstandigheden is de Ombudsman van oordeel dat ook deze argumenten geen verder onderzoek behoeven.
*het argument dat hij als gevolg van zijn onrechtmatig ontslag een vernederende behandeling en misbruik heeft ondergaan; ernstige geestelijke, fysieke en psychologische gevolgen voor de gezondheid; het verlies van de ziektekostenverzekering en de sociale zekerheid; en het verlies van zijn immigratiestatus in Nederland*
**55.**De Ombudsman vindt in het dossier geen bewijs ter ondersteuning van deze argumenten.
*Het argument dat Eurojust ten onrechte heeft geweigerd het comité voor gezamenlijke verslagen bijeen te roepen om het ontslagbesluit te herzien*
**56.** De Ombudsman merkt op dat er een duidelijk onderscheid bestaat tussen het Statuut van de ambtenaren en de RAP wat betreft de procedurele waarborgen met betrekking tot een ontslag aan het einde van een proeftijd. Krachtens artikel 34, lid 3, tweede alinea, van het Statuut moet het tot aanstelling bevoegde gezag, indien in een rapport over de proeftijd wordt aanbevolen **een ambtenaar** te ontslaan, binnen een termijn van drie weken het comité voor de gezamenlijke verslagen raadplegen over de te nemen maatregelen[\[11\].](#_ftn11 ""){#_ftnref11} Artikel 14 RAP, dat betrekking heeft op de proeftijd van tijdelijke functionarissen[\[12\],](#_ftn12 ""){#_ftnref12} bevat echter geen dergelijke verplichting.
**57.**De Ombudsman is derhalve van oordeel dat Eurojust niet wettelijk verplicht was het Comité gezamenlijke verslagen bijeen te roepen met betrekking tot het ontslag van klager. Dit houdt in dat het niet bijeenroepen van het comité voor gezamenlijke verslagen geen invloed heeft gehad op de rechtmatigheid van het ontslag van de klager.
**58.**De Ombudsman merkt op dat de administratief directeur het verzoek van het personeelscomité om bijeenroeping van het comité voor gezamenlijke verslagen heeft afgewezen op basis van de interne "Gids voor de beoordeling van reclasseringspersoneel" van Eurojust. Hoewel de weigering om het Gemengd Comité bijeen te roepen geen afbreuk deed aan de rechtmatigheid van het ontslag van de klager, is de Ombudsman van mening dat dit de positieve rol zou weerspiegelen die voor personeelscomités en gemengde comités is voorzien indien Eurojust ervoor zou kiezen in toekomstige gevallen met dergelijke verzoeken in te stemmen. De Ombudsman zal daarom hieronder een relevante aanvullende opmerking maken.
Conclusie
---------
Op basis van het onderzoek naar deze klacht sluit de Ombudsman de klacht af met de volgende conclusie:
**De Ombudsman constateert geen wanbeheer door Eurojust.**
Klager en Eurojust zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Verdere opmerking
-----------------
**{#FR46_2014}Het zou een goede praktijk voor Eurojust zijn om het Comité gezamenlijke verslagen bijeen te roepen wanneer zijn personeelscomité daarom verzoekt.**
Emily O'Reilly
Gedaan te Straatsburg op 28 augustus 2014
*** ** * ** ***
[\[1\]](#_ftnref1 ""){#_ftn1} De overeenkomst van klager bepaalde dat "krachtens*artikel 14 van de \[RAP\] het personeelslid een proeftijd van zes maanden dient te vervullen. Tijdens de proeftijd of bij het verstrijken van de proeftijd wordt het personeelslid overeenkomstig hetzelfde artikel 14 ontslagen indien het werk niet toereikend is gebleken."*
[\[2\]](#_ftnref2 ""){#_ftn2} Arrest van 13 december 2012, *BW/Commissie, F-2/11,* nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 77.
[\[3\]](#_ftnref3 ""){#_ftn3} Zaak F-2/11, *BW/Commissie,* reeds aangehaald, punt 78.
[\[4\]](#_ftnref4 ""){#_ftn4} Zaak F-112/06, *Krcova/Hof van Justitie,* JurAmbt. 2007, blz. I-A-305, punten 61-62.
[\[5\]](#_ftnref5 ""){#_ftn5} Zaak F-2/11, *BW/Commissie,* reeds aangehaald, punt 80.
