Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 415/2006/TN tegen de Europese Commissie
Besluiten
Zaak 415/2006/TN - Geopend op Vrijdag | 31 maart 2006 - Besluit over Woensdag | 20 december 2006
Straatsburg, 20 december 2006
Geachte heer S.,
Op 11 februari 2006 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over de wijze waarop een telefonisch verzoek om informatie door de Europese Commissie was behandeld. Bij e-mails van 16 en 17 maart 2006 heeft u nadere informatie over uw klacht verstrekt.
Op 31 maart 2006 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Commissie. Na enige vertraging, waarvan u bij e-mail van 20 juli 2006 in kennis werd gesteld, heeft de Commissie op 21 augustus 2006 haar advies in het Zweeds uitgebracht. Ik heb het u vóór 31 oktober 2006 doen toekomen met de uitnodiging om, indien u dat wenst, opmerkingen te maken. Er zijn geen opmerkingen van u ontvangen.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Volgens de klager zijn de relevante feiten, samengevat, de volgende:
Op 6 februari 2006 heeft hij de Commissie gebeld om te vragen of de Commissie of de Raad van de Europese Unie verplichtingen of mogelijkheden had om hun steun te betuigen aan Denemarken in zijn onenigheid met een aantal moslimlanden. Het telefoontje werd gedaan naar het nummer +3222991111 en, voor zover hij zich herinnert, werd het net na het middaguur gedaan. De persoon bij de Commissie die zijn telefoongesprek beantwoordde, vermeldde niet haar naam, maar legde uit dat de vraag te ingewikkeld was om te beantwoorden. Zij stelt voor dat hij de heer Solana rechtstreeks belt en hem daartoe het volgende telefoonnummer verstrekt: +3222856111. Op dit nummer antwoordde een man. De persoon die antwoordt, heeft echter ook zijn naam niet vermeld. Klager vroeg om de heer Solana en werd doorgestuurd naar een vrouwelijke secretaresse die haar naam niet vermeldde en die hem vertelde dat hij niet met de heer Solana kon spreken. De secretaris zegt dat de vraag niet gemakkelijk te beantwoorden is en legt hem door aan de persoon die verantwoordelijk is voor de contacten met de pers. Die persoon kon de vraag ook niet beantwoorden.
De volgende dag nam hij contact op met de vertegenwoordiging van de Commissie in Stockholm en sprak hij met de advocaat van Eurojus, die wel zijn naam vermeldde. De advocaat antwoordde per e-mail, die weliswaar interessante informatie bevatte over het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, maar zijn vraag niet beantwoordde. De advocaat was echter op zijn minst behulpzaam en toonde een oprechte interesse om te proberen te helpen.
De vraag bleef dus onbeantwoord en klager was ontevreden over de manier waarop hij werd behandeld toen hij contact opnam met Brussel. Niemand toonde interesse in het beantwoorden van zijn vraag of verwees hem door naar iemand die kon antwoorden. Het feit dat geen van de personen met wie hij had gesproken, de moeite nam om zijn of haar naam te noemen, maakte de zaken nog ingewikkelder.
Klager voerde aan dat de Commissie bij de behandeling van zijn telefonische informatieverzoek van 6 februari 2006 niet heeft gehandeld in overeenstemming met haar beleid van grotere openheid en vriendelijkheid jegens de burgers (1).
Het onderzoek
Advies van de CommissieIn haar advies heeft de Europese Commissie samenvattend de volgende opmerkingen gemaakt:
In januari-februari 2006 veroorzaakte de publicatie van de cartoons met Mohammed, de profeet van de islam, een reeks reacties, zowel in Europa als in de Arabische en islamitische wereld. De diensten van het directoraat-generaal Buitenlandse Betrekkingen van de Commissie, die zich destijds bezighielden met de cartooncrisis, herinneren zich niet dat zij een mededeling van klager hadden ontvangen waarin om informatie over de kwestie werd verzocht.
Uit de klacht bij de Ombudsman blijkt dat klager contact heeft opgenomen met een algemeen telefoonnummer van de Commissie en dat hij helaas niet is doorgestuurd naar de bevoegde diensten.
