Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman over klacht 2589/2006/BU tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie
Besluiten
Zaak 2589/2006/BU - Geopend op Maandag | 06 november 2006 - Besluit over Vrijdag | 18 april 2008
Straatsburg, 18 april 2008
Geachte heer S.,
Op 1 augustus 2006 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie ("EPSO") betreffende algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/5/05.
Op 6 november 2006 heb ik uw klacht doorgestuurd naar de directeur van EPSO en EPSO verzocht een advies in te dienen. EPSO heeft zijn advies op 22 februari 2007 in het Frans uitgebracht en op 23 april 2007 een Engelse vertaling daarvan verstrekt. Ik heb de Engelse vertaling naar u doorgestuurd met een uitnodiging om opmerkingen te maken. Er zijn geen opmerkingen van u ontvangen.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan. Mijn excuses voor de tijd die het heeft gekost om uw klacht te behandelen.
Het KLACHT
Klager nam deel aan algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/5/05, dat door EPSO werd georganiseerd en bedoeld was om een reservepool te vormen voor de aanwerving van taalkundige administrateurs op het gebied van vertaling met het Tsjechisch als hoofdtaal (1).
Op 1 juni 2006 deelde EPSO klager mee dat hij het vereiste minimumaantal punten voor schriftelijk examen c) niet had gehaald en derhalve niet aan de volgende fasen van het vergelijkend onderzoek kon deelnemen. Schriftelijke toets c) bestond uit een vertaling van de eerste verplichte brontaal van de klager (Engels) in zijn hoofdtaal (Tsjechië) van een algemene tekst met betrekking tot de activiteiten van de Europese Unie. Deze test werd gemarkeerd op een schaal tot 40 punten, met een pass-mark van 20.
Bij e-mail van dezelfde dag van 1 juni 2006 heeft klager verzocht om een herziening van bovengenoemd besluit van EPSO. Hij wees erop dat hij afstudeerde aan de Karelsuniversiteit in Praag en dat zijn belangrijkste vakken de Engelse taal en de Tsjechische taal (linguïstiek, literatuur en methodologie) waren. Hij merkte ook op dat hij door een Tsjechische rechtbank was benoemd tot gerechtstolk voor de Engelse taal. Hij concludeerde derhalve dat hij over de vereiste talenkennis beschikte voor de bovengenoemde functie.
Bij brief van 30 juni 2006 heeft EPSO op een volgende brief van klager van 6 juni 2006 geantwoord als volgt:
De schriftelijke toets van elke kandidaat werd gecorrigeerd door ten minste twee markers met een perfecte beheersing van de doeltaal en een gedegen kennis van de brontaal.
- De tests werden gemarkeerd volgens gedetailleerde richtsnoeren die door de jury waren opgesteld. Voor elke fout of omissie en afhankelijk van de ernst ervan, werd een bepaald aantal punten afgetrokken van het maximale aantal punten dat kon worden toegekend.
- De jury heeft gecontroleerd of de correctiecriteria correct zijn toegepast op de toetsen, heeft rekening gehouden met de opmerkingen/opmerkingen van de markeerders en heeft vervolgens de toe te kennen score bepaald.
- De jury heeft de schriftelijke toets c) van klager opnieuw gecontroleerd en heeft vastgesteld dat er geen fouten in de beoordeling zijn gemaakt. Op basis hiervan bevestigde zij de score die aan de toets van klager was toegekend (c).
- Het besluit van de jury was gebaseerd op haar beoordeling dat het examendocument van klager het volgende bevatte:
ernstige misverstanden over de oorspronkelijke tekst;
ii) een stijl die niet voldeed aan de EU-normen;
iii) een onjuiste vertaling van verschillende passages van de oorspronkelijke tekst in de doeltaal; en
iv) enkele kleine omissies, evenals grammaticale en interpunctiefouten.
- Op verzoek van klager heeft de jury hem een ongemarkeerde kopie van zijn schriftelijke toets c) verstrekt, samen met het beoordelingsformulier voor die toets.
