# Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 1351/2001/(ME)(MF)BB tegen de Europese Commissie
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: 2003-02-17T00:00+01:00[Europe/Paris]
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/nl/1625)
---
Straatsburg, 17 februari 2003

Geachte heer F.,

Op 19 september 2001 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen de Europese Commissie over *aanbesteding EuropeAid/112404/C/SV (perceel 1) Toezicht op de uitvoering van projecten* (Tacis en Balkan). Uw klacht wordt ingediend namens een consortium.

Op 12 oktober 2001 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Commissie heeft op 8 februari 2002 advies uitgebracht. Ik heb het u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 21 maart 2002 hebt toegezonden. Op 30 mei 2002 heeft u verdere opmerkingen naar de Europese Ombudsman gestuurd.

Bij brief van 15 juli 2002 heb ik de Commissie een voorstel voor een minnelijke schikking doen toekomen. Op dezelfde dag stuurde ik u een kopie van het voorstel. Op 20 juli 2002 heeft u de ontvangst van mijn voorstel bevestigd. Op 18 november 2002 heb ik het advies van de Commissie over dit voorstel ontvangen. Op 20 november 2002 heeft u een nieuwe aanvraag ingediend. Ik heb u op 10 december 2002 het advies van de Commissie doen toekomen met de uitnodiging om desgewenst opmerkingen te maken. Op 27 januari 2003 heeft u mij uw opmerkingen over het standpunt van de Commissie doen toekomen.

Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.

Het KLACHT
----------

De klager is de projectdirecteur van Integration GmbH Consortium. In september 2001 diende hij namens het consortium een klacht in bij de Europese Ombudsman tegen de Europese Commissie.

Volgens de klager zijn de relevante punten als volgt:

Op 5 juni 2001 heeft de Europese Commissie de aanbesteding *Monitoring van de uitvoering van projecten* (Tacis en Balkan) voor een dienstencontract uitgeschreven, samen met vier andere percelen. Op 9 juli 2001 heeft het consortium "Integration GmbH" een inschrijving in het kader van aanbesteding nr. Europeaid.112404/C/SV (perceel 1) ingediend bij de Commissie, EuropeAid Co-operation Office.

Op 18 juni 2001 verzocht klager, alvorens de inschrijving in te dienen, samen met andere inschrijvers de Commissie om verduidelijking van een aantal punten in het bestek. Een van de vragen van klager aan de Commissie had betrekking op de financiële evaluatie. De klager vroeg of deze gebaseerd was op eenheidsprijzen of op de wereldprijs. Op 20 juni 2001 antwoordde de Commissie aan klager: "De*beoordeling van de financiële offerte wordt verricht op basis van de eenheidsprijzen/vaste kosten en vergoedingen"* (punt B van de toelichtingsbrief met als titel "*Kostenverdeling en financiële offerte").* Klager baseerde zijn voorstel derhalve op de veronderstelling dat de financiële evaluatie gebaseerd zou zijn op eenheidsprijzen. Het voorstel van klager bevatte een groot aantal "werkdagen per deskundige", aangezien hij zich ervan bewust was dat een groter aantal werkdagen per deskundige niet automatisch in het nadeel van een inschrijver is wanneer de inschrijving op eenheidsprijzen is gebaseerd.

Op 7 september 2001 hoorde klager geruchten dat hij de inschrijving mogelijk had verloren op basis van de totale prijs en dat aan een andere inschrijver de opdracht was gegund omdat zijn voorstel een aanzienlijk lagere inbreng van "werkdagen door deskundigen" bevatte. Klager heeft de Commissie vervolgens op 11 september 2001 schriftelijk om verduidelijking van de methode van prijsevaluatie verzocht. Toen klager de Commissie belde, kreeg hij te horen dat deze tweede brief niet zou worden beantwoord. De opdracht werd aan een andere inschrijver gegund voor een periode van zes maanden.

Klager besloot zich vervolgens op 19 september 2001 tot de Ombudsman te wenden. In zijn klacht stelde hij mogelijke onregelmatigheden bij de behandeling van de inschrijving.

