Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met haar voorstel voor de toepassing van de rechtsstaatprocedure in Hongarije heeft behandeld (zaak 646/2024/PVV)
Besluiten
Zaak 646/2024/PVV - Geopend op Donderdag | 18 april 2024 - Aanbeveling omtrent Donderdag | 13 februari 2025 - Besluit over Woensdag | 29 oktober 2025 - Betrokken instelling Europese Commissie ( Oplossing bereikt ) - Land Hongarije
Klacht ingediend
03/04/2024Onderzoek van de klacht
04/04/2024Onderzoek gaande
18/04/2024Voorlopige uitkomst
13/02/2025Uitkomst van het onderzoek
29/10/2025
De zaak betrof een verzoek om toegang van het publiek tot documenten in verband met het voorstel van de Europese Commissie voor de toepassing van de "rechtsstaatprocedure" in Hongarije (voorstel voor een besluit van de Raad op basis van de conditionaliteitsverordening). De Commissie heeft vastgesteld dat veertien documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek vallen en heeft alle documenten, op onderdelen na, openbaar gemaakt. Door toegang tot deze delen te weigeren, heeft zij zich beroepen op twee uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten, met het argument dat openbaarmaking lopende gerechtelijke procedures en haar besluitvormingsproces zou kunnen ondermijnen.
De Ombudsman opende een onderzoek en trachtte de betrokken documenten in te zien. Haar onderzoeksteam heeft tweemaal met vertegenwoordigers van de Commissie vergaderd om de zaak te bespreken. Op basis van haar onderzoek was de Ombudsman niet overtuigd door de toepassing van de twee door de Commissie aangevoerde uitzonderingen op de toegang van het publiek. De Ombudsman deed daarom een voorstel voor een oplossing en verzocht de Commissie haar standpunt ten aanzien van het verzoek te heroverwegen met het oog op een betere toegang van het publiek.
De Commissie aanvaardde het voorstel van de Ombudsman voor een oplossing en gaf volledige toegang tot de gevraagde documenten. De Ombudsman sloot het onderzoek af en was ingenomen met het positieve antwoord van de Commissie.
Achtergrond van de klacht
1. De rechtsstaat is een van de fundamentele waarden van de EU.[1] De Europese Commissie beschikt over verschillende mechanismen om de eerbiediging van de rechtsstaat in de EU-lidstaten te waarborgen. In 2021 werd de conditionaliteitsverordening [2] of “conditionaliteitsregeling” onder deze mechanismen opgenomen.[3] De conditionaliteitsregeling stelt de Commissie in staat de Raad van de EU voor te stellen maatregelen vast te stellen ter bescherming van de financiële belangen van de EU tegen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat.
2. In december 2022 heeft de Raad op voorstel van de Commissie [4] voor het eerst een uitvoeringsbesluit [5] uit hoofde van de conditionaliteitsverordening vastgesteld. Concreet heeft de Raad besloten ongeveer 6,3 miljard EUR aan EU-middelen die aan Hongarije zijn toegewezen voor de bescherming van de EU-begroting op te schorten in het licht van schendingen van de beginselen van de rechtsstaat met betrekking tot overheidsopdrachten en corruptiebestrijdingsonderzoeken en -vervolging.[6] In december 2023 en 2024 heeft de Commissie besloten deze maatregelen te handhaven [7].
3. Een van de maatregelen [8] die zijn genomen om de financiële belangen van de EU te beschermen, is de opschorting van EU-financiering voor Hongaarse trusts van openbaar belang of entiteiten die door een dergelijke trust van openbaar belang worden onderhouden. De Commissie en de Raad zijn bezorgd over het gebrek aan transparantie bij het beheer van EU-middelen door deze trusts en over het feit dat de regels inzake overheidsopdrachten en belangenconflicten niet op hen van toepassing zijn [9].
