# Besluit van de Europese Ombudsman over klacht 823/2002/ME tegen de Europese Commissie
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 2002-11-12T00:00+01:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/nl/1729)
---
Straatsburg, 12 november 2002

Geachte heer G.,

Op 4 mei 2002 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over Verordening 1408/71 en de toepassing ervan in Noorwegen en Zweden.

Op 21 mei 2002 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Commissie heeft op 9 september 2002 advies uitgebracht. Ik heb het u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 6 oktober 2002 hebt toegezonden.

Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.

Het KLACHT
----------

Klager diende in mei 2002 een klacht in bij de Europese Ombudsman. De klacht was gericht tegen de Europese Commissie en had betrekking op de toepassing van Verordening 1408/71[van de Raad (1)](#(1)){#Footnote1} in Noorwegen en Zweden.

Klager had de Ombudsman al in mei 2001 een klacht doen toekomen over het feit dat de Commissie twee brieven met het verzoek om informatie over de oneerlijke toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 in Noorwegen en Zweden (klacht nr. 744/2001/ME) niet had beantwoord. Deze klacht werd in juni 2001 afgesloten, aangezien de Commissie klager na tussenkomst van de Ombudsman had geantwoord.

De onderhavige klacht had betrekking op de verantwoordelijkheid van de Commissie om de werking van het vrije verkeer te waarborgen en werd dus geregistreerd als een nieuwe klacht. Klager, een Noors staatsburger die zijn hele leven in Noorwegen heeft gewerkt en naar Zweden is verhuisd toen hij met pensioen ging, heeft het volgende naar voren gebracht.

Sinds de inwerkingtreding van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER) in 1994 is klager gedwongen zorgbelasting te betalen in zowel Zweden ("landstingsskatt") als Noorwegen ("trygdeavgift"). Ter vergelijking: Zweedse en Noorse gepensioneerden die in hun eigen land wonen, betalen slechts één reeks belastingen en Zweedse gepensioneerden die in Noorwegen wonen, betalen geen belastingen in Zweden of Noorwegen. Volgens het Noorse ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn 306 Noorse gepensioneerden die in Zweden wonen, onderworpen aan deze dubbele belasting en discriminatie in vergelijking met andere gepensioneerden. Beide landen zijn van mening dat zij het recht hebben om de klager kosten in rekening te brengen voor zijn gezondheidszorg, omdat in Verordening (EEG) nr. 1408/71 niet is bepaald welk land moet afzien van het in rekening brengen van kosten wanneer de ene via een belasting en de andere via een vergoeding in rekening wordt gebracht. Volgens klager zegt de Commissie dat zij zich bewust is van het probleem, maar dat het vanwege het vereiste van unanieme besluiten in de Raad moeilijk is geweest om vooruitgang te boeken.

Klager was van mening dat het de verantwoordelijkheid van de Commissie is ervoor te zorgen dat de communautaire wetgeving het vrije verkeer niet belemmert. Wanneer het vrije verkeer echter wordt verhinderd, zoals in het geval van klager, kan de Commissie niet alleen de lidstaten de schuld geven, maar heeft zij de plicht om in samenwerking met de autoriteiten in Noorwegen en Zweden een oplossing voor het probleem te vinden.

Samengevat beweerde klager dat hij op oneerlijke en discriminerende wijze wordt behandeld in vergelijking met andere gepensioneerden. Klager voerde aan dat het de plicht van de Commissie is om, in samenwerking met de autoriteiten in Noorwegen en Zweden, een oplossing te vinden in het kader van Verordening 1408/71.

Het onderzoek
-------------

**Advies van de Commissie**   

In haar advies legde de Commissie uit dat klager lokale provinciebelasting betaalt in Zweden, waar hij woont, die voornamelijk bestemd is voor de financiering van de gezondheidszorg. Hij betaalt ook de Noorse gezondheidszorgheffing op het pensioen dat hij uit Noorwegen ontvangt. In feite moet hij dus twee keer betalen voor de gezondheidszorg. In haar antwoord aan klager in mei 2001 heeft de Commissie erkend dat de situatie inderdaad onbevredigend is. Er is echter weinig vooruitzicht op vooruitgang bij de noodzakelijke coördinatie van de nationale wetgevingen, aangezien zowel de fiscale als de socialezekerheidsbepalingen eenparigheid van stemmen in de Raad vereisen.