De argumenten van de klager kunnen in de volgende hoofdpunten worden samengevat:
i) Klager wil weten of de evaluatie werkelijk gebaseerd was op eenheidsprijzen.

ii) Indien de financiële evaluatie is uitgevoerd op basis van de totale prijs, moet de Commissie de procedure opschorten en nagaan of het gebruik van deze onjuiste evaluatiemethode heeft geleid tot een onjuiste rangschikking van de inschrijvingen. Indien dit het geval is, moeten de voorstellen opnieuw worden berekend op basis van de eenheidsprijzen.

Het onderzoek
-------------

**Advies van de Commissie**   

In haar advies heeft de Europese Commissie kort samengevat de volgende punten naar voren gebracht:

Klager heeft tijdens de aanbestedingsprocedure meermaals contact opgenomen met de diensten van de Commissie. De Commissie was van mening dat het gedrag van klager kon worden beschouwd als een poging om toegang te krijgen tot vertrouwelijke informatie over de aanbestedingsprocedure. Bovendien heeft de Commissie haar "sterke*afkeuring uitgesproken over de wijze waarop klager gebruik heeft gemaakt van de arbitrageprocedure (...) de klager lijkt alleen een klacht te hebben ingediend bij de Europese Ombudsman om de diensten van de Commissie tijdens de aanbestedingsprocedure te beïnvloeden."*

De opdracht is gegund overeenkomstig de geldende procedureregels, met name punt 4 van het procedurehandboek[(1).](#(1)){#Footnote1} De offerte van klager werd afgewezen omdat deze minder kosteneffectief was.

Wat de gunningscriteria betreft, wordt in de uitnodiging tot inschrijving het volgende bepaald: *"In de financiële offerte moet het volgende worden vermeld: het volledige budget voor de in het bestek beschreven diensten voor één jaar, het eerste jaar. Deze begroting zal de basis vormen voor de beoordeling van de inschrijving."* In punt 11.10.02 van het procedurehandboek worden de regels voor de financiële beoordeling van de inschrijvingen vastgesteld[(2)](#(2)){#Footnote2}.

Punt B van de op 20 juni 2001 aan klager gezonden brief met toelichting[(3)](#(3)){#Footnote3} mag niet buiten zijn context en buiten de bepalingen van de uitnodiging tot inschrijving en het aanbestedingsdossier worden gebruikt. Hoewel de verduidelijkingsbrief aan alle inschrijvers werd gestuurd, was klager de enige die dit punt gebruikte om de aanbestedingsprocedure aan te vechten, wat aantoont dat hij er geen logica in aanvoerde.

Voor het monitoren van contracten wordt de financiële evaluatie altijd uitgevoerd op basis van globale prijsstelling. Deze kwestie is in eerdere aanbestedingen nooit aan de orde gesteld. Aangezien klager de begunstigde van het vorige toezichtsysteem was, had hij goed op de hoogte moeten zijn van de aanbestedingsregels.

Het Raadgevend Comité voor overheidsopdrachten en contracten van de Europese Commissie (hierna "het ACS-comité" genoemd) heeft op 19 september 2001 een gunstig advies over de keuze van de Commissie uitgebracht. In dit advies wordt bevestigd dat de technische en financiële beoordeling van de inschrijvingen in overeenstemming was met de informatie in het procedurehandboek, de bepalingen inzake de inschrijvingen en de toelichtingsbrief aan de inschrijvers.
**Opmerkingen van klager**   

In zijn opmerkingen heeft klager kort samengevat de volgende punten naar voren gebracht:

Door een klacht in te dienen bij de Ombudsman was klager van mening dat hij de juiste procedure had gekozen.

