# Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 1205/2002/(MF)BB tegen de Raad van de Europese Unie
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: null
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/nl/1753)
---
Straatsburg, 6 maart 2003

Geachte mevrouw D.,

Op 25 juni 2002 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over het besluit van de Raad van de Europese Unie om u niet te plaatsen op de lijst van ambtenaren die voor het jaar 2001 het meest in aanmerking komen voor bevordering.

Op 22 juli 2002 is de klacht voor advies doorgestuurd naar de voorzitter van de Raad. Op 21 november 2002 heeft de Raad zijn advies in het Frans toegezonden, dat u voor uw opmerkingen is toegezonden. Op 20 december 2002 heeft u uw opmerkingen ingediend. Na het advies van de Raad en uw opmerkingen te hebben ontvangen, besloot de Ombudsman zijn onderzoek naar deze zaak voort te zetten. Op 10 februari 2003 verzocht de Ombudsman om inzage in een document om de juistheid van de door de Raad verstrekte informatie te controleren.

Op 20 februari 2003 deelde de Raad de Ombudsman mee dat u een gerechtelijke procedure voor het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen had ingeleid met betrekking tot het onderwerp van uw klacht (zaak T-284/02).

Omdat de vermeende feiten het voorwerp van een gerechtelijke procedure zijn geworden, heeft de Ombudsman zijn behandeling van de klacht op 20 februari 2003 beëindigd overeenkomstig artikel 195 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, van het Statuut van de Ombudsman worden de resultaten van de tot dusver uitgevoerde onderzoeken van de Ombudsman zonder verdere maatregelen ingediend.

Met vriendelijke groet,

Jacob SÖDERMAN