Volgens het evaluatieformulier heeft de jury zich voor de beoordeling van de prestaties van de kandidaten gebaseerd op de volgende criteria:(2)
"● Begrip van de brontaal en de brontekst
- Begrip van de tekst / Mogelijkheid om de tekst te begrijpen en ermee om te gaan
Samenhang en structuur van de tekst
Logische redeneervaardigheden met betrekking tot de vertaling van moeilijke passages
● Commando van de doeltaal
- Duidelijkheid, precisie, beknoptheid
- Stijl, presentatie".
Voorts bevat het evaluatieformulier in het deel "Algemene evaluatie" voor elk van de bovengenoemde twee groepen evaluatiecriteria vijf vakken die overeenkomen met een bepaald aantal punten en met de volgende algemene evaluaties: uitstekend, zeer goed, goed, aanvaardbaar, en ontoereikend. Met betrekking tot de toets van klager (c) heeft de jury het laagste vakje aangevinkt (onvoldoende, < 20 punten) voor beide groepen van de evaluatiecriteria. De toegekende score was 0,25 van de 40 punten.
Het deel "Schriftelijke beoordeling" van het evaluatieformulier bestond uit vijf schriftelijke beoordelingen, waarvan er één kon worden aangevinkt. Met betrekking tot het examen van klager (c) vinkte de jury de laagste beoordeling aan, waarin stond: "Onvoldoende testpapier dat niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de aard en het niveau van de functies van het vergelijkend onderzoek."(3)
Bij brief van 10 juli 2006 herhaalde klager in wezen de redenen die reeds in zijn e-mail van 1 juni 2006 aan EPSO waren vermeld en waarvoor hij van mening was dat hij de beste kandidaat voor de betrokken functie was. In dit verband verwees klager naar zijn opleidingsachtergrond, zijn werkervaring als vertaler en gerechtstolk en zijn permanente beroepsopleiding. In dit verband verklaarde hij dat het volstrekt ondoorgrondelijk was dat hij zo'n examen niet zou halen en dat hij niet kon accepteren dat hij grammaticale en interpunctiefouten had kunnen maken. Hij vroeg om zijn test opnieuw te laten proeflezen door nog eens twee onafhankelijke markers en beoordeeld te worden zonder vooringenomenheid of favoritisme. Klager voegde eraan toe dat hij het ontoereikend achtte om een kopie van zijn vertaling in het Tsjechisch te ontvangen zonder tegelijkertijd een kopie van de oorspronkelijke tekst in de brontaal (4) en een "gedetailleerde beschrijving van de vermeende fouten" te ontvangen. Hij vond het ook onvoldoende om een evaluatieformulier in het Frans te ontvangen wanneer de communicatietaal tussen EPSO en hemzelf Engels was.
In zijn antwoord van 27 juli 2006 benadrukte EPSO voornamelijk het feit dat twee onafhankelijk werkende markers het testdocument van klager in detail hebben beoordeeld, waarbij zij precies dezelfde criteria toepasten als die welke voor alle andere kandidaten werden gehanteerd, en het beoordeelden op zowel individuele fouten als algemene kwaliteit, rekening houdend met de doelgroep.
Op 1 augustus 2006 diende klager zijn klacht in bij de Europese Ombudsman. Hij is van mening dat de reacties van EPSO op zijn bovengenoemde brieven niet toereikend zijn. Hij verwees nogmaals naar zijn opleiding en beroepservaring en benadrukte dat er geen omissies en geen grammaticale en/of interpunctiefouten in zijn toets waren. Hij herhaalde ook dat het Franstalige beoordelingsformulier voor hem van weinig waarde was en verklaarde dat het formulier op geen enkele wijze relevante details bevatte.
De klager voerde daarom de volgende beweringen aan:
(1) Het besluit van EPSO om hem uit te sluiten van bovengenoemd vergelijkend onderzoek is onjuist.
(2) EPSO heeft zijn uitsluiting van het vergelijkend onderzoek niet inhoudelijk gemotiveerd.
Klager voerde ook de volgende argumenten aan:
(1) EPSO moet zijn schriftelijke toets c) opnieuw beoordelen en hem tot de mondelinge toets toelaten.