Klager heeft tijdens de aanbestedingsprocedure meermaals contact opgenomen met de diensten van de Commissie. Het was bedoeld om de Commissie te waarschuwen voor mogelijk wanbeheer op basis van onduidelijke taakomschrijvingen, een misleidende verduidelijkingsbrief en schending van de geldende Tacis-monitoringmethoden. Klager nam niet het initiatief om contact op te nemen met de Commissie om toegang te krijgen tot vertrouwelijke informatie. Integendeel, informatie over de aanbeveling van de Commissie aan de ACPC werd uit verschillende andere bronnen aan het consortium verstrekt.

Juist de ervaring van de vijf ondernemingen van het consortium die de offerte hebben ingediend, heeft ertoe geleid dat zij om een brief ter verduidelijking hebben verzocht. Hun kennis van de fundamentele verschillen tussen Tacis Monitoring en Global Monitoring bracht hen ertoe de Commissie te waarschuwen. De klager wist dat voor Global Monitoring (percelen 2-5) de jaarlijkse monitoringbezoeken nauwkeurig waren omschreven en dat de financiële evaluatie gebaseerd zou zijn op mondiale prijzen. Integendeel, voor Tacis Monitoring (perceel 1) werd de vereiste monitoringinput slechts vaag gedefinieerd in de taakomschrijving ("de*frequentie van monitoringbezoeken per jaar zal worden vastgesteld...nadat de individuele behoeften van projectmanagers bekend zijn...* "). In de wetenschap dat de financiële evaluatie in dergelijke gevallen gebaseerd zou zijn op eenheidsprijzen, overeenkomstig Speciaal verslag nr. 16/2000 van de Rekenkamer[(4),](#(4)){#Footnote4} verzocht klager de Commissie om opheldering.

Bovendien verklaarde klager dat de zin "De*beoordeling van de financiële offerte wordt gemaakt op basis van de eenheidsprijzen/vaste kosten*" in de door de Commissie verzonden toelichtingsbrief niet kon worden gevonden in de documentatie waarover hij beschikte. In overeenstemming met de interpretatie van de Rekenkamer van de methode die in dergelijke onduidelijke gevallen moet worden gebruikt, heeft klager zijn voorstel dienovereenkomstig geconstrueerd.

Klager was het volledig eens met de Commissie dat deze zin in de toelichtingsbrief moet worden gezien in de context van de volledige tekst, met inbegrip van de uitnodiging tot inschrijving en het aanbestedingsdossier. De strekking van de klacht was echter niet beperkt tot de toelichtingsbrief, maar verwees ook naar verschillende punten van het mandaat.

In haar advies over de klacht heeft de Commissie een andere definitie van de regels voor de procedures voor financiële beoordeling aangehaald dan in de toelichting. Een dergelijk procedurehandboek is niet opgenomen in de op de Europeaid-website van de Commissie gepubliceerde documentatie die toegankelijk is voor ondernemingen die inschrijven op aanbestedingen. Klager baseerde zijn voorstel op de "Practical Guide to EC external aid contract procedures" van januari 2001, waarin een paragraaf 11.10.02 niet bestaat. Volgens klager is deze gids gebaseerd op een document dat op 10.11.1999 door de gemeenschappelijke dienst voor externe betrekkingen is goedgekeurd onder de naam "Handleiding". Klager ging ervan uit dat de Commissie een intern document of een eerdere versie van deze handleiding citeert.

In zijn slotopmerkingen concludeerde klager dat hij wenste dat in deze zaak een "*minnelijke interne oplossing"*zou worden gevonden.
**Verdere opmerkingen van klager**   

Op 30 mei 2002 zond klager verdere opmerkingen naar de Europese Ombudsman. Hij wees op de spoedeisendheid van zijn klacht, aangezien de Commissie de litigieuze opdracht voor een periode van zes maanden, die op 15 juni 2002 afliep, had gegund. Hij benadrukt ook dat hij het geschil vreedzaam wil laten beslechten.