4. In maart 2023 hebben zes universiteiten/instellingen voor hoger onderwijs die worden onderhouden door Hongaarse trusts van openbaar belang bij het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) beroep tot nietigverklaring [10] ingesteld tegen de desbetreffende bepaling van het uitvoeringsbesluit van de Raad. Sommige van deze instellingen betwistten ook [11] een daarmee verband houdende gezamenlijke verklaring van de betrokken commissarissen en mededelingen van de Commissie over hetzelfde onderwerp. Meer recentelijk, in februari 2025, wendde Hongarije zich tot het HvJ-EU om het besluit van de Commissie van december 2024 om de opschorting van EU-financiering voor trusts van openbaar belang te handhaven, aan te vechten [12].
5. Tegen deze achtergrond heeft de klager in december 2023 een verzoek ingediend om toegang van het publiek tot documenten [13] als bedoeld in de toelichting of de hoofdtekst van het voorstel van de Commissie in het kader van de conditionaliteitsverordening. Meer in het bijzonder heeft klager de Commissie verzocht om toegang van het publiek tot het “verzoek om informatie”, de “schriftelijke kennisgeving” en de “intentiebrief” van de Commissie, zoals verzonden aan Hongarije. Daarnaast had het verzoek van de klager om toegang betrekking op een studie over Hongaarse gegevens over overheidsopdrachten, “alle documenten die informatie bevatten over “het onderzoek van bepaalde gegevens over aanbestedingen” en “verslagen van de media en belanghebbenden”, zoals bedoeld in het voorstel, en documenten met betrekking tot relevante audits en financiële aanbevelingen van de Commissie.
6. Aangezien de klager in februari 2024 geen antwoord van de Commissie heeft ontvangen, heeft hij de Commissie verzocht deze impliciete weigering van hun verzoek te herzien (door een “bevestigend verzoek” in te dienen).
7. In maart 2024 stuurde de Commissie de klager een eerste antwoord op zijn verzoek om toegang. De Commissie heeft gedeeltelijke toegang verleend tot het „verzoek om inlichtingen”, de „schriftelijke kennisgeving” en de „intentiebrief”. Daarbij heeft zij zich beroepen op uitzonderingen op grond van de EU-wetgeving inzake de toegang van het publiek tot documenten (Verordening (EG) nr. 1049/2001), met het argument dat volledige openbaarmaking de bescherming van gerechtelijke procedures [14] en haar besluitvormingsproces [15] zou ondermijnen.
8. Daarnaast heeft de Commissie volledige toegang verleend tot de studie en zes documenten met informatie over het onderzoek van bepaalde aanbestedingsgegevens. De Commissie heeft de klager ook verschillende hyperlinks verstrekt naar openbaar beschikbare verslagen van de media en belanghebbenden. Wat de documenten met betrekking tot audits en financiële aanbevelingen betreft, gaf de Commissie aan dat een afzonderlijk antwoord zou volgen.
9. In april 2024 heeft de Commissie het confirmatief verzoek van de klager afgesloten en de klager meegedeeld dat hij een nieuw verzoek kan indienen indien hij de inhoud van het antwoord van de Commissie van maart 2024 wenst aan te vechten.
10. Ontevreden over het antwoord van de Commissie op hun verzoek om toegang en over haar besluit om hun confirmatief verzoek af te sluiten, wendde klager zich in april 2024 tot de Ombudsman.
Het onderzoek
11. De Ombudsman heeft een onderzoek geopend naar de weigering van de Commissie om volledige toegang te verlenen tot de gevraagde documenten op grond van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
12. Tijdens het onderzoek heeft het onderzoeksteam van de Ombudsman de gevraagde documenten geïnspecteerd en de aanvullende standpunten [16] van de Commissie onderzocht. Het onderzoeksteam van de Ombudsman heeft ook twee keer een ontmoeting gehad met vertegenwoordigers van de Commissie om verdere verduidelijking te krijgen over de weigering van de Commissie om volledige toegang te verlenen tot de gevraagde documenten en haar besluit om het confirmatief verzoek van klager af te sluiten.
13. De Ombudsman deelde vervolgens met klager de aanvullende standpunten van de Commissie en het verslag over de vergaderingen [17]. Klager heeft opmerkingen over beide documenten ingediend.