(2) EPSO moet hem inhoudelijke redenen geven voor zijn uitsluiting van het vergelijkend onderzoek.
Het onderzoek
Advies van EPSOEPSO heeft in zijn advies een samenvatting gegeven van de feiten die aan de onderhavige klacht ten grondslag liggen. Voorts heeft zij erop gewezen dat de jury zich voor de beoordeling van de examens van dit vergelijkend onderzoek heeft gebaseerd op beoordelaars (merkers) die over alle nodige vaardigheden beschikten om hun taken uit te voeren. Om hen in staat te stellen hun werk naar behoren uit te voeren, heeft de raad de markers instructies over werkmethoden verstrekt, die op alle documenten zijn toegepast en bedoeld waren om ervoor te zorgen dat alle kandidaten aan de hand van eerlijke en uniforme criteria werden vergeleken. Elke test werd beoordeeld door ten minste twee markers die werkten met fotokopieën waarop de namen van de kandidaten niet verschenen.
EPSO merkte vervolgens op dat de jury bij de beoordeling van het testdocument van klager nota heeft genomen van de beoordelingen en opmerkingen van de twee markers, die beide een groot aantal fouten hebben vastgesteld met betrekking tot een slecht begrip van de oorspronkelijke tekst, onjuiste vertalingen, onzinnige passages, stilistische fouten, onduidelijkheid en enkele weglatingen. Na te hebben gecontroleerd of de relevante criteria door de markers correct waren toegepast, heeft het Comité een cijfer voor de toets toegekend en een indicatie gegeven van zijn beoordeling van het begripsniveau van de brontaal en de brontekst (criterium 1) en van de beheersing van de doeltaal (criterium 2). Zij heeft echter geen aantekeningen op het testdocument van klager geschreven. De beoordeling ervan als geheel kwam alleen op het definitieve evaluatieformulier voor.
EPSO legde verder uit welke vaardigheden werden beoordeeld aan de hand van de criteria 1 en 2 van het evaluatieformulier, zoals samengevat op de bladzijden 2 en 3 hierboven, en verklaarde dat de prestaties van klager ontoereikend werden geacht met betrekking tot elk van deze criteria (wat neerkomt op een score van minder dan 20 punten).
EPSO heeft ook verklaard dat volgens de rechtspraak inzake vergelijkende onderzoeken (5) de kennisgeving van een cijfer en de toezending van het beoordelingsformulier van de jury een voldoende verklaring vormen voor een besluit met nadelige gevolgen. Een dergelijke uitleg schendt de rechten van afgewezen kandidaten niet. Zij stelde hen in kennis van het waardeoordeel over hun prestaties en stelde hen in staat te constateren dat zij niet het aantal punten hadden behaald dat in de desbetreffende aankondiging van vergelijkend onderzoek was vastgesteld als drempel voor toelating tot de volgende fase van het vergelijkend onderzoek.
Voorts herhaalde EPSO dat de jury bij de beoordeling van de prestaties van een kandidaat geen aantekeningen of correcties op het script van de kandidaat heeft geschreven, maar alleen opmerkingen heeft gemaakt door middel van het evaluatieformulier. In dit verband verwees EPSO naar de rechtspraak van het Gerecht van eerste aanleg en de besluiten van de Europese Ombudsman volgens welke een raad van bestuur niet verplicht was zijn opmerkingen over de beoordeling van een kandidaat op zijn examendocument te schrijven (6). EPSO was derhalve niet in staat klager een lijst van fouten en omissies te verstrekken die hij had gemaakt omdat een dergelijk document niet bestond.
EPSO verklaarde vervolgens dat de jury zorgvuldig kennis heeft genomen van alle door klager naar voren gebrachte punten alvorens zijn schriftelijke toets (c) te herzien. De raad oordeelde echter dat het aantal punten dat hij aanvankelijk had toegekend inderdaad overeenkwam met een onvoldoende kwaliteitsniveau (gemeten aan de hand van de eisen van de functie waarvoor het vergelijkend onderzoek was georganiseerd). Bovendien verzekerde EPSO klager dat er geen menselijke fout was gemaakt door het merkteken van de raad over te nemen in de brief waarin hij zijn resultaten meedeelde. Bij de beoordeling van zijn examenstuk zag de kamer geen reden om het opnieuw te markeren, aangezien het reeds twee keer anoniem was gemarkeerd, net als de tests van alle andere kandidaten.