Wat betreft de verantwoordelijkheid van de Commissie om de kwestie aan de orde te stellen bij de Noorse en Zweedse autoriteiten, verklaarde de Commissie dat zij zich zorgen maakt over de bestaande discrepanties tussen onvoldoende gecoördineerde belasting- en socialezekerheidswetgeving in de EER. Helaas zijn de bevoegdheden van de Commissie echter te beperkt om een dergelijke coördinatie tot stand te brengen.

Technisch gezien betaalt de klager slechts één heffing voor de ziektekostenverzekering - in Noorwegen. Noorwegen kan dus niet worden verweten dat het een dergelijke bijdrage heft, hetgeen volledig in overeenstemming is met Verordening (EEG) nr. 1408/71, aangezien het Noorwegen is dat de last draagt van de aan klager toegekende ziekte-uitkeringen. Anderzijds is de in Zweden geïnde provinciale belasting een belastingmaatregel, die met name dient ter financiering van de Zweedse ziektekostenverzekering, maar die niet als een sociale bijdrage kan worden aangemerkt. Bij gebrek aan harmonisatiemaatregelen op EG- of EER-niveau kan Zweden evenmin worden verweten gebruik te maken van zijn fiscale soevereiniteit om te beslissen welke uitgaven uit deze lokale belastingen moeten worden betaald.

De Commissie concludeerde dat in deze omstandigheden niet kan worden verwacht dat zij rekening zal houden met de vele gevallen van dergelijke discrepanties waarin het rechtskader geen adequate oplossingen mogelijk maakt en waarin voorstellen tot wijziging van dit kader geen kans van slagen hebben.
**Opmerkingen van klager**   

In zijn opmerkingen handhaafde klager zijn klacht. Hij wees erop dat hij de Commissie niet verwijt dat zij er niet in is geslaagd de lidstaten te verenigen door passende maatregelen te nemen, maar dat zij er niet in is geslaagd binnen het bestaande kader andere oplossingen te vinden. Aangezien de verordening verschillende opties toestaat, had in samenwerking met de landen een billijke oplossing kunnen worden gevonden.

Klager verklaarde ook dat het land van verblijf vóór de toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 in Noorwegen verantwoordelijk was voor de gezondheidszorg van gepensioneerden. Hij hoefde dus geen Noorse zorgheffing te betalen. In de verordening werd de verplichting om gezondheidszorg te betalen echter verplaatst naar het land dat het pensioen betaalt, d.w.z. Noorwegen, dat toen de zorgheffing begon te heffen. Dit zou begrijpelijk zijn geweest als Noorwegen daadwerkelijk voor de gezondheidszorg van klager in Zweden had moeten betalen, maar klager wees erop dat de Noordse landen tegelijkertijd hadden afgesproken dat er geen terugbetalingen tussen hen zouden plaatsvinden. Dit betekent dat Noorwegen niet in rekening wordt gebracht door de gezondheidszorg van de klager.

Klager was van mening dat de wijze waarop Noorwegen Verordening 1408/71 toepast niet in overeenstemming is met de doelstellingen van de verordening, aangezien het gevolg daarvan is dat sommige gepensioneerden geen belastingen of vergoedingen betalen en anderen dubbel betalen. De Commissie moet derhalve worden verplicht de zaak voor te leggen aan het Hof van Justitie. Klager begreep dat de Commissie de situatie van klager wel als oneerlijk beschouwde. Toch vond hij het verontrustend dat enkele van Europa's meest erkende advocaten er na acht jaar nog steeds niet in waren geslaagd een oplossing te vinden.

