FOR PREVIEWING & TESTING PURPOSES ONLY.
This notification will disappear once the page will be published.
This link is available for less than 30 minutes.
  • Makkelijk te lezen
  • Tekstgrootte

Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?

Huidige taal: 
  • Nederlands
Brontaal: 
beschikbare talen: 
De vertaling van deze pagina is automatisch geproduceerd met behulp van machinevertaling.
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.

Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 242/2006/BM tegen de Europese Commissie

Op 8 november 2000 zond klager een brief aan de Commissie, waarin hij om hulp vroeg om een probleem met het Spaanse rechtsstelsel op te lossen. De Commissie zond hem een ontvangstbevestiging van 20 november 2000, waarin zij uiteenzette dat zijn brief een referentienummer had gekregen en was toegewezen aan het directoraat-generaal Justitie en Binnenlandse Zaken van de Commissie. Klager heeft echter nooit een inhoudelijk antwoord ontvangen. Hij achtte het onacceptabel dat de Commissie na vijf jaar geen antwoord gaf op zijn correspondentie en verzocht de Ombudsman de situatie te onderzoeken.

In haar standpunt bevestigde de Commissie dat zij de brief van klager van 8 november 2000 had ontvangen en een ontvangstbevestiging had gestuurd. Voorts legde zij uit dat klager in 2003 opnieuw contact had opgenomen met de Commissie om te verzoeken om een antwoord op zijn brief. De Commissie betreurde het dat zij niet ten gronde had geantwoord, erkende dat de tekortkoming niet in overeenstemming was met haar verplichtingen en regels en bood haar excuses aan. Voorts heeft de Commissie uitgelegd dat zij klager op 14 juli 2006 een brief had gestuurd waarin zij zich verontschuldigde voor de vertraging en klager meedeelde dat zijn zaak een binnenlandse dimensie had en geen verband hield met het EG-recht, aangezien zij verwees naar een contractuele relatie tussen twee Spaanse ondernemingen en naar een probleem met het Spaanse rechtsstelsel. De Commissie adviseerde de klager contact op te nemen met de verantwoordelijke nationale autoriteiten.

De Ombudsman herinnerde eraan dat zowel de Europese code van goed administratief gedrag als de code van goed administratief gedrag van de Commissie voor het personeel van de Europese Commissie in hun betrekkingen met het publiek specifieke bepalingen bevatten met betrekking tot de antwoorden op correspondentie. Hij merkte ook op dat de Commissie in haar advies had toegegeven dat zij deze bepalingen niet naleefde. In het licht van de feiten van de zaak vond de Ombudsman geen reden om aan te nemen dat de Commissie het niet eens zou zijn met de beoordeling van klager van zijn gedrag. De Ombudsman merkte echter op dat de Commissie op deze klacht had gereageerd door openlijk te erkennen dat zij niet in overeenstemming met haar regels en taken had gehandeld en dat zij zich zowel rechtstreeks als via haar advies over de klacht bij de klager had verontschuldigd. De Ombudsman was ingenomen met het antwoord van de Commissie en met het feit dat de Commissie zelf de informatie had verstrekt dat klager in 2003 opnieuw contact met de Commissie had opgenomen om te verzoeken om een antwoord op zijn brief, maar dat na deze herinnering geen antwoord was gegeven. Tot slot merkte de Ombudsman ook op dat de Commissie een inhoudelijk antwoord had gegeven aan klager, die geen andere argumenten had aangevoerd. De Ombudsman was derhalve van mening dat het niet nodig was verder onderzoek te verrichten.


Straatsburg, 21 december 2006

Geachte heer P.,

Op 24 januari 2006 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen de Europese Commissie omdat deze instelling uw correspondentie niet heeft beantwoord.

Op 23 februari 2006 hebben mijn diensten informeel contact opgenomen met de Commissie over uw zaak.

Op 16 maart 2006 heb ik de voorzitter van de Commissie van uw klacht in kennis gesteld en hem verzocht uiterlijk op 30 juni 2006 advies uit te brengen.

Op 24 mei 2006 heeft u, na een telefoongesprek met mijn secretariaat, aanvullende informatie gestuurd, die ik op 12 juni 2006 heb erkend en aan de Commissie heb toegezonden.

Op 23 juni 2006 heeft de Commissie verzocht om verlenging van de termijn voor haar advies tot en met 31 juli 2006, hetgeen ik op 3 juli 2006 heb toegestaan. Bij brief van dezelfde datum werd u van deze verlenging in kennis gesteld. Op 21 september 2006 heb ik de Commissie verzocht haar advies uiterlijk op 30 september 2006 in te dienen.

Op 4 oktober 2006 heeft de Commissie haar advies in het Engels uitgebracht. Op 12 oktober 2006 heeft de Commissie een vertaling van haar advies in het Spaans toegezonden, die u op 19 oktober 2006 is toegezonden, met het verzoek opmerkingen te maken.

Op 2 november 2006 heeft u mij uw opmerkingen toegezonden.

Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.


Het KLACHT

De feiten van de zaak zijn volgens de klager samengevat als volgt:

Op 8 november 2000 zond klager een brief aan de Commissie, waarin hij om hulp vroeg om een probleem met het Spaanse rechtsstelsel op te lossen. De Commissie zond hem een ontvangstbevestiging van 20 november 2000, waarin zij uiteenzette dat zij, na ontvangst van de correspondentie van klager op 17 november 2000, een referentienummer (ref. SG00A/14502) had gekregen en was toegewezen aan het directoraat-generaal Justitie en Binnenlandse Zaken van de Commissie. Klager heeft echter nooit een inhoudelijk antwoord ontvangen.

In zijn klacht bij de Ombudsman voerde klager aan dat het niet beantwoorden door de Commissie van zijn correspondentie na vijf jaar onaanvaardbaar was en verzocht hij de Ombudsman de situatie te onderzoeken.

Op 23 februari 2006 heeft het secretariaat van de Ombudsman contact opgenomen met de Commissie om informatie te verkrijgen over de behandeling van de correspondentie van klager. In het licht van de resultaten van dit contact was de Ombudsman van mening dat het niet passend was de zaak te behandelen via de speciale procedure met betrekking tot beschuldigingen dat correspondentie niet was beantwoord. De Ombudsman heeft de Commissie daarom om advies verzocht.

De Ombudsman heeft de Commissie verzocht een advies uit te brengen over de volgende bewering:

Klager stelt, kort samengevat, dat de Commissie, na de ontvangst van zijn brief van 8 november 2000 te hebben bevestigd, deze brief niet heeft beantwoord.

De Ombudsman stelde ook voor dat de Commissie rechtstreeks contact zou opnemen met klager om het probleem op te lossen.

Na een telefoongesprek met het secretariaat van de Ombudsman heeft klager op 24 mei 2006 aanvullende informatie verstrekt, waaronder een kopie van de ontvangstbevestiging van de Commissie. Hij legde ook uit dat hij geen kopie van de aan de Commissie toegezonden originele documenten had bewaard. Deze informatie is op 12 juni 2006 aan de Commissie toegezonden, zodat deze bij de opstelling van haar advies in aanmerking kon worden genomen.

Het onderzoek

Advies van de Commissie

In haar advies heeft de Commissie eerst de achtergrond van de zaak beschreven. Zij verklaarde dat haar secretariaat-generaal op 17 november 2000 een brief van klager van 8 november 2000 had ontvangen. Deze brief werd bevestigd op 20 november 2000 (referentie SG(00)A/14502). De Commissie merkte op dat de ontvangstbevestiging op 21 november 2000 aan klager was toegezonden.

De Commissie legde uit dat klager eigenaar en bestuurder was van een touringcar in Spanje. In zijn klacht bij de Commissie legde hij uit dat zijn onderneming ("P. S.L.") een contract had gesloten met de Spaanse onderneming "Samar". Hij beweerde dat hij een rechtszaak tegen dit bedrijf had verloren als gevolg van een fout van zijn Spaanse advocaat, die in plaats van een vordering in te dienen tegen Samar in naam van zijn bedrijf (P. S.L.) dit in eigen naam deed (P.). Klager beweerde ook dat zijn advocaat hem had misleid, aangezien hij twee in plaats van één beroep had kunnen instellen, maar weigerde dit te doen. Bovendien beweerde klager dat de Spaanse rechter die de zaak behandelde het bestaande bewijsmateriaal niet naar behoren had onderzocht (Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg nº 39 van 3 juli 1997). Klager had de Commissie daarom verzocht zijn problemen op te lossen. De Commissie gaf aan dat klager de brieven die hij over dit onderwerp aan de Spaanse autoriteiten had gestuurd, had bijgevoegd.

De Commissie herinnerde eraan dat haar diensten, na informeel te zijn benaderd door de diensten van de Ombudsman, hadden uitgelegd dat klager in 2003 contact had opgenomen met de Commissie om een antwoord op zijn brief te vragen. De Commissie betreurde het dat een passende follow-up van de correspondentie van klager niet was gewaarborgd, aangezien zij haar inhoudelijk niet had geantwoord. De Commissie heeft haar excuses aangeboden voor het feit dat zij niet heeft geantwoord overeenkomstig haar plichten en regels.

Wat de inhoud van de correspondentie van klager betreft, was de Commissie van mening dat de door klager beschreven situatie met betrekking tot zijn problemen met het Spaanse rechtsstelsel, met name de vermeende fout van de advocaat van klager, niet onder de bevoegdheid van de Commissie viel, aangezien in deze zaak geen verband met het EG-recht was vastgesteld. De Commissie merkte op dat zij alleen kon optreden in gevallen van schending van grondrechten die binnen het toepassingsgebied van het EG-recht vallen.

