Wilt u een klacht indienen tegen een instelling of orgaan van de EU?
- NL Nederlands
Machinevertalingen kunnen fouten bevatten die de duidelijkheid en nauwkeurigheid van de informatie kunnen schaden; de Ombudsman kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele afwijkingen. Voor de grootste mate van betrouwbaarheid en rechtszekerheid wordt verwezen naar de bronversie in het Engels (klik op de link hierboven).
Meer informatie vindt u in ons taal- en vertaalbeleid.
Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 1451/2000/ADB tegen het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving
Besluiten
Zaak 1451/2000/ADB - Geopend op Vrijdag | 24 november 2000 - Besluit over Vrijdag | 07 december 2001
Geachte heer V.,
Op 13 november 2000 heeft u bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend over de weigering van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (hierna "EWDD" genoemd) om verschillende vergoedingen te betalen waarin het Statuut voorziet.
Op 24 november 2000 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van het EWDD. Het EWDD heeft op 22 februari 2001 advies uitgebracht. Ik heb het u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 27 maart 2001 hebt toegezonden. Op 11 mei 2001 heeft het EWDD mij aanvullende informatie toegezonden, die u voor verdere opmerkingen is toegezonden. Ik heb geen verdere opmerkingen van u ontvangen.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
Klager werkte als hulpfunctionaris voor het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) in het kader van een contract dat op 31 maart 2000 afliep. Hij werd vervolgens ingehuurd als tijdelijk functionaris op basis van een contract dat op 1 april 2000 inging. Bij zijn indiensttreding heeft hij verzocht om dienovereenkomstige dagvergoedingen te ontvangen. Hij vroeg ook om de inrichtingsvergoedingen en de vergoeding van de reiskosten voor zijn gezin toen het van Brussel naar Lissabon verhuisde. Het EMCCDA weigerde de dagvergoedingen en de reiskosten te betalen omdat het van mening was dat de twee contracten niet waren onderbroken. Wat de installatierechten betreft, kwam deze niet overeen met wat de klager had verwacht. Klager volgde de procedure van artikel 90, maar het EWDD heeft zijn standpunt niet gewijzigd.
Op 13 november 2000 diende klager derhalve een klacht in bij de Europese Ombudsman en voerde hij de volgende aantijgingen aan:
1. Het EWDD heeft klager de dagvergoedingen niet betaald voor de periode waarop hij recht had.
2. De door het EWDD betaalde installatievergoeding was lager dan het bedrag dat klager had verwacht en waarop hij recht had.
3. Het EWDD heeft de reiskosten van de familie van klager niet vergoed.
Het onderzoek
Advies van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslavingHet advies van het EWDD over de klacht luidde als volgt:
1. Wat de dagvergoedingen betreft, hebben de personeelsleden van het EWDD die gedurende één jaar als hulpfunctionaris bij het EWDD hebben gewerkt en die gedurende het hele jaar dagvergoedingen hebben ontvangen, overeenkomstig een praktijk binnen het EWDD niet langer het recht om dergelijke vergoedingen waar te nemen wanneer hun contract zonder onderbreking wordt gevolgd door een contract voor tijdelijke functionarissen. Klager werkte als hulpfunctionaris voor het EWDD in het kader van een contract dat op 31 maart 2000 afliep. Hij werd vervolgens zonder onderbreking aangesteld als tijdelijk functionaris op basis van een overeenkomst die op 1 april 2000 inging. Hij had dus geen recht op extra dagvergoedingen zodra hij tijdelijk functionaris was geworden.
2. Wat de inrichtingsvergoeding betreft, heeft klager het recht deze toelage waar te nemen, rekening houdend met de toepassing van de in Portugal geldende wegingsfactor. Een aanpassing na zijn definitieve indeling, en een tweede betaling zijn gedaan in zijn voordeel. Klager heeft derhalve het totale bedrag van zijn installatievergoedingen teruggekregen.
3. Wat ten slotte de reiskosten betreft:
"De ambtenaar heeft recht op vergoeding van de reiskosten voor zichzelf en zijn gezin bij indiensttreding van de plaats waar hij is aangeworven naar de plaats waar hij is tewerkgesteld, bij beëindiging van de dienst in de zin van artikel 47 van het Statuut en bij elke overplaatsing die een wijziging van zijn standplaats met zich meebrengt."
Er is geen sprake van beëindiging van de dienst in de zin van artikel 47 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen (hierna "het Statuut" genoemd), aangezien klager zonder onderbreking van zijn vorige arbeidsovereenkomst als hulpfunctionaris als tijdelijk functionaris is aangeworven. In beide contracten was de standplaats Lissabon. Er is derhalve geen rechtsgrondslag om de reiskosten aan de klager te vergoeden.