Tijdens de betrokken periode is een maximale inspanning geleverd om alle transparantieregels zorgvuldig na te leven en alle communicatiemiddelen (telefoon, post, verklaringen, website) te gebruiken om dit doel te bereiken. In het kader van deze zaak zijn de diensten van de Commissie ervan overtuigd dat klager geen contact had met de verantwoordelijke diensten.
Met betrekking tot de inhoudelijke vraag van klager over de verplichting of de mogelijkheid van de Commissie om steun te betuigen aan Denemarken, legde de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, op 15 februari 2006 een verklaring af waarin hij het volgende verklaarde: "(...) Ik heb met de premier van Denemarken gesproken en de solidariteit van de Commissie betuigd. Ik wil hier vandaag ook mijn solidariteit betuigen aan het Deense volk. een volk dat terecht de reputatie geniet te behoren tot de meest open en tolerante mensen, niet alleen in Europa, maar ook in de wereld (...)."
Het is dus duidelijk dat klager op 6 februari 2006 geen contact heeft opgenomen met de verantwoordelijke diensten binnen de Commissie en de Commissie betreurt het dat het telefoongesprek van klager niet naar behoren is doorgeschakeld naar de verantwoordelijke eenheid. Als zijn telefoongesprek naar behoren was omgeleid, zou hij een volledig antwoord hebben gekregen over de standpunten en voorstellen van de Commissie met betrekking tot de crisis.
Opmerkingen van klagerKlager werd verzocht opmerkingen over het standpunt van de Commissie in te dienen. Van klager zijn geen opmerkingen ontvangen.
BESLUIT
1 Behandeling door de Commissie van het verzoek om inlichtingen van klager1.1 De klacht heeft betrekking op de wijze waarop het telefonische verzoek om inlichtingen van klager door de Commissie is behandeld. Volgens klager heeft hij de Commissie op 6 februari 2006 gebeld om te vragen of de Commissie of de Raad verplichtingen of mogelijkheden had om hun steun te betuigen aan Denemarken in zijn onenigheid met een aantal moslimlanden. Het telefoontje werd gedaan naar het nummer +3222991111 en, voor zover hij zich herinnert, werd het net na het middaguur gedaan. De persoon bij de Commissie die zijn telefoongesprek beantwoordde, vermeldde niet haar naam, maar legde uit dat de vraag te ingewikkeld was om te beantwoorden. Zij stelde voor dat hij de heer Solana rechtstreeks zou bellen en hem een telefoonnummer zou geven om dit te doen. Niemand in de Raad kon zijn vraag echter beantwoorden. De vraag bleef dus onbeantwoord en klager was ontevreden over de manier waarop hij werd behandeld toen hij contact opnam met Brussel. Volgens klager heeft niemand belangstelling getoond voor het beantwoorden van zijn vraag of hem doorverwezen naar iemand die kon antwoorden. Klager voegde daaraan toe dat het feit dat geen van de personen die telefonisch met hem spraken, er om gaf zijn of haar naam te vermelden, de zaken nog ingewikkelder maakte. Klager voerde aan dat de Commissie bij de behandeling van zijn telefonische informatieverzoek van 6 februari 2006 niet heeft gehandeld in overeenstemming met haar beleid van grotere openheid en vriendelijkheid jegens de burgers (2).
1.2 De Commissie herinnerde eraan dat de publicatie van de cartoons over Mohammed, de profeet van de islam, in januari-februari 2006 een reeks reacties opriep, zowel in Europa als in de Arabische en islamitische wereld. De diensten van het directoraat-generaal Buitenlandse Betrekkingen van de Commissie, die zich destijds met de cartooncrisis bezighielden, herinneren zich echter niet dat zij een mededeling van klager hadden ontvangen waarin om informatie over de kwestie werd verzocht. Uit de klacht bij de Ombudsman blijkt dat klager contact heeft opgenomen met een algemeen telefoonnummer van de Commissie en dat hij helaas niet is doorgestuurd naar de bevoegde diensten. De Commissie betreurt het dat het telefoongesprek van klager niet naar behoren is doorgeschakeld naar de verantwoordelijke eenheid. Als zijn telefoongesprek naar behoren zou zijn omgeleid, zou hij een volledig antwoord hebben gekregen over de standpunten en voorstellen van de Commissie met betrekking tot de crisis.