Met betrekking tot de argumenten van klager dat hij de meest geschikte kandidaat is voor de functie in kwestie, wees EPSO erop dat bij een vergelijkend onderzoek veel kandidaten strijden om een beperkt aantal functies. Bovendien is het de taak van de jury om de prestaties van elke kandidaat te beoordelen in vergelijking met die van de andere kandidaten, met het oog op het opstellen van een lijst van de beste onder hen. Bij de uitvoering van deze vergelijkende beoordeling heeft de raad van bestuur niet getracht de professionele kwaliteiten van individuele kandidaten in twijfel te trekken. Een vergelijkend onderzoek is niet hetzelfde als een proeve van bekwaamheid en het door een kandidaat voor een vergelijkend onderzoek behaalde cijfer is gebaseerd op zijn prestaties op die dag. Daarentegen is de overtuiging van een kandidaat dat hij goed heeft gepresteerd eerder een weerspiegeling van zijn eigen indruk dan van hoe hij daadwerkelijk heeft gepresteerd. Bovendien moet de prestatie in elk geval worden afgezet tegen de prestaties van alle andere kandidaten. EPSO voegde daaraan toe dat de zelfbeoordeling van een kandidaat niet aantoont dat de raad een beoordelingsfout heeft gemaakt, en verwees in dit verband naar zaak T-53/00, Angioli/Commissie (7).
EPSO heeft ten slotte verklaard dat het klager voldoende uitleg heeft verschaft over het besluit van de jury met betrekking tot zijn examen (c), door middel van (i) de kennisgeving van een cijfer voor dat examen; ii) de aanvullende informatie in het evaluatieformulier van de afwikkelingsraad; en iii) de nadere toelichting in haar brief van 30 juni 2006 aan klager. Volgens EPSO is het niet de taak van de raad van bestuur om in het kader van een vergelijkend onderzoek vast te stellen hoe ernstig of belangrijk elk van de fouten en omissies van de kandidaat was, zoals vereist zou zijn voor een academisch examen. Bovendien kan de afwikkelingsraad dergelijke informatie niet verstrekken, aangezien hij niet bevoegd is om verantwoordelijkheden op zich te nemen die buiten zijn bevoegdheid vallen, namelijk het selecteren van personeel om aan de behoeften van de instellingen te voldoen.
Opmerkingen van klagerKlager heeft geen opmerkingen ingediend.
BESLUIT
1 Vermeend onrechtmatig besluit om de klager van het vergelijkend onderzoek en de daarmee verband houdende vordering uit te sluiten1.1 Klager nam deel aan algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/5/05 voor taalkundige administrateurs op het gebied van vertaling met het Tsjechisch als hoofdtaal. Hij slaagde niet voor schriftelijke toets c), op grond waarvan kandidaten een algemene tekst met betrekking tot de activiteiten van de Europese Unie moesten vertalen van het Engels naar het Tsjechisch. Klager behaalde 0,25 van de 40 punten (score 20) in test c).
Klager voerde aan dat het besluit van EPSO om hem van het vergelijkend onderzoek uit te sluiten onjuist was en voerde aan dat EPSO zijn schriftelijke toets c) opnieuw moest beoordelen en hem moest toelaten tot de mondelinge toets.
Tot staving van zijn bewering noemde hij zijn opleidingsachtergrond, zijn werkervaring als vertaler en als gerechtstolk, alsook zijn bij- en nascholing. In het licht van het bovenstaande was hij van mening dat hij de beste kandidaat was voor de bovengenoemde functie. Hij weigerde ook te accepteren dat hij grammaticale en interpunctiefouten had kunnen maken.