[\[6\]](#_ftnref6 ""){#_ftn6} Deze zijn als volgt gegroepeerd: **(A) Vaardigheid voor de taken:** 1) technische kennis en vaardigheden; 2) begrip, aanpassingsvermogen, oordeel; (3) initiatief; 4) organisatorische vaardigheden; 5) verantwoordelijkheidsgevoel; **B) Standaard:** 1) kwaliteit van het werk; (2) werkhoeveelheid; **(C) Officieel gedrag/werkgedrag:** 1) betrekkingen met de eenheid/sector; 2) relaties met anderen; 3) punctualiteit. Deze worden beoordeeld volgens de volgende schaal: uitstekend, zeer goed; goed; bevredigend en niet bevredigend.
[\[7\]](#_ftnref7 ""){#_ftn7} Dit verslag is op dezelfde wijze gestructureerd als het eerste, maar deel 2 van het verslag bevat geen zelfbeoordeling door de klager van de belangrijkste verrichte werkzaamheden. In plaats daarvan worden in het eerste deel de vier belangrijkste doelstellingen uiteengezet die moeten worden bereikt, zoals vastgesteld in het formulier Loopbaanontwikkeling (proeftijddoel), met de gedetailleerde opmerkingen van de beoordelaar.
[\[8\]](#_ftnref8 ""){#_ftn8} Zie voetnoot 6.
[\[9\]](#_ftnref9 ""){#_ftn9} Zaak T-249/04, *Combescot/Commissie,* JurAmbt. 2007, blz. I-A-2-181 en II-A-2-1219, punt 86.
[\[10\]](#_ftnref10 ""){#_ftn10} Zaak F-2/11, *BW/Commissie,* reeds aangehaald, punt 44.
[\[11\]](#_ftnref11 ""){#_ftn11} Artikel 34, lid 3, van het Statuut luidt als volgt: "Uiterlijk*één maand voor het verstrijken van de proeftijd wordt een verslag opgesteld over het vermogen van de proeftijdtrekker om de taken in verband met zijn functie uit te voeren en over zijn prestaties en gedrag in de dienst. Dit verslag wordt meegedeeld aan de reclasseringsambtenaar, die het recht heeft binnen een termijn van acht dagen zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen.*
*Indien zij ontslag of, in uitzonderlijke omstandigheden, verlenging van de proeftijd aanbeveelt, worden het verslag en de opmerkingen onmiddellijk door de hiërarchieke meerdere van de proeftijdtrekker toegezonden aan het tot aanstelling bevoegde gezag, dat binnen een termijn van drie weken **het Comité gezamenlijke verslagen raadpleegt over de te nemen maatregelen.***
*Een reclasseringsambtenaar wiens werk niet geschikt is gebleken om in zijn functie te worden aangesteld, wordt ontslagen. Het tot aanstelling bevoegde gezag kan evenwel in uitzonderlijke omstandigheden de proeftijd met ten hoogste zes maanden verlengen en eventueel de reclasseringsambtenaar aan een andere dienst toewijzen.*
[\[12\]](#_ftnref12 ""){#_ftn12} Artikel 14 van de RAP luidt als volgt: "De*tijdelijke functionaris kan worden verplicht een proeftijd van ten hoogste zes maanden te vervullen.*
*Wanneer een tijdelijke functionaris tijdens zijn proeftijd door ziekte of ongeval gedurende een maand of langer verhinderd is zijn functie uit te oefenen, kan het tot het sluiten van de aanstellingsovereenkomst bevoegde gezag zijn proeftijd met de overeenkomstige duur verlengen.*
*Uiterlijk één maand voor het verstrijken van de proeftijd wordt een verslag opgesteld over de geschiktheid van de tijdelijke functionaris voor de uitoefening van zijn functie en over zijn gedrag en prestaties in de dienst. Het verslag wordt ter kennis gebracht van de betrokkene, die het recht heeft zijn opmerkingen schriftelijk kenbaar te maken. **De tijdelijke functionaris van wie de werkzaamheden niet toereikend zijn gebleken om aanstelling in zijn ambt te rechtvaardigen, wordt ontslagen**. Het in artikel 6, eerste alinea, bedoelde gezagsorgaan kan evenwel in uitzonderlijke omstandigheden de proeftijd met ten hoogste zes maanden verlengen en de tijdelijke functionaris eventueel aan een andere dienst toewijzen."*