Het voorstel van de Ombudsman voor een oplossing en het antwoord van de Commissie
14. Op basis van haar onderzoek was de Ombudsman niet overtuigd door de toepassing van de uitzonderingen op de toegang van het publiek waarop de Commissie zich beroept om haar redactie in de gevraagde documenten te rechtvaardigen.
15. Ten eerste verklaarde de Ombudsman dat het niet gemakkelijk duidelijk was hoe de openbaarmaking van alle informatie die onleesbaar was gemaakt op basis van de uitzondering voor de bescherming van gerechtelijke procedures het beginsel van wapengelijkheid en de integriteit van de procedures van universiteiten/instellingen voor hoger onderwijs die door Hongaarse trusts van openbaar belang worden gehandhaafd, zou hebben ondermijnd. Zij was van mening dat er een relevant verband bestaat tussen de gevraagde documenten en die procedure. De Commissie heeft echter niet aangetoond hoe volledige openbaarmaking van de gevraagde documenten verzoekers in deze gerechtelijke procedure bevoorrechte toegang zou verlenen tot interne informatie die nauw verband houdt met de juridische aspecten van de procedure [18].
16. Meer in het bijzonder bleek uit het onderzoek van de documenten door het onderzoeksteam van de Ombudsman dat sommige van de geredigeerde informatie generiek en/of feitelijk van aard is en dat de geredigeerde passages geen afwijkende standpunten bevatten met betrekking tot een juridische kwestie die voor het Hof wordt aangevochten. Bovendien impliceerde het feit dat de gevraagde documenten via officiële kanalen en in overeenstemming met de conditionaliteitsverordening met de Hongaarse autoriteiten werden uitgewisseld, dat het niet ging om “zuiver interne documenten”. [19] Tot slot merkte de Ombudsman op dat de Commissie kort nadat zij op het verzoek om toegang van klager had gereageerd, niet langer verweerder was in deze gerechtelijke procedure.
17. Ten tweede was de Ombudsman niet overtuigd door de argumenten van de Commissie ter rechtvaardiging van haar beroep op de uitzondering ter bescherming van een lopend besluitvormingsproces. De Ombudsman was van mening dat het besluitvormingsproces in kwestie als afgesloten moet worden beschouwd omdat de gevraagde documenten betrekking hebben op het voorstel van de Commissie voor een uitvoeringsbesluit van de Raad uit hoofde van de conditionaliteitsverordening, dat een jaar vóór het verzoek van de klager om toegang werd vastgesteld. Het feit dat de Commissie haar toezicht op de bestaande maatregelen moet voortzetten en dat zij de procedure eventueel zou kunnen heropenen voor kwesties die nog niet aan bod komen, betekent niet dat het besluitvormingsproces met betrekking tot haar voorstel aan de gang is [20].
18. Bovendien was de Ombudsman van oordeel dat de specifieke argumenten van de Commissie ter ondersteuning van het potentiële risico voor haar besluitvormingsproces niet voldoende overtuigend waren om te concluderen dat verdere openbaarmaking zou neerkomen op een zodanige externe druk dat het vermogen van de Commissie om de conditionaliteitsregeling toe te passen zou worden ondermijnd of dat dit afbreuk zou doen aan de mogelijkheden van de Commissie om te rechtvaardigen hoe zij haar instrumenten gebruikt om de financiële belangen van de EU en de rechtsstaat te beschermen. Zij concludeerde dat de uitzondering niet zo ruim kan worden uitgelegd dat zij alle elementen omvat waaruit de „strategie” van de Commissie voor de toepassing van de conditionaliteitsverordening zou blijken.