1.2 In zijn advies heeft EPSO de uitleg die het in zijn eerdere antwoorden aan klager had gegeven, nader toegelicht. Het legde uit dat elke test werd beoordeeld door ten minste twee markers die werkten met fotokopieën waarop de namen van de kandidaten niet waren vermeld. De markeerders beschikten over alle vaardigheden die nodig waren voor de uitoefening van hun taken en pasten bij het corrigeren van alle examenstukken de instructies van de jury betreffende de werkmethoden toe, waardoor ervoor werd gezorgd dat alle kandidaten op basis van eerlijke en uniforme criteria werden vergeleken.
EPSO verklaarde vervolgens dat de jury kennis heeft genomen van de beoordelingen en opmerkingen van de twee markers die de toets van klager beoordelen (c) en heeft gecontroleerd of zij de relevante criteria correct hebben toegepast. Op basis daarvan kende de EDPB een cijfer voor de test toe en gaf zij op het definitieve beoordelingsformulier voor elk van de gebruikte criteria een indicatie van haar beoordeling van de test van klager (c). De prestaties van klager werden ontoereikend geacht met betrekking tot elk van de criteria en daarom slaagde hij er niet in het vereiste minimum te halen.
Met betrekking tot de overtuiging van klager dat hij de meest geschikte kandidaat voor de functie was, verklaarde EPSO dat een dergelijke overtuiging eerder een weerspiegeling was van de eigen indrukken van de kandidaat dan van hoe hij feitelijk presteerde. Bij een vergelijkend onderzoek concurreren veel kandidaten echter voor een beperkt aantal functies, en het is de taak van de jury om de prestaties van elke kandidaat te beoordelen in vergelijking met de prestaties van de andere kandidaten. Het behaalde cijfer is gebaseerd op de prestaties van de kandidaat op die dag. EPSO voegde daaraan toe dat uit de zelfbeoordeling van een kandidaat niet blijkt dat de raad een beoordelingsfout heeft gemaakt, en verwees naar de relevante rechtspraak (8).
Tot slot wees EPSO erop dat het testdocument van klager werd beoordeeld, maar dat de raad van bestuur geen reden zag om het opnieuw te markeren, aangezien het al tweemaal was gemarkeerd, anoniem, net als de tests van alle kandidaten.
1.3 De Ombudsman merkt op dat klager zijn bewering in wezen op twee elementen heeft gebaseerd. Ten eerste is klager ervan overtuigd dat hij, gezien zijn opleiding, werkervaring en bij- en nascholing, de beste kandidaat is voor de functie van Tsjechisch taalkundige op het gebied van vertaling. Ten tweede is de klager ervan overtuigd dat er geen omissies of grammaticale en/of interpunctiefouten in zijn toets waren.
1.4 In dit verband herinnert de Ombudsman eraan dat volgens de jurisprudentie van de communautaire rechterlijke instanties de beoordeling van een jury bij de beoordeling van de kennis en capaciteiten van een kandidaat een waardeoordeel vormt en deel uitmaakt van de ruime beoordelingsbevoegdheid waarover de jury beschikt (9). De mate waarin de waardeoordelen van de raad met betrekking tot de prestaties van een kandidaat bij de toets gegrond waren, kan door de communautaire rechterlijke instanties alleen worden getoetst i) in duidelijke gevallen van schending van de procedureregels van de raad; ii) in duidelijke gevallen van kennelijke dwaling of misbruik van bevoegdheid; of iii) indien de afwikkelingsraad de grenzen van zijn beoordelingsvrijheid kennelijk heeft overschreden (10).
De Ombudsman is van mening dat zijn eigen onderzoek in het kader van de onderhavige klacht op dezelfde aanpak moet worden gebaseerd. De Ombudsman merkt ook op dat klager in de onderhavige zaak geen bewijsmateriaal heeft overgelegd waaruit blijkt dat een van de bovengenoemde situaties zich heeft voorgedaan.
1.5 Bovendien toont de zelfbeoordeling van een kandidaat, zoals EPSO opmerkt, niet aan dat de jury een beoordelingsfout heeft gemaakt (11).
