# Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 992/2000/ADB tegen de Europese Commissie
- Auteur: Europese Ombudsman
- Datum: null
- [URL](https://www.ombudsman.europa.eu/nl/decision/nl/1444)
---
Straatsburg, 12 oktober 2001
Geachte heer S.,
Op 31 juli 2000 heeft u namens Eurosud Capital een klacht ingediend bij de Europese Ombudsman over het beheer van het ECIP-programma door de Europese Commissie. Op 19 september 2000 heeft u bewijsstukken overgelegd.
Op 3 oktober 2000 heb ik de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft op 20 december 2000 advies uitgebracht. Ik heb het u toegezonden met een uitnodiging om opmerkingen te maken, die u op 7 mei 2001 hebt toegezonden.
Ik schrijf u nu om u de resultaten te laten weten van de onderzoeken die zijn gedaan.
Het KLACHT
----------
Eurosud Capital is een groep van kapitaalbeleggingsmaatschappijen. In juni 1998 werd het een financiële intermediaire instelling die door de Europese Commissie werd goedgekeurd voor het E.I.C.P.-programma (European*Community Investment Partners).* Eurosud Capital begon het programma te promoten.
Eurosud Capital heeft twee aanvragen ingediend in het kader van E.C.I.P. *Facilité 1* , waarvan één in september 1998 (*Marseille Innovation* ). Het werd in oktober 1998 door het stuurcomité in aanmerking genomen voor financiering, maar de contracten werden nooit vastgesteld. In juli 1999 werd een tweede aanvraag ingediend (Agence*pour le Vietnam d'Etudes économiques et de Conseil -* AVEC). In december 1999 zijn twee E.C.I.P. *Facilité 2-aanvragen* ingediend.
Eurosud Capital heeft de Commissie verschillende brieven gestuurd om te klagen over de tijd die het nodig had om haar aanvragen te behandelen. De Commissie heeft nooit geantwoord. Uiteindelijk deelde de Commissie Eurosud Capital op 14 januari 2000 mee dat het E.C.I.P.-programma was afgelopen. Er zou geen nieuw contract worden ondertekend of verdere aanvraag worden onderzocht. Eurosud Capital heeft meermaals contact opgenomen met de Commissie om een klacht in te dienen over de situatie. Aangezien zij van mening was dat de antwoorden van de Commissie onbevredigend waren, diende zij een klacht in bij de Ombudsman en deed zij dit naar aanleiding van beweringen.
1. De Commissie heeft geen financieringscontract ondertekend voor een project dat reeds op 27 oktober 1998 was goedgekeurd (ECIP 3551 Fac 1 Tunisie Marseille Innovation). Voorts is klager van mening dat voor dit project een financieringsbesluit is genomen (zoals vermeld in artikel 1, lid 2, van het voorstel voor een verordening dat de heer Legras op 14 april 2000 heeft ingediend).
2. De Commissie heeft verschillende aanvragen die de klager binnen de in het raamcontract vastgestelde termijn van 60 dagen had ingediend, niet onderzocht.
3. De bij het programma betrokken financiële instellingen hebben schade geleden als gevolg van het gebrek aan transparantie in de selectieprocedure, met name in de periode voorafgaand aan de annulering van het programma.
Het onderzoek
-------------
**Advies van de Commissie**
De geldigheidsduur van Verordening (EG) nr. 213/96 van de Raad waarop het financieringsinstrument E.C.I.P. was gebaseerd, is op 31 december 1999 verstreken. Op 31 januari 2000 is een nieuwe verordening vastgesteld ter financiering van de kosten in verband met het aflopen van het programma en de in het kader van het E.C.I.P. uitgevoerde projecten.
Wat de beweringen van klager betreft, heeft de Commissie samenvattend het volgende verklaard:
1. Bij brief van 15 december 1998 deelde de Commissie Eurosud Capital mee dat het project "Tunisie Marseille N°3551" voor financiering in aanmerking kwam. Er werd echter vermeld dat deze brief de Commissie pas bindde na de ondertekening van een contract. Wegens een zware werklast en een gebrek aan personeel van de Commissie werd een dergelijk contract niet ondertekend vóór het verstrijken van de E.C.I.P.-rechtsgrondslag op 31 december 1999.