De prestaties van de OMBUDSMAN om een vriendelijke oplossing te vinden
----------------------------------------------------------------------

**De mogelijkheid van een vriendelijke oplossing**   

Na zorgvuldige bestudering van het standpunt van de Commissie en de opmerkingen van klager was de voorlopige conclusie van de Ombudsman dat er sprake kon zijn van wanbeheer door de Commissie. De redenen voor deze conclusie waren, kort samengevat, als volgt:

De Europese Ombudsman merkte op dat de Commissie in haar brief ter verduidelijking, die aan alle inschrijvers werd toegezonden, verklaarde dat de financiële evaluatie zou worden uitgevoerd op basis van eenheidsprijzen. Volgens de regels van de aanbestedingsprocedure is een brief ter verduidelijking, die aan alle inschrijvers wordt gezonden, bindend voor de Commissie. Nadien heeft de Commissie echter in haar advies verklaard dat voor het toezicht op contracten, wat in dit geval het soort contract is, de beoordeling altijd wordt uitgevoerd op basis van een globale prijsstelling. De Ombudsman was van mening dat de Commissie, door te verklaren dat zij eenheidsprijzen zou toepassen en door achteraf de algemene prijsstellingsmethode toe te passen, de regels voor de aanbestedingsprocedure niet in acht had genomen.

Op 15 juli 2002 heeft de Ombudsman derhalve overeenkomstig artikel 3, lid 5, van het Statuut van de Ombudsman een voorstel voor een minnelijke schikking bij de Commissie ingediend. In zijn brief verzocht de Ombudsman de Commissie te overwegen stappen te ondernemen om klager tevreden te stellen en aldus tot een minnelijke schikking te komen die een einde zou maken aan het mogelijke geval van wanbeheer.
**Antwoord van de Commissie**   

In haar antwoord van 18 november 2002 heeft de Commissie de Ombudsman meegedeeld dat zij de door de Europese Ombudsman voorgestelde oplossing niet kan aanvaarden. De Commissie was het formeel oneens met de conclusies van klager en verwierp dat zijn diensten verantwoordelijk worden gehouden voor zijn verkeerde interpretatie. De Commissie was van mening dat haar diensten voldeden aan de regels en beginselen van de aanbestedingsprocedure.

De Commissie wees erop dat klager in zijn opmerkingen aan de Europese Ombudsman verklaarde dat hij zijn voorstel baseerde op de "*Praktische gids voor de procedures voor contracten voor externe hulp van de EG* ". In tegenstelling tot wat de klager suggereert, bepaalt de praktische gids echter dat de Commissie slechts twee soorten dienstencontracten sluit op basis van twee verschillende financiële evaluaties[(5).](#(5)){#Footnote5}

Het eerste wordt het ++raamcontract++ genoemd, waarvoor in de financiële offerte, bestaande uit één vel papier, de totale prijs van de inschrijver voor het verlenen van de diensten volgens zijn technische offerte moet worden vermeld.

Voor de tweede, de ++op vergoedingen gebaseerde overeenkomst,++ wordt de vergelijking gemaakt op basis van het totale bedrag dat is afgeleid van de vermenigvuldiging van de vergoeding met het overeenkomstige aantal werkdagen. De financiële offerte moet de uitsplitsing van de begroting en de kasstroomprognose bevatten. De vergoedingen die moeten worden betaald voor de deskundigen die de consultant ter beschikking stelt om de diensten uit te voeren, samen met de voorziening voor incidentele uitgaven, zijn opgenomen in de verdeling van de begroting.

Hoewel klager zijn voorstel op de praktische gids had gebaseerd, verwachtte hij dat de diensten een derde methode zouden gebruiken waarbij de ++gemiddelde eenheidsprijs++ werd vergeleken die niet in de praktische gids is opgenomen. De Commissie benadrukte dat in verslag nr. 16/2000 van de Rekenkamer, waarvan klager melding maakte om zijn interpretatie te rechtvaardigen, wordt vermeld dat de methode van de gemiddelde eenheidsprijs is opgegeven.