1.3 Met betrekking tot de inhoudelijke vraag van klager legde de Commissie uit dat haar voorzitter, de heer Barroso, op 15 februari 2006 een verklaring heeft afgelegd waarin het volgende werd verklaard: "(...) Ik heb met de premier van Denemarken gesproken en de solidariteit van de Commissie betuigd. Ik wil hier vandaag ook mijn solidariteit betuigen aan het Deense volk. een volk dat terecht de reputatie geniet te behoren tot de meest open en tolerante mensen, niet alleen in Europa, maar ook in de wereld (...)".
1.4 De Ombudsman merkt op dat artikel 12, lid 1, van de Europese code van goed administratief gedrag (3) ("de code") bepaalt dat "[d]e ambtenaar [...] dienstgericht, correct, hoffelijk en toegankelijk [moet] zijn in de betrekkingen met het publiek. Bij het beantwoorden van correspondentie, telefoongesprekken en e-mails tracht de ambtenaar zo behulpzaam mogelijk te zijn en antwoordt hij zo volledig en nauwkeurig mogelijk op de gestelde vragen." Artikel 12, lid 2, van het wetboek bepaalt voorts dat "[i]ndien de ambtenaar niet verantwoordelijk is voor de betrokken zaak, hij de burger doorverwijst naar de bevoegde ambtenaar."
1.5 In casu staat vast dat klager, toen hij op 6 februari 2006 telefonisch contact opnam met de Commissie om een specifieke vraag te stellen, zich niet tot de bevoegde ambtenaar heeft gewend, zoals de code vereist. De Ombudsman herinnert eraan dat een handeling die niet in overeenstemming is met de bepalingen van het wetboek een geval van wanbeheer vormt. De Ombudsman merkt echter op dat de Commissie in de onderhavige zaak heeft toegegeven dat er een fout is gemaakt en in dit verband haar spijt heeft betuigd. In haar advies gaf de Commissie verder een inhoudelijk antwoord op de vraag van klager. In het licht van het feit dat de Commissie haar fout heeft erkend en betreurd en heeft gehandeld om wijzigingen aan te brengen, vindt de Ombudsman geen redenen om verder onderzoek naar de zaak te verrichten.
1.6 Met betrekking tot het argument van klager dat de persoon die de telefoon bij de Commissie beantwoordde, haar naam niet heeft vermeld, merkt de Ombudsman op dat klager lijkt te hebben gebeld op het nummer +3222991111, dat volgens het officiële telefoonboek van de Europese Unie het nummer van de "exploitant" van de Commissie is. De Ombudsman is van mening dat, op basis van de eis van de code dat ambtenaren servicegericht, correct, hoffelijk en toegankelijk moeten zijn in de betrekkingen met het publiek, het voldoende zou zijn dat een exploitant van een schakelbord die een algemeen telefoonnummer van de Commissie beantwoordt, uitlegt dat de beller de Commissie heeft bereikt. Aangezien klager niet heeft aangevoerd dat de exploitant van het schakelbord dit niet heeft gedaan, stelt de Ombudsman vast dat de Commissie in dit verband geen wanbeheer heeft gepleegd.
2 ConclusieOp basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijken er geen redenen te zijn om verder te gaan met de kwestie dat klager niet met zijn verzoek om informatie aan de bevoegde diensten van de Commissie was gericht.
De Ombudsman heeft geen wanbeheer door de Commissie vastgesteld met betrekking tot het feit dat de persoon die de telefoon beantwoordt, zijn naam niet heeft vermeld.
De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van de Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
P. Nikiforos DIAMANDOUROS
(1) Klager heeft dezelfde bewering gedaan tegen de Raad van de Europese Unie. De klacht tegen de Raad wordt behandeld als een afzonderlijke zaak (klacht 817/2006/TN) en omvat een afzonderlijk besluit.
(2) Klager heeft dezelfde bewering gedaan tegen de Raad van de Europese Unie. De klacht tegen de Raad wordt behandeld als een afzonderlijke zaak (klacht 817/2006/TN) en omvat een afzonderlijk besluit.
(3) De Europese code van goed administratief gedrag is beschikbaar op de website van de Ombudsman (http://www.ombudsman.europa.eu/code/pdf/en/code2005_en.pdf).