19. Wat het mogelijke bestaan van een hoger openbaar belang bij openbaarmaking betreft, merkte de Ombudsman op dat klager, gezien de vertraging bij de vaststelling van het antwoord van de Commissie, niet wist dat de Commissie zich ter rechtvaardiging van haar weigering tot openbaarmaking zou beroepen op uitzonderingen in verband met de bescherming van gerechtelijke procedures en een besluitvormingsproces, die alleen kunnen worden toegepast in omstandigheden waarin er geen hoger openbaar belang bij openbaarmaking bestaat. Bijgevolg had de klager in zijn confirmatief verzoek niet de gelegenheid om argumenten aan te voeren met betrekking tot het bestaan van een hoger openbaar belang dat openbaarmaking gebiedt.
20. In het licht van het bovenstaande heeft de Ombudsman als oplossing [21] voorgesteld dat de Commissie haar toepassing van de uitzonderingen herziet met het oog op een ruimere toegang tot de betrokken documenten, en dat zij een gedetailleerde rechtvaardiging geeft voor eventuele resterende redacties. Voorts stelde zij voor dat de Commissie ingaat op de argumenten van klager met betrekking tot het bestaan van een hoger openbaar belang bij openbaarmaking, die klager in zijn klacht bij de Ombudsman heeft ingediend.
21. In haar antwoord op het voorstel voor een oplossing van de Ombudsman [22] heeft de Commissie verduidelijkt dat zij niet verplicht is de krachtens de conditionaliteitsverordening opgelegde maatregelen jaarlijks opnieuw te beoordelen, in tegenstelling tot wat in het voorstel voor een oplossing van de Ombudsman werd vermeld. Daarnaast heeft zij de Ombudsman meegedeeld dat de Commissie als interveniënt heeft verzocht zich bij de desbetreffende gerechtelijke procedure aan te sluiten en dat zij de Raad dus blijft steunen in de lopende geschillen. Voorts merkte de Commissie op dat de situatie is geëvolueerd en dat de Commissie in december 2024 een nieuw besluit [23] in het kader van de conditionaliteitsverordening heeft vastgesteld.
22. De Commissie heeft echter rekening gehouden met de opmerkingen in het voorstel van de Ombudsman voor een oplossing, alsook met het tijdsverloop en de uitwisselingen met het onderzoeksteam van de Ombudsman. Hoewel de Commissie heeft verzocht om tussenbeide te komen in de desbetreffende gerechtelijke procedure, heeft zij erkend dat “als gevolg van de bekendmaking van haar besluit van 16 december 2024 de gedeeltelijke redactie in antwoord op het verzoek van de klager niet langer relevant is”. Daarom heeft de Commissie haar standpunt over het verzoek om toegang van het publiek opnieuw beoordeeld en besloten volledige toegang tot de litigieuze documenten te verlenen.
23. De klager was tevreden met dit resultaat en heeft geen verdere opmerkingen gemaakt.
Beoordeling van de Ombudsman na het voorstel voor een oplossing
24. De Ombudsman is ingenomen met het positieve antwoord van de Commissie op haar voorstel voor een oplossing en de verleende volledige toegang, die volgens haar de klacht heeft opgelost. Zij prijst ook de constructieve inzet van de Commissie tijdens dit onderzoek.
25. Naast de toegang tot de gevraagde documenten maakte klager bezwaar tegen het feit dat de Commissie haar antwoord van maart 2024 als een “initieel antwoord” behandelde, hoewel zij een geldig confirmatief verzoek hadden ingediend.[24] Zij bekritiseerden ook het feit dat in het antwoord van de Commissie geen melding werd gemaakt van de mogelijkheid om zich tot het HvJ-EU of de Ombudsman te wenden om zijn besluit te betwisten.
26. Tijdens de vergadering met het onderzoeksteam van de Ombudsman verklaarden de vertegenwoordigers van de Commissie dat de Commissie klager na hun confirmatief verzoek een eerste antwoord had verstrekt en dat zij daarom had besloten het confirmatief verzoek te sluiten. De vertegenwoordigers van de Commissie verklaarden ook dat de Commissie klager had verzocht desgewenst een nieuw confirmatief verzoek in te dienen, waardoor de procedure in twee fasen waarin Verordening (EG) nr. 1049/2001 voorziet, behouden bleef en klager de mogelijkheid kreeg zijn opmerkingen over dat antwoord in te dienen.