Volgens de Commissie werd in het kader van de in de praktische gids voorziene methoden en gezien het feit dat het contract geen contract met een vast bedrag was, in de door de diensten gegeven verduidelijking benadrukt dat de evaluatie tussen de twee financiële evaluatiemethoden gebaseerd zou zijn op de methode waarbij de eenheidsprijzen/vaste kosten en vergoedingen worden vergeleken en niet zou worden uitgevoerd met behulp van de methode van de globale prijs. Daarom was de Commissie van mening dat de inschrijvers duidelijkheid hadden gekregen over de geplande methode en dat de financiële evaluatie in overeenstemming was met de regels voor de aanbestedingsprocedure.

De Commissie benadrukte dat klager de enige was van in totaal 26 inschrijvers die dezelfde verduidelijking ontvingen die de verduidelijking verkeerd interpreteerde. Volgens de Commissie was de verduidelijking van de diensten over de gunningsprocedure van toepassing op alle percelen en had klager een offerte ingediend voor vier andere percelen zonder de financiële beoordeling te betwisten.
**Opmerkingen van klager over het antwoord van de Commissie**   

In zijn opmerkingen over dit advies heeft klager kort samengevat de volgende punten naar voren gebracht:

Uit de argumenten van de Commissie is gebleken dat er verwarring bestaat over de evaluatiemethode. De Commissie verwees in haar antwoord naar documenten die niet in de aanbestedingsdocumenten waren verstrekt. Indien de Commissie voornemens was het contract op basis van vergoedingen te volgen, heeft zij zich in dit geval niet gehouden aan haar eigen herhaaldelijk aangehaalde regels.

De verduidelijkingsbrief is bindend voor de Commissie overeenkomstig de regels van de aanbestedingsprocedure. De door de Commissie gegeven "verduidelijking" was echter misleidend en niet gebaseerd op de instructies van de Commissie. Klager betwistte het argument dat van de eenheidsprijsmethode is afgezien.

Volgens klager heeft de Commissie geprobeerd klager in diskrediet te brengen en zijn geloofwaardigheid en integriteit te schaden door te vermelden dat het consortium de enige van de 26 inschrijvingen was die een klacht indiende. Integendeel, slechts twee voorstellen voor perceel 1 werden beoordeeld. Het is duidelijk dat het winnende consortium geen reden tot klagen zou hebben.

Het uitblijven van maatregelen van de Commissie heeft geleid tot de volgende directe en indirecte schade:

a) Financieel verlies
Verlies van een servicecontract voor 3 jaar;

- Compensatie en 'bridging honoraria' betaald aan sleutelpersoneel om hen aan boord te houden in het geval het conflict snel zou kunnen worden opgelost;

- verlies van negen hooggekwalificeerde medewerkers voor het toezicht op sleutelposities aan het succesvolle consortium;

- Kosten voor juridisch advies en aanzienlijke tijd voor het beantwoorden van de verklaringen van de Commissie.

b) Niet-financiële schade

Schade aan de reputatie en integriteit van de klager door de bijna persoonlijke aantijgingen van de Commissie.

Klager sloot zijn opmerkingen af door aan te dringen op een snelle vriendschappelijke oplossing om een lang juridisch geschil te voorkomen.

BESLUIT
-------

**1 De kritiek van de Commissie op klager dat hij zich tot de Ombudsman heeft gewend**   

1.1 In haar advies over de klacht sprak de Commissie*haar "sterke afkeuring uit over de wijze waarop klager gebruik heeft gemaakt van de arbitrageprocedure. De klacht lijkt uitsluitend te zijn ingediend om de diensten van de Commissie tijdens de aanbestedingsprocedure te beïnvloeden.*" De Europese Ombudsman begrijpt dat deze kritiek verwijst naar het feit dat klager vóór de afsluiting van de aanbestedingsprocedure een klacht heeft ingediend bij de Europese Ombudsman.

De Ombudsman acht het noodzakelijk de volgende opmerkingen te maken over dit aspect van het advies van de Commissie.

1.2 Het recht om een klacht in te dienen bij de Europese Ombudsman wordt gewaarborgd door het EG-Verdrag en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De Ombudsman acht het niet passend dat de instelling waartegen de klacht gericht is, speculeert over de redenen waarom een burger ervoor kiest gebruik te maken van zijn of haar grondrecht om een klacht in te dienen.