Voor het project "Tunisie Marseille N°3551" betaalt de Commissie een*"front-end fee"* van 2500 overeenkomstig de bepalingen van de kaderovereenkomst voor goedgekeurde projecten waarvoor geen contract was ondertekend vanwege de "eigen*beleidsgronden van de Commissie die buiten de controle of mogelijke kennis van de financiële instelling liggen".*
De interpretatie van klager dat een financieringsbesluit voor het project "Tunisie Marseille N°3551" is genomen en dat het project derhalve overeenkomstig artikel 1, lid 2,[punt 1,](#(1)){#Footnote1} van het voorstel voor een verordening (COM(1999)726 def.) moet worden gefinancierd, is onjuist. De verordening had alleen betrekking op reeds ondertekende contracten.
2. Wegens de buitensporige werklast en het gebrek aan personeel konden twee van de door Eurosud Capital ingediende aanvragen (AVEC, 12 augustus 1999 en STC, 27 december 1999) niet vóór het verstrijken van het E.C.I.P.-programma worden onderzocht. Een derde project (Rhum \& Coco) werd na afloop ingeleverd.
3. De selectieprocedure is duidelijk vastgelegd in de raamovereenkomst. De Commissie en de technische bijstand hebben tot de vervaldatum en daarna regelmatig contact gehad met Eurosud Capital. Ten slotte werd Eurosud Capital behandeld als alle andere financiële intermediairs. Allen werden ervan in kennis gesteld dat de Commissie over het algemeen geen E.C.I.P.-financieringscontracten heeft ondertekend voor in 1999 ingediende aanvragen.
**Opmerkingen van klager**
De Europese Ombudsman zond het advies van de Europese Commissie door aan klager met een uitnodiging om opmerkingen te maken. In zijn antwoord benadrukte klager dat zijn klacht niet gericht was tegen het aflopen van het E.C.I.P.-programma, maar tegen het functioneren van het E.C.I.P.-programma vóór 31 december 1999. Het gebrek aan informatie over de moeilijkheden in het programma veroorzaakte financiële verliezen en een verlies aan geloofwaardigheid en imago bij Eurosud Capital.
Wat de eerste en de tweede bewering betreft, was klager van mening dat hij niet begreep waarom de instelling, gezien de vermeende moeilijkheden van de Commissie om de werklast het hoofd te bieden, haar netwerk van financiële intermediairs en daarmee het aantal aanvragen bleef uitbreiden.
Voorts heeft de Commissie in haar advies gewag gemaakt van een personeelstekort. De eerste controle van de aanvragen werd echter uitbesteed aan een eenheid voor technische bijstand die na een aanbesteding werd geselecteerd. In dit verband begrijpt klager niet wat de rol van deze eenheid was als het onvoldoende personeel van de Commissie de werkzaamheden moest uitvoeren, en waarom deze eenheid tot juli 2000 bleef werken.
Tot slot benadrukt klager dat het feit dat de Commissie kan besluiten geen door het stuurcomité goedgekeurde contracten te ondertekenen op grond van "eigen beleidsgronden waarop de financiële instelling geen invloed heeft of die zij niet kan kennen", de rechtszekerheid van een contract in gevaar brengt. Dit laatste kan worden gestaakt zonder de wederpartij daarvan op de hoogte te stellen. Dit doet op zijn beurt de vraag rijzen of de financiële intermediairs geloofwaardig zijn in hun betrekkingen met ontwikkelingsorganisaties of kleine en middelgrote ondernemingen.
Wat de derde grief betreft, heeft Eurosud Capital, gelet op de door haar geconstateerde vertragingen met betrekking tot haar verzoeken, de Commissie meermaals een brief gestuurd. Deze brieven bleven onbeantwoord. Daarom bleef Eurosud Capital het programma promoten totdat zij bij brief van 14 januari 2000 op de hoogte werd gesteld van het verstrijken ervan.
De Commissie of de eenheid voor technische bijstand had de financiële intermediairs schriftelijk in kennis moeten stellen van de moeilijkheden van het programma. Geen van beiden deed dat. Het feit dat alle andere financiële intermediairs op dezelfde manier werden behandeld, is geen excuus.
Wat de financiële verliezen betreft, bevestigt de klager dat 2 500 is betaald voor het project "Tunisie Marseille N°3551", dat door het stuurcomité was goedgekeurd. Klager is echter van mening dat 2 500 had moeten worden betaald voor elk project dat niet aan het stuurcomité was voorgelegd vanwege buitensporige vertragingen die te wijten waren aan de Commissie. Bovendien heeft Eurosud Capital ongeveer 25.000 uitgegeven om het E.C.I.P.-programma te promoten. Er werden zeven seminars en bijeenkomsten georganiseerd met meer dan vijftig bedrijven. Tot slot zal Marseille Innovation haar eigen verliezen moeten inschatten. De verliezen in termen van imago en geloofwaardigheid zijn niet geëvalueerd.
De klager is van mening dat de Commissie niet kan beweren kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen en hen tegelijkertijd te bestraffen wanneer zij deelnemen aan programma's van de Commissie die niet naar behoren worden uitgevoerd.
BESLUIT
-------
**1 Het niet ondertekenen van een contract en het niet financieren van een goedgekeurd project**
1.1 Volgens klager heeft de Commissie geen financieringscontract ondertekend voor een project dat reeds op 27 oktober 1998 was goedgekeurd (ECIP 3551 Fac 1 Tunisie Marseille Innovation). Voorts is klager van mening dat voor dit project een financieringsbesluit is genomen (zoals vermeld in artikel 1, lid 2, van het voorstel voor een verordening dat de heer Legras op 14 april 2000 heeft ingediend).
1.2 De Commissie verwerpt deze interpretatie. In de brief waarin Eurosud Capital werd meegedeeld dat het project door de stuurgroep was goedgekeurd, werd duidelijk gemaakt dat alleen een contract de Commissie zou binden. Voor dit project werd een*"front-end fee"*van 2500 betaald.
1.3 De Ombudsman merkt op dat de brief waarin Eurosud Capital in kennis werd gesteld van de goedkeuring van het stuurcomité, de Commissie niet bindde. Het formele besluit tot medefinanciering van een project is vastgelegd in een contract. In casu is de overeenkomst nooit ondertekend. De Ombudsman is derhalve van mening dat de Commissie niet verplicht was het project te financieren op grond van Verordening (EG) nr. 213/96 vóór of na het verstrijken ervan. De Ombudsman is van oordeel dat er geen sprake is van wanbeheer met betrekking tot dit aspect van de zaak.
**2 Niet tijdige behandeling van de aanvragen**
2.1 Klager beweerde dat de Commissie verschillende door klager ingediende aanvragen niet binnen de in het raamcontract vastgestelde termijn van 60 dagen had onderzocht.
2.2 Volgens de Commissie konden twee van de door Eurosud Capital ingediende aanvragen niet vóór het aflopen van het E.C.I.P.-programma worden onderzocht vanwege de buitensporige werklast en het gebrek aan personeel. Een derde project werd na afloop ingeleverd.
2.3 De Ombudsman merkt op dat het aangekondigde voornemen van de Commissie was om binnen 60 dagen een besluit te nemen, maar dat het contract ook voorzag in de mogelijkheid dat de Commissie zich niet aan dit tijdschema zou houden. De Commissie was er derhalve juridisch niet aan gebonden.
2.4 In het onderhavige geval heeft de Commissie een redelijke verklaring gegeven waarom de termijn van 60 dagen voor de beslissing over de aanvragen niet in acht kon worden genomen. Daarom is de Ombudsman van oordeel dat er geen sprake is van wanbeheer met betrekking tot dit aspect van de zaak. Als dergelijke vertragingen zich echter in de toekomst voordoen, zou het een goed administratief gedrag van de Commissie zijn om de betrokken burgers onmiddellijk te informeren dat de termijn niet kan worden nageleefd en over de redenen voor die situatie.
2.5 De Ombudsman acht het daarom passend om hieronder nog een opmerking te maken.
**3 Gebrek aan transparantie**
3.1 Klager voerde aan dat de bij het programma betrokken financiële instellingen schade hebben geleden als gevolg van het gebrek aan transparantie in de selectieprocedure, met name in de periode voorafgaand aan de annulering van het programma.
3.2 De Commissie was van mening dat de selectieprocedure duidelijk was vastgelegd in de raamovereenkomst. De Commissie en de technische bijstand hebben tot de vervaldatum en daarna regelmatig contact gehad met Eurosud Capital. Ten slotte werd Eurosud Capital behandeld als alle andere financiële intermediairs. Allen werden ervan in kennis gesteld dat de Commissie over het algemeen geen E.C.I.P.-financieringscontracten heeft ondertekend voor in 1999 ingediende aanvragen.
3.3 De Ombudsman merkt op dat Eurosud Capital zich in 1999 herhaaldelijk tot de Commissie heeft gewend om haar projecten en de toekomst van het programma te onderzoeken. Uit het dossier blijkt niet dat de Commissie ooit op deze brieven heeft geantwoord, noch is Eurosud Capital ooit schriftelijk in kennis gesteld van de moeilijkheden van het E.C.I.P.-programma vóór het aflopen ervan op 31 december 1999.
3.4 Volgens de beginselen van behoorlijk bestuur moeten de communautaire instellingen en organen de brieven van de burgers beantwoorden. In casu heeft de Commissie niet geantwoord op de brieven van Eurosud Capital en haar dus niet in kennis gesteld van belangrijke moeilijkheden die de belangen van de financiële intermediair konden schaden. Dit is een geval van wanbeheer.
**4 Conclusie**
Op basis van het onderzoek van de Ombudsman naar deze klacht moet de volgende kritische opmerking worden gemaakt:
De beginselen van behoorlijk bestuur vereisen dat de communautaire instellingen en organen de brieven van de burgers beantwoorden. In casu heeft de Commissie niet geantwoord op de brieven van Eurosud Capital en haar dus niet in kennis gesteld van belangrijke moeilijkheden die de belangen van de financiële intermediair konden schaden. Dit is een geval van wanbeheer.
Aangezien dit aspect van de zaak betrekking heeft op procedures met betrekking tot specifieke gebeurtenissen in het verleden, is het niet passend om een minnelijke schikking van de zaak na te streven. De Ombudsman sluit daarom de zaak.
De voorzitter van de Europese Commissie zal ook van dit besluit in kennis worden gesteld.
BIJZONDERE OPMERKING
--------------------
In casu heeft de Commissie een redelijke verklaring gegeven waarom de termijn van 60 dagen voor het besluit over de aanvragen niet in acht kon worden genomen. Daarom is de Ombudsman van oordeel dat er geen sprake is van wanbeheer met betrekking tot dit aspect van de zaak. Als dergelijke vertragingen zich echter in de toekomst voordoen, zou het een goed administratief gedrag van de Commissie zijn om de betrokken burgers onmiddellijk te informeren dat de termijn niet kan worden nageleefd en over de redenen voor die situatie.
Met vriendelijke groet,
Jacob SÖDERMAN
*** ** * ** ***
[(1)](#Footnote1){#(1)} Artikel 1 - COM/99/0726 def. - COD 2000/0034 PB C 150 E , 30/05/2000 P. 0079 - 0079 1. De Commissie neemt de nodige maatregelen om de projecten die zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 213/96 van de Raad van 29 januari 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van het financieringsinstrument van de investeringspartners van de Europese Gemeenschappen voor de landen van Latijns-Amerika, Azië, het Middellandse-Zeegebied en Zuid-Afrika, af te ronden en te liquideren. 2. Deze stappen omvatten alle projecten die krachtens Verordening (EG