BESLUIT
-------

**1 De gevolgen en toepassing van Verordening 1408/71**   

1.1 Klager is een Noors staatsburger die zijn hele leven in Noorwegen heeft gewerkt en naar Zweden is verhuisd toen hij met pensioen ging. Hij betaalt gezondheidszorgbelastingen in zowel Zweden ("landstingsskatt") als Noorwegen ("trygdeavgift"), aangezien beide landen van mening zijn dat zij het recht hebben klager voor zijn gezondheidszorg in rekening te brengen omdat in Verordening (EEG) nr. 1408/71[(2)](#(2)){#Footnote2} niet is bepaald welk land moet afzien van het in rekening brengen van kosten wanneer de ene via een belasting en de andere via een vergoeding in rekening wordt gebracht. Klager beweerde dat hij op oneerlijke en discriminerende wijze wordt behandeld in vergelijking met andere gepensioneerden. Klager voerde aan dat het de plicht van de Commissie is om, in samenwerking met de autoriteiten in Noorwegen en Zweden, een oplossing te vinden in het kader van Verordening 1408/71.

1.2 De Commissie gaf toe dat klager tweemaal moet betalen voor gezondheidszorg en verklaarde dat de situatie onbevredigend was. Er is echter weinig vooruitzicht op vooruitgang bij de noodzakelijke coördinatie van de nationale wetgevingen, aangezien zowel de fiscale als de socialezekerheidsbepalingen eenparigheid van stemmen in de Raad vereisen. Technisch gezien betaalt de klager slechts één heffing voor ziektekostenverzekeringen (in Noorwegen), aangezien de in Zweden geïnde belasting een belastingmaatregel is, maar geen sociale bijdrage. Geen van beide landen kan worden verweten dat zij de heffing of de belasting in rekening brengen. De Commissie verklaarde dat haar bevoegdheden te beperkt zijn om te zorgen voor coördinatie. Zij verklaarde dat niet kan worden verwacht dat zij de vele gevallen zal behandelen waarin het rechtskader geen adequate oplossingen mogelijk maakt en waarin voorstellen tot wijziging van dit kader geen kans van slagen hebben.

1.3 Met betrekking tot de vraag of de Commissie verplicht is om in samenwerking met de lidstaten oplossingen te vinden wanneer het vrije verkeer niet functioneert, merkt de Ombudsman op dat het overeenkomstig artikel 226 van het EG-Verdrag de taak van de Commissie is om de correcte toepassing van de communautaire wetgeving in de lidstaten te waarborgen. Opgemerkt zij echter dat Noorwegen geen lidstaat van de Europese Unie is. In het onderhavige geval heeft de Commissie zich op het standpunt gesteld dat zowel Noorwegen als Zweden Verordening 1408/71 correct hebben toegepast, hetgeen klager niet lijkt te betwisten. Voorts heeft de Commissie de bevoegdheid om een initiatief te nemen tot wijziging van de verordening. In casu heeft de Commissie een dergelijk initiatief niet genomen. Zij is van mening dat de wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 geen kans van slagen heeft omdat voor fiscale en socialezekerheidsbepalingen eenparigheid van stemmen in de Raad vereist is.

1.4 Het lijkt er dus op dat de Commissie geen enkel voor haar bindend voorschrift of beginsel heeft geschonden. Er is dus geen sprake van wanbeheer namens de Commissie.
**2 Conclusie**   

Op basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door deCommissie. De Ombudsman sluit daarom de zaak.

De voorzitter van de Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.

VERDERE OPMERKINGEN
-------------------

In het licht van de verdere opmerkingen van klager in zijn opmerkingen stelt de Ombudsman klager in kennis van de mogelijkheid om, wat Noorwegen betreft, een klacht in te dienen bij de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, op het volgende adres:

Toezichthoudende Autoriteit van de EVA Trèvesstraat


74


B-1040 Brussel

De Ombudsman verstrekt klager ook informatie over deze procedure, met inbegrip van een klachtenformulier.

Met vriendelijke groet,

Jacob SÖDERMAN

*** ** * ** ***

[(1)](#Footnote1){#(1)} Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2).

[(2)](#Footnote2){#(2)} Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2).