27. Verordening (EG) nr. 1049/2001 bepaalt dat wanneer een instelling niet binnen de gestelde termijnen een eerste besluit neemt, de verzoeker een confirmatief verzoek kan indienen. Zodra de termijnen voor de vaststelling van een confirmatief besluit zijn verstreken, kan de verzoeker zich wenden tot het HvJ-EU of de Ombudsman. Momenteel informeert de Commissie aanvragers niet over de mogelijkheid om zich in dergelijke gevallen tot het HvJ-EU of de Ombudsman te wenden. Zij informeert de verzoekers enkel dat zij een nieuw confirmatief verzoek kunnen indienen. De Ombudsman herinnert de Commissie aan haar eerdere bevinding [25] dat deze praktijk in strijd is met Verordening (EG) nr. 1049/2001.
28. Klager vroeg zich ook af of de Commissie alle documenten met informatie over het „onderzoek van bepaalde aanbestedingsgegevens” had geïdentificeerd. Zij verklaarden dat hun slechts een lijst van relevante inschrijvingen was verstrekt, terwijl uit het voorstel van de Commissie bleek dat zij ook die inschrijvingen had onderzocht. Bovendien vermeldden zij in een van de voetnoten van de „intentiebrief” een bijlage bij die brief.
29. In haar aanvullende standpunten bevestigde de Commissie dat er geen aanvullende documenten binnen het toepassingsgebied van het verzoek van de klager vielen die verder gingen dan wat de Commissie reeds in haar antwoord had vastgesteld.
30. In hun opmerkingen aan de Ombudsman betwistte klager dit standpunt niet langer. Daarom is de Ombudsman van mening dat deze kwestie moet worden opgelost.
Conclusie
Op basis van het onderzoek sluit de Ombudsman deze zaak af met de volgende conclusie:
De Europese Commissie heeft het voorstel van de Ombudsman voor een oplossing aanvaard door klager volledige publieke toegang tot de gevraagde documenten te verlenen.
Klager en de Commissie zullen van dit besluit in kennis worden gesteld.
Teresa Anjinho
Europese Ombudsman
Straatsburg, 29/10/2025
[1] Artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
[2] Verordening (EU) 2020/2092 van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-
inhoud/EN/TXT/?uri=uriserv:OJ.LI.2020.433.01.0001.01.ENG&toc=OJ:L:2020:433I:TOC.
[3] Zie voor meer informatie: https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/eu-budget/protection-eu-budget/rule-law-conditionity-regulation_en.
[4] Voorstel van 18 september 2022 voor een uitvoeringsbesluit van de Raad betreffende maatregelen ter bescherming van de begroting van de Unie tegen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat in Hongarije, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=celex:52022PC0485.
[5] Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/2506 van de Raad van 15 december 2022 betreffende maatregelen ter bescherming van de Uniebegroting tegen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat in Hongarije, beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/dec_impl/2022/2506/oj/eng.
[6] Zie voor meer informatie: https://www.consilium.europa.eu/en/press/press-releases/2022/12/12/rule-of-law-conditionality-mechanism/.
[7] Besluit van de Commissie van 13.12.2023 betreffende de herbeoordeling, op initiatief van de Commissie, van de naleving van de voorwaarden van artikel 4 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 naar aanleiding van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/2506 van de Raad van 15 december 2022 met betrekking tot Hongarije, beschikbaar op: https://commission.europa.eu/system/files/2023-12/C_2023_8999_1_EN_ACT.pdf; Besluit van de Commissie van 16 december 2024 overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2020/2092 van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, betreffende een schriftelijke kennisgeving van Hongarije met betrekking tot artikel 2, lid 2, van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/2506 van de Raad van 15 december 2022, beschikbaar op: https://commission.europa.eu/document/8003e1ad-8e79-4238-bf76-af1fcd2b5efe_en. Zolang Hongarije niet alle zorgen over de rechtsstaat in het kader van de conditionaliteitsregeling heeft aangepakt, kan het evenmin verzoeken om uitbetalingen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit.