De Commissie deelde de Ombudsman mee dat haar diensten klager op 14 juli 2006 een brief (referentie D/8568) hadden gestuurd waarin zij zich verontschuldigden voor de late beantwoording en hem op de hoogte stelden van de omvang van de bevoegdheden van de Commissie. De Commissie legde in deze brief uit dat zijn zaak een binnenlandse dimensie had en geen verband hield met het EG-recht, aangezien zij verwees naar een contractuele relatie tussen twee Spaanse ondernemingen (P. S.L. en Samar) en naar een probleem met het Spaanse rechtsstelsel. De Commissie adviseerde de klager contact op te nemen met de verantwoordelijke nationale autoriteiten. Bij het advies van de Commissie is een kopie van deze brief gevoegd.

Opmerkingen van klager

In zijn opmerkingen over het standpunt van de Commissie verklaarde klager dat het gedrag van de Commissie onaanvaardbaar was, aangezien zij pas na tussenkomst van de Ombudsman op zijn correspondentie had geantwoord.

Klager legde uit dat zijn advocaat door zijn orde van advocaten was gesanctioneerd. Hij merkte op dat hij niet over voldoende economische middelen beschikte om een nieuwe gerechtelijke procedure in te leiden en dat deze kwestie voor hem tot ernstige financiële verliezen had geleid. Hij bedankte de Ombudsman voor zijn belangstelling en inzet in de zaak.

BESLUIT

1 Geen antwoord op de brief van klager

1.1 Klager stelt dat de Commissie, na ontvangst van zijn brief van 8 november 2000 te hebben bevestigd, deze brief niet heeft beantwoord.

Hij legt uit dat hij op 8 november 2000 een brief heeft gestuurd naar de Commissie, die hem een ontvangstbevestiging met een referentienummer (ref. SG00A/14502) heeft gestuurd, volgens welke zijn correspondentie op 17 november 2000 was ontvangen en was toegewezen aan het directoraat-generaal Justitie en Binnenlandse Zaken van de Commissie. Klager heeft echter nooit een inhoudelijk antwoord ontvangen.

1.2 In haar standpunt bevestigde de Commissie dat zij de brief van klager van 8 november 2000 had ontvangen en een ontvangstbevestiging had gestuurd. De Commissie legde ook uit dat klager in 2003 opnieuw contact met de Commissie had opgenomen om te verzoeken om een antwoord op zijn brief. De Commissie betreurde het dat zij niet ten gronde had geantwoord, erkende dat de tekortkoming niet in overeenstemming was met haar verplichtingen en regels, en bood haar excuses aan. Voorts heeft de Commissie uitgelegd dat zij klager op 14 juli 2006 een brief heeft gestuurd waarin zij zich verontschuldigde voor de vertraging en klager in kennis stelde van de omvang van de bevoegdheden van de Commissie met betrekking tot zijn zaak.

1.3 In zijn opmerkingen over het standpunt van de Commissie verklaarde klager dat het gedrag van de Commissie onaanvaardbaar was, aangezien zij pas na tussenkomst van de Ombudsman op zijn correspondentie had geantwoord.

1.4 De Ombudsman herinnert er in de eerste plaats aan dat zowel de Europese code van goed administratief gedrag als de eigen code van goed administratief gedrag van de Commissie voor het personeel van de Europese Commissie in hun betrekkingen met het publiek specifieke bepalingen bevatten met betrekking tot de antwoorden op correspondentie.

De Ombudsman merkt op dat de Commissie in haar advies toegeeft dat zij deze bepalingen niet heeft nageleefd.

1.5 In het licht van de feiten van de zaak ziet de Ombudsman geen reden om aan te nemen dat de Commissie het niet eens zou zijn met de in punt 1.3 hierboven genoemde beoordeling van klager van zijn gedrag.

1.6 De Ombudsman merkt echter op dat de Commissie op deze klacht heeft gereageerd door openlijk te erkennen dat zij niet heeft gehandeld in overeenstemming met haar regels en plichten en dat zij zich bij de klager heeft verontschuldigd, zowel rechtstreeks als via haar advies over de klacht. De Ombudsman is ingenomen met dit antwoord. De Ombudsman is ook ingenomen met het feit dat de Commissie zelf de informatie heeft verstrekt dat klager in 2003 opnieuw contact met de Commissie had opgenomen om te verzoeken om een antwoord op zijn brief, maar dat na deze herinnering geen antwoord was gegeven.

1.7 De Ombudsman merkt ook op dat de Commissie nu een inhoudelijk antwoord heeft gegeven aan klager, die geen andere argumenten heeft aangevoerd.

1.8 In de hierboven beschreven omstandigheden acht de Ombudsman het niet nodig nader onderzoek te doen naar de onderhavige klacht.

Conclusie

De Ombudsman is van oordeel dat er geen verder onderzoek nodig is en sluit daarom de zaak.

De voorzitter van de Commissie zal van dit besluit in kennis worden gesteld.

Met vriendelijke groet,

 

P. Nikiforos DIAMANDOUROS

Wat vond u van deze automatische vertaling? Deel uw mening!