1.6 In deze omstandigheden volstaat de overtuiging van klager dat hij, gelet op zijn opleiding, werkervaring en beroepsopleiding, de beste kandidaat voor de betrokken functie was, op zich niet om zijn bewering te staven dat het besluit van EPSO om hem van het vergelijkend onderzoek uit te sluiten onjuist was of zijn daarmee verband houdende bewering. Bovendien werd het examen van klager inderdaad door de jury beoordeeld, overeenkomstig de aankondiging van vergelijkend onderzoek (12). De Ombudsman is echter niet op de hoogte van een regel op grond waarvan de jury bij de toetsing van de toetsen in feite verschillende punten moet toekennen. Daarom stelt de Ombudsman in dit verband geen geval van wanbeheer vast.
2 Vermeend ontbreken van een inhoudelijke motivering voor de uitsluiting van de klager van de mededinging en de daarmee verband houdende vordering2.1 Klager voerde aan dat EPSO zijn uitsluiting van het vergelijkend onderzoek niet inhoudelijk had gemotiveerd en dat EPSO hem dergelijke redenen moest geven.
Klager verwees naar de antwoorden die hij op 30 juni 2006 van EPSO ontving in antwoord op zijn brief van 6 juni 2006. EPSO heeft de score voor zijn toets c) bevestigd op grond van het feit dat de jury die toets opnieuw heeft gecontroleerd en heeft geverifieerd dat er geen fouten in de beoordeling zijn gemaakt. EPSO deelde klager ook mee dat het besluit van de raad van bestuur was gebaseerd op de volgende fouten in de toets van klager (c): ernstige misverstanden over de oorspronkelijke tekst; ii) een stijl die niet voldeed aan de EU-normen; iii) onjuiste vertaling van verschillende passages van de oorspronkelijke tekst in de doeltaal; en iv) enkele kleine omissies, evenals grammaticale en interpunctiefouten. EPSO heeft klager ook een ongemarkeerde kopie van de test verstrekt, samen met het evaluatieformulier van de raad voor die test, opgesteld in het Frans (13). Wat dit laatste aspect betreft, voerde klager met name aan dat het Franstalige evaluatieformulier voor hem van weinig waarde was en merkte hij op dat de taal van zijn correspondentie met EPSO Engels was.
2.2 EPSO was van mening dat het klager voldoende uitleg heeft verschaft over het besluit van de jury met betrekking tot zijn toets (c) door middel van (i) de kennisgeving van een cijfer voor de toets; ii) de aanvullende informatie in het evaluatieformulier; en iii) de nadere toelichting in de brief van EPSO van 30 juni 2006 aan klager.
EPSO heeft ook verklaard dat volgens de rechtspraak van de communautaire rechterlijke instanties met betrekking tot vergelijkende onderzoeken van EPSO de kennisgeving van een cijfer en de toezending van het beoordelingsformulier van de jury een voldoende verklaring vormen voor een negatieve beslissing, en heeft daaraan toegevoegd dat het niet de taak van de jury is om vast te stellen hoe ernstig of belangrijk elk van de fouten en omissies van de kandidaat was. EPSO verwees ook naar de rechtspraak van het Gerecht van eerste aanleg en naar de besluiten van de Europese Ombudsman, volgens welke een raad van bestuur niet verplicht is zijn opmerkingen over de beoordeling van een kandidaat op zijn examendocument te schrijven (14).
EPSO concludeerde dat het derhalve niet kon voldoen aan het verzoek van klager om hem een lijst van fouten en omissies te verstrekken, aangezien een dergelijk document niet bestond.
2.3 De Ombudsman merkt op dat dit aspect van de klacht hoofdzakelijk betrekking heeft op de toegang van de kandidaten tot informatie over de ernst en de omvang van de soorten fouten die de jury in vergelijkende onderzoeken voor vertalers heeft vastgesteld.