De Europese Ombudsman heeft het advies van het EWDD aan klager doorgezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken. In zijn antwoord verklaarde klager het volgende:
1. Wat de dagvergoedingen betreft, is de door het EWDD genoemde praktijk in strijd met het Statuut. Dit is erkend door de raad van bestuur. Het EWDD kan niet doen alsof het niet op de hoogte is van dit besluit. Het EWDD is derhalve verantwoordelijk voor de vertraging bij de betaling van dergelijke emissierechten.
2. De installatievergoeding is betaald.
3. Wat de reiskosten betreft, zijn de argumenten van het EWDD in strijd met het Statuut. De plaats van herkomst is Brussel. De reiskosten moeten daarom worden vergoed.
Gezien enkele onzekerheden met betrekking tot het dossier heeft de directeur van het EMCCDA besloten de Europese Commissie om advies over deze kwestie te vragen.
Het EWDD heeft de Ombudsman in kennis gesteld van de resultaten en de follow-up van de raadpleging van de Commissie. Deze verklaarde dat overeenkomstig het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (1) een eerder als hulpfunctionaris aangeworven tijdelijk functionaris nog steeds recht heeft op dagvergoedingen. Dit was in overeenstemming met besluit 115/85 van de raad van bestuur van 23 januari 1986.
Op 8 mei 2001 deelde het EWDD klager mee dat hem de dagvergoedingen zouden worden betaald en dat de inrichtingsvergoeding volledig was betaald op basis van de in Portugal geldende wegingsfactor. Er was echter geen rechtsgrondslag op grond van artikel 47 van het Statuut om de betaling van de reiskosten te rechtvaardigen.
De aanvullende informatie van het EWDD werd aan klager toegezonden voor verdere opmerkingen. De Ombudsman heeft geen verdere opmerkingen van klager ontvangen.
BESLUIT
1 Vermeende niet-betaling van de dagvergoedingen1.1 Volgens klager heeft het EWDD hem de dagvergoedingen niet betaald voor de periode waarop hij recht had.
1.2 Het EWDD legde uit dat het in het geval van klager handelde in overeenstemming met zijn gebruikelijke praktijk. Klager werkte een jaar als hulpfunctionaris voor het EWDD en zag de dagvergoeding. Hij werd onmiddellijk na zijn hulpcontract in dienst genomen als tijdelijk functionaris. Hij had dus geen recht op extra dagvergoedingen zodra hij tijdelijk functionaris was geworden.
1.3 Nadat het EWDD zijn advies aan de Ombudsman had voorgelegd, heeft het advies ingewonnen bij de Europese Commissie. Op basis van de ontvangen informatie heeft het EWDD vervolgens zijn standpunt herzien en klager de dagvergoeding betaald waarin het Statuut voor zijn tijdelijke arbeidsovereenkomst voorziet. Het EWDD heeft ook zijn praktijk herzien. De Ombudsman concludeert derhalve dat het EWDD de kwestie met betrekking tot dit aspect van de zaak heeft opgelost.
2 Vermeende niet-betaling van de volledige inrichtingsvergoeding2.1 Klager was van mening dat de door het EWDD betaalde inrichtingsvergoeding lager was dan het bedrag dat hij verwachtte en waarop hij recht had.
2.2 Het EWDD verklaarde dat de inrichtingsvergoeding naar behoren was betaald, rekening houdend met de toepassing van de in Portugal geldende wegingsfactor.
2.3 De Ombudsman merkt op dat klager tevreden leek te zijn met de betaling. De Ombudsman concludeert derhalve dat het EWDD de kwestie met betrekking tot dit aspect van de zaak heeft opgelost.
3 Vermeend verzuim om reiskosten te vergoeden3.1 Volgens klager heeft het EWDD de reiskosten van de familie van klager niet vergoed.
3.2 Het EWDD legde uit dat, aangezien zijn contract als hulpfunctionaris onmiddellijk was gevolgd door een contract als tijdelijk functionaris, er in het Statuut geen rechtsgrondslag was om de betaling van reiskosten te rechtvaardigen.
3.3 De vergoeding van reiskosten is geregeld in artikel 7 van bijlage VII bij het Statuut. Krachtens de artikelen 22 en 67 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen is de vergoeding van de reiskosten bij indiensttreding of beëindiging van de dienst ook van toepassing op tijdelijke functionarissen en hulpfunctionarissen.
3.4 De Ombudsman merkt echter op dat het hulpcontract van klager onmiddellijk werd gevolgd door een tijdelijk contract. Niets in het dossier wijst erop dat de klager of zijn familie daadwerkelijk reiskosten hebben gemaakt als gevolg van de wijziging van het contract. Daarom lijkt de weigering van het EWDD om de kosten te vergoeden redelijk. De Ombudsman heeft derhalve geconcludeerd dat er geen bewijs is van wanbeheer met betrekking tot dit aspect van de zaak.
4 ConclusieOp basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht lijkt er geen sprake te zijn geweest van wanbeheer door het EWDD. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van het EWDD zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
Met vriendelijke groet,
Jacob SÖDERMAN
(1) Zie artikel 10 van bijlage VII bij het Statuut en de artikelen 22, 25 en 69 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.