[8] Artikel 2, lid 2, van Uitvoeringsbesluit 2022/2506 van de Raad.
[9] Overweging 11 van Uitvoeringsbesluit 2022/2506 van de Raad.
[10] Zaak T-115/23, aanvraag beschikbaar op: https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?docid=273772&mode=lst&pageIndex=1&dir=&occ=first&part=1&tex t=&doclang=EN&cid=13176582; Zaak T-132/23, verzoekschrift beschikbaar op:
xt=&doclang=EN&cid=13176615; Zaak T-133/23, aanvraag beschikbaar op:
https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=2A7D5D1EB8 D80B6CC4A89430F3E259FA?text=&doci d=275159&pageIndex=0&doclang=EN&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=268780; Zaak T‑138/23, aanvraag beschikbaar op:
https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?docid=274830&mode=req&pageIndex=1&dir=&occ=first&part=1&te xt=&doclang=EN&cid=13176662; Zaak T‑139/23, aanvraag beschikbaar op:
https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=275197&pageIndex=0&doclang=en&mode=req&d ir=& occ=first&part=1&cid=13461926; Zaak T‑140/23, aanvraag beschikbaar op:
https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?docid=275179&mode=req&pageIndex=1&dir=&occ=first&part=1&te xt=&doclang=EN&cid=13176698.
[11] Verzoekers in de zaken T-132/23, T-133/23, T‑139/23 en T‑140/23.
[12] Zaak T-138/25, aanvraag beschikbaar op: https://eur-lex.europa.eu/eli/C/2025/2101/oj/eng.
[13] Verordening 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie:
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/nl/TXT/?uri=CELEX%3A32001R1049.
[14] Artikel 4, lid 2, tweede streepje, van Verordening 1049/2001.
[15] Artikel 4, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.
[16] Beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/doc/correspondence/199247.
[17] Beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/doc/inspection-report/199246.
[18] Arrest van 24 januari 2024, Veneziana Energia Risorse Idriche Territorio Ambiente Servizi SpA (Veritas)/Commissie, T-602/22, punt 58: https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?num=T-602/22&language=EN; Arrest van 6 februari 2020, Compañía de Tranvías de la Coruña, SA/Commissie, T‑485/18, punt 42: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A62018TJ0485_RES.
[19] Arrest van 26 juli 2023, Troy Chemical Company/Commissie, T‑662/21, punt 65: https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?text=&docid=275848&pageIndex=0&doclang=EN&mode=lst&dir=&occ=first&part=1&cid=1269378.
[20] Arrest van 14 september 2022, Pollinis France/Commissie, gevoegde zaken T-371/20 en T-554/20, punten 55-60: https://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf?mode=DOC&pageIndex=0&docid=265442&part=1&doclang=EN&text=&dir=&occ=first&cid=22239 zoals bevestigd in het arrest van 16 januari 2025, Commissie/ Pollinis France, C-726/22 P: https://curia.europa.eu/juris/liste.jsf?language=en&td=ALL&num=C-726/22%20P.
[21] Beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/solution/212351.
[22] Beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/doc/correspondence/212352.
[23] Besluit van de Commissie van 16 december 2024 overeenkomstig artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2020/2092 van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, betreffende een schriftelijke kennisgeving van Hongarije met betrekking tot artikel 2, lid 2, van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/2506 van de Raad van 15 december 2022, beschikbaar op: https://commission.europa.eu/document/8003e1ad-8e79-4238-bf76-af1fcd2b5efe_en.
[24] Ter ondersteuning van dit argument verwees klager naar strategisch onderzoek OI/2/2022/OAM van de Ombudsman met betrekking tot de tijd die de Europese Commissie nodig had om verzoeken om toegang van het publiek tot documenten te behandelen, zie: https://www.ombudsman.europa.eu/en/case/en/60766.
[25] Aanbeveling van de Ombudsman in strategisch onderzoek OI/2/2022/OAM, paragrafen 51-53, beschikbaar op: https://www.ombudsman.europa.eu/en/recommendation/en/167661.