Deze kwestie is reeds behandeld in het onderzoek van de Ombudsman naar klacht 674/2004/(MF)PB. In zijn ontwerpaanbeveling in die zaak heeft de Ombudsman onder meer de volgende punten naar voren gebracht:
(1) het verstrekken van een kopie van het definitieve beoordelingsformulier van de jury kan een afdoende indicatie zijn van de beoordeling door de jury van de fouten en tekortkomingen die zij in het examendocument van een kandidaat heeft vastgesteld;
(2) wanneer het door het Comité opgestelde beoordelingsformulier betrekking heeft op een vertaaltest (zoals in het onderhavige geval), moet het niet alleen informatie verstrekken over de soorten, maar ook over de ernst en de omvang van de fouten of tekortkomingen die het Comité in het document van de kandidaat heeft vastgesteld, zonder evenwel een onredelijke administratieve last op te leggen aan de Comités (15);
(3) "(...) gezien de ruime beoordelingsmarge waarover de afwikkelingsraad beschikt bij de beoordeling van de prestaties van de kandidaten in de examens, is de afwikkelingsraad niet wettelijk of op grond van de beginselen van behoorlijk bestuur verplicht om de kandidaten een uitvoerig oordeel te geven over de specifieke fouten of tekortkomingen die hij heeft vastgesteld"(16);
(4) het Gerecht van eerste aanleg heeft geoordeeld dat "[...] een jury van een vergelijkend onderzoek niet kan worden verplicht om bij de motivering van het verzuim van een kandidaat om deel te nemen aan een examen, aan te geven welke antwoorden van de kandidaat ontoereikend werden geacht of uit te leggen waarom die antwoorden ontoereikend werden geacht."(17)
2.4 In het licht van het bovenstaande onderzocht de Ombudsman het evaluatieformulier dat EPSO aan klager had toegezonden. Hij merkt op dat volgens dit beoordelingsformulier de jury haar beoordeling van zijn toets c) heeft gebaseerd op de volgende criteria:(18)
"● Begrip van de brontaal en de brontekst
- Begrip van de tekst / Mogelijkheid om de tekst te begrijpen en ermee om te gaan
Samenhang en structuur van de tekst
Logische redeneervaardigheden met betrekking tot de vertaling van moeilijke passages
● Commando van de doeltaal
- Duidelijkheid, precisie, beknoptheid
- Stijl, presentatie".
Bovendien bevatte het evaluatieformulier de volgende informatie over de beoordeling van de test van de klager:
- In de rubriek "Algemene evaluatie" werd het laagste van de vijf mogelijke vakken (onvoldoende, < 20 punten) aangevinkt voor beide groepen van de bovengenoemde evaluatiecriteria. De toegekende score was 0,25 van de 40 punten.
- In de rubriek "Schriftelijke beoordeling" werd het laagste van de vijf mogelijke beoordelingen aangevinkt: "Onvoldoende testpapier dat niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de aard en het niveau van de functies van het vergelijkend onderzoek."(19)
2.5 Bovendien heeft EPSO klager in zijn brief van 30 juni 2006 de volgende informatie over de in zijn testdocument vastgestelde fouten verstrekt:
i) de soorten fouten ("misverstanden van de oorspronkelijke tekst"; "stijl die niet aan de EU-normen voldoet"; "onjuiste vertaling van verschillende passages van de oorspronkelijke tekst in de doeltaal"; "omissies", "grammaticale en interpunctiefouten");
ii) de ernst van de fouten ("ernstige misverstanden", "kleine omissies"); en
iii) de omvang van de fouten ("onjuiste vertaling van verschillende passages", "enkele kleine omissies") (onderstreping toegevoegd).
2.6 In het licht van het bovenstaande is de Ombudsman van mening dat EPSO, door klager i) het beoordelingsformulier te verstrekken zoals beschreven in punt 2.4 hierboven, en ii) aanvullende informatie zoals beschreven in punt 2.5 hierboven, de beoordeling van de raad van bestuur met betrekking tot de fouten van klager adequaat heeft aangegeven.