1.3 De Ombudsman wijst erop dat een onderzoek van de Ombudsman geen opschortende werking heeft op administratieve procedures en dat de Ombudsman evenmin een besluit tot gunning van een opdracht kan vernietigen. Een klacht bij de Ombudsman is dus geen procedure als die waarin het Hof van Justitie in de zaak *Alcatel* [(6)](#(6)){#Footnote6} heeft voorzien, waarbij de inschrijver in een aanbestedingsprocedure beroep kan instellen tegen het besluit van de aanbestedende dienst voordat de overeenkomst wordt gesloten. Een inschrijver die gebruik wenst te maken van een buitengerechtelijk rechtsmiddel, heeft echter de mogelijkheid om bij de Ombudsman een klacht in te dienen over wanbeheer in een aanbestedingsprocedure.

1.4 In dit verband acht de Ombudsman het nuttig te vermelden dat de onderhavige zaak deel uitmaakte van de achtergrond van het initiatiefonderzoek van de Ombudsman (OI/2/2002/IJH) naar de rechtsmiddelen waarover inschrijvers in door de Commissie georganiseerde aanbestedingsprocedures beschikken. Het onderzoek op eigen initiatief, dat nog loopt, gaat niet in op de inhoud van de onderhavige zaak.
**2 Aangevoerde onregelmatigheden in de aanbestedingsprocedure**   

2.1 Klager beweerde mogelijke onregelmatigheden bij de behandeling van de aanbestedingsprocedure. Klager wil weten of de evaluatie werkelijk gebaseerd was op eenheidsprijzen.

2.2 De Commissie voerde aan dat de opdracht volgens de geldende procedureregels was gegund en dat het Raadgevend Comité voor aanbestedingen en contracten een gunstig advies had uitgebracht.

2.3 Wat de beoordelingsgrondslag betreft, wordt in het advies van de Commissie gesteld dat voor het toezicht op contracten de beoordeling altijd wordt uitgevoerd op basis van een globale prijsstelling. De Ombudsman is derhalve van oordeel dat aan het verzoek van klager om te worden geïnformeerd, is voldaan.

2.4 De Ombudsman merkt op dat de Commissie in haar antwoord op het voorstel van de Ombudsman voor een minnelijke schikking erkent dat in haar antwoord op het verzoek van klager om verduidelijking van de inschrijving stond dat de globale prijsmethode niet zou worden gebruikt. Aangezien in het advies van de Commissie wordt gesteld dat de globale prijsstellingsmethode altijd wordt gebruikt voor het toezicht op contracten, lijkt de Commissie onjuiste informatie te hebben verstrekt in antwoord op het verzoek van klager om verduidelijking van de inschrijving en daardoor de regels voor de aanbestedingsprocedure niet te hebben nageleefd. Dit is een geval van wanbeheer en de Ombudsman maakt hieronder een kritische opmerking.
**3 Vorderingen van klager**   

3.1 De oorspronkelijke bewering van klager was dat de Commissie, indien de financiële beoordeling werd uitgevoerd op basis van de totale prijs, de procedure zou moeten opschorten en zou moeten nagaan of het gebruik van deze onjuiste beoordelingsmethode tot een onjuiste rangschikking van de inschrijvingen heeft geleid. Indien dit het geval is, moeten de voorstellen opnieuw worden berekend op basis van eenheidsprijzen.

In zijn opmerkingen over het antwoord van de Commissie op het voorstel van de Ombudsman voor een minnelijke schikking dient klager een nieuwe schadevordering in.

3.2 Wat de oorspronkelijke vordering van klager betreft, herinnert de Ombudsman eraan dat, zoals vermeld in punt 1.3 hierboven, een klacht bij de Ombudsman geen opschortende werking heeft op administratieve procedures en dat de Ombudsman een besluit tot gunning van een opdracht nietig kan verklaren. Voorts merkt de Ombudsman op dat de betrokken aanbestedingsprocedure heeft geleid tot de gunning van een opdracht, die op 15 juni 2002 is verstreken. Daarom concludeert de Ombudsman dat het niet langer mogelijk is om gevolg te geven aan de beweringen van klager om de evaluatie op te schorten en te herzien.

