# Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 3678/2006/JMA tegen de Europese Commissie
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 2007-09-04T00:00+02:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/nl/3272)
---
**Deze klacht werd als vertrouwelijk behandeld. Het besluit is daarom geanonimiseerd. Het masculiene formulier is overal gebruikt.**   
Straatsburg, 4 september 2007   

Geachte heer X,

Op 4 december 2006 heeft u namens Y een klacht ingediend bij de Europese Ombudsman tegen de Europese Commissie. Uw klacht betrof een verzoek om toegang van het publiek tot een aantal documenten die in het bezit zijn van de Commissie.

In uw klacht beweerde u dat de Commissie niet had geantwoord op uw confirmatief verzoek van 18 augustus 2006 en uw aanvullende brief van 17 oktober 2006. In uw brief van 17 oktober 2006 aan de Commissie heeft u verzocht om toegang tot alle niet-gepubliceerde documenten betreffende de aanmeldingsprocedure met betrekking tot de fusie tussen twee ondernemingen. U verzocht de Commissie derhalve uw confirmatief verzoek te behandelen.

Op 25 januari 2007 heb ik de voorzitter van de Commissie van deze klacht in kennis gesteld en hem verzocht uiterlijk op 31 maart 2007 advies uit te brengen. Op 8 maart en 30 april 2007 heeft de Commissie verzocht om verlenging van de antwoordtermijn. Ik heb deze verzoeken op respectievelijk 19 maart en 22 mei 2007 ingewilligd en u op dezelfde data van mijn initiatieven in kennis gesteld. Op 4 juni 2007 heeft de Commissie mij haar advies toegezonden, waarin zij opmerkte dat u in april 2007 overeenkomstig artikel 230 van het EG-Verdrag bij het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen een verzoek tot nietigverklaring van de desbetreffende beschikking van de Commissie had ingediend. Volgens de Commissie had uw verzoekschrift betrekking op hetzelfde verzoek om toegang tot documenten waarop uw klacht bij mij betrekking had, en waren dezelfde in de klacht verstrekte gegevens overgenomen in uw verzoekschrift voor het Gerecht. Bijgevolg stelde de Commissie dat de klacht niet-ontvankelijk moest worden verklaard en het dossier moest worden afgesloten.

Op 22 juni 2007 heb ik u het advies van de Commissie toegezonden, met de uitnodiging om uiterlijk op 31 juli 2007 opmerkingen te maken. Ik heb geen opmerkingen van u ontvangen. Op 31 juli 2007 heeft mijn secretariaat informeel contact met u opgenomen om na te gaan of u van plan was mij verdere informatie te sturen. U legde uit dat, zoals de Commissie in haar advies had opgemerkt, het voorwerp van uw klacht momenteel het voorwerp was van een hogere voorziening bij het Gerecht van eerste aanleg en dat u mij geen verdere opmerkingen of opmerkingen met betrekking tot uw klacht zou toezenden.

Artikel 195 van het EG-Verdrag bepaalt:
> "*(...) voert de Ombudsman onderzoeken uit die hij gegrond acht (...), behalve wanneer tegen de gestelde feiten een gerechtelijke procedure loopt of heeft plaatsgevonden. (...)"*

Voorts bepaalt artikel 2, lid 7, van het Statuut van de Europese Ombudsman het volgende:
> "Wanneer*de Ombudsman wegens lopende of afgesloten gerechtelijke procedures betreffende naar voren gebrachte feiten een klacht niet-ontvankelijk moet verklaren of de behandeling ervan moet beƫindigen, wordt het resultaat van elk onderzoek dat hij tot dan toe heeft verricht, definitief ingediend."*

Gezien de informatie waarover de Ombudsman beschikt, lijkt het erop dat de feiten die u in uw klacht bij mij naar voren hebt gebracht, het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke procedure voor de communautaire rechtbanken. Overeenkomstig artikel 2, lid 7, van het Statuut van de Europese Ombudsman heb ik derhalve besloten de behandeling van uw klacht te beƫindigen en zonder verder gevolg de resultaten van de tot dusver uitgevoerde onderzoeken in te dienen.

De voorzitter van de Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.

Met vriendelijke groet,

P. Nikiforos DIAMANDOUROS