Bovendien herinnert hij eraan dat de beoordelingsfiche betrekking heeft op een vertaaltest ter beoordeling van de kennis en vaardigheden van de kandidaten die nodig zijn om hoofdzakelijk politieke, juridische, economische, financiële, wetenschappelijke of technische teksten in hun hoofdtaal te vertalen, die vaak veeleisend zijn en alle werkterreinen van de Europese Unie bestrijken. Bovendien werd bij de vertaaltoets bijzonder belang gehecht aan het vermogen van kandidaten om allerlei, vaak complexe problemen te begrijpen, snel te reageren op veranderende omstandigheden en doeltreffend te communiceren (20).
2.7 Wat ten slotte de verklaringen van klager betreft over het feit dat het evaluatieformulier dat EPSO hem heeft toegezonden in het Frans is opgesteld, merkt de Ombudsman op dat, overeenkomstig artikel 10, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (21), documenten in een bestaande versie en in een bestaand formaat moeten worden verstrekt. Dit werkdocument van de jury lijkt dus alleen in het Frans te hebben bestaan, de werktaal van de jury. Daarom lijkt het niet gerechtvaardigd om EPSO te verzoeken een Engelstalige versie van het evaluatieformulier over te leggen. Bovendien werd de inhoud van het evaluatieformulier in het Engels aan klager uitgelegd in het advies van EPSO en opnieuw in dit besluit.
2.8 Om al deze redenen stelt de Ombudsman vast dat er geen sprake is van wanbeheer met betrekking tot de tweede bewering van klager en is hij van mening dat zijn daarmee verband houdende vordering niet kan worden gehonoreerd.
3 ConclusieDe Ombudsman concludeert dat het onderzoek naar deze klacht geen geval van wanbeheer aan het licht heeft gebracht. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De directeur van EPSO zal van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
(1) Bekendmaking van het vergelijkend onderzoek in PB 2005, C 117 A, blz. 3.
(2) Vertaling uit het Frans door de diensten van de Ombudsman, op basis van het advies van EPSO.
(3) Vertaling uit het Frans door de diensten van de Ombudsman.
(4) Klager heeft niet om een dergelijke kopie verzocht.
(5) EPSO heeft geen specifiek geval genoemd. De Ombudsman verstaat onder verwijzing naar zaak T-19/03, Konstantopoulou/Hof van Justitie, JurAmbt. 2004, I-A-25 en II-107, punten 32 en 33.
(6) punt 61 van het arrest in zaak T-19/03, Konstantopoulou/Hof van Justitie, reeds aangehaald 5; en het besluit van de Ombudsman over klacht 324/2003/MF, te vinden op zijn website (http://www.ombudsman.europa.eu).
(7) Zaak T-53/00, Angioli/Commissie, JurAmbt. 2003, blz. I-A-13 en II-73, punt 94: "[De] overtuiging van een klager dat hij de gestelde vragen correct heeft beantwoord (...) vormt geen onweerlegbaar bewijs van een kennelijke beoordelingsfout [door de beoordelaars]"(Vertaling uit het oorspronkelijke Frans verstrekt door EPSO).
(8) Zie voetnoot 7.
(9) Zaak T-193/00, Felix/Commissie, JurAmbt. 2002, blz. I-A-23 en II-101, punt 36.
(10) Zaak T-294/03, Gibault/Commissie, JurAmbt. 2005, blz. I-A-141 en II-635, punt 41.
(11) Zie voetnoot 7.
(12) Zie bijlage bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek (verzoeken tot heroverweging - Beroepsprocedures - Klachten bij de Europese Ombudsman).
(13) Het evaluatieformulier wordt in detail beschreven op de bladzijden 2 en 3 hierboven.
(14) Zie voetnoot 6.
(15) Zie punt 1.6 van de ontwerpaanbeveling, die te vinden is op de website van de Ombudsman (http://www.ombudsman.europa.eu).
(16) Zie punt 1.8 van de ontwerpaanbeveling.
(17) Zaak T-294/03, Gibault/Commissie, JurAmbt. 2005, blz. I-A-141 en II-635, punt 42.
(18) Zie voetnoot 2.
(19) Zie voetnoot 3.
(20) Punt A.I. van de aankondiging van vergelijkend onderzoek.
(21) PB L 145, blz. 43.