3.3 Wat de nieuwe schadevordering van klager betreft, merkt de Ombudsman op dat klager aandringt op een snelle minnelijke schikking van de zaak. De Ombudsman is echter van mening dat hij in dit geval geen minnelijke schikking kan treffen, omdat de Commissie het voorstel van de Ombudsman voor een minnelijke schikking reeds heeft verworpen. De Ombudsman is daarom van mening dat het passend is de zaak af te sluiten met een kritische opmerking over het geval van wanbeheer dat in punt 2.5 hierboven is vastgesteld en dat de klager zijn nieuwe schadevordering rechtstreeks bij de Commissie moet indienen. De Ombudsman merkt op dat de klager op de hoogte is van de mogelijkheid om een gerechtelijke procedure in te leiden om zijn vordering af te dwingen.
**4 Conclusie**   

Op basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht moet de volgende kritische opmerking worden gemaakt:
De Ombudsman merkt op dat de Commissie in haar antwoord op het voorstel van de Ombudsman voor een minnelijke schikking erkent dat in haar antwoord op het verzoek van klager om verduidelijking van de inschrijving stond dat de globale prijsmethode niet zou worden gebruikt. Aangezien in het advies van de Commissie wordt gesteld dat de globale prijsstellingsmethode altijd wordt gebruikt voor het toezicht op contracten, lijkt de Commissie onjuiste informatie te hebben verstrekt in antwoord op het verzoek van klager om verduidelijking van de inschrijving en daardoor de regels voor de aanbestedingsprocedure niet te hebben nageleefd. Dit is een geval van wanbeheer.

Om de in punt 3.3 van het besluit uiteengezette redenen is de Ombudsman van mening dat hij in dit geval geen minnelijke schikking kan treffen. Aangezien de kritische opmerking betrekking heeft op procedures met betrekking tot specifieke gebeurtenissen in het verleden, is het niet passend om deze kwestie verder te behandelen. De Ombudsman sluit daarom de zaak.

De voorzitter van de Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.

Met vriendelijke groet,

Jacob SÖDERMAN

*** ** * ** ***

[(1)](#Footnote1){#(1)} *"Bij de gunning van opdrachten (...) worden altijd de volgende verrichtingen uitgevoerd: b) Vergelijking van de inschrijvingen op basis van de gunningscriteria in het aanbestedingsbericht of het aanbestedingsdossier, aan de hand van prijs- en andere vooraf vastgestelde criteria aan de hand waarvan de economisch voordeligste inschrijving kan worden vastgesteld."*

[(2)](#Footnote2){#(2)} *"Bij de vergelijking van de offertes wordt rekening gehouden met alle contractkosten (vergoedingen, directe of vaste kosten enz.), met uitzondering van de kosten die op vertoon van een betalingsbewijs moeten worden terugbetaald."*

[(3)](#Footnote3){#(3)} *"De financiële offerte wordt beoordeeld op basis van de eenheidsprijzen/vaste kosten en vergoedingen."*

[(4)](#Footnote4){#(4)} *Speciaal verslag nr. 16/2000 over de aanbestedingsprocedures voor opdrachten voor diensten in het kader van het Phare- en Tacis-programma, vergezeld van de antwoorden van de Commissie - PB C 350 van 6.12.2000, blz. 1-28.*

[(5)](#Footnote5){#(5)} *Bijlage 1: Standaardaanbestedingsdossier, instructies voor inschrijvers en artikel 1 van de algemene voorwaarden voor door de EG gefinancierde opdrachten voor diensten, beide in bijlage B8 van de Praktische gids.*

[(6)](#Footnote6){#(6)} *Zaak C-81/98, Alcatel Austria AG/Bundesministerium für Wissenschaft und Verkehr, 1999, Jurispr. blz. I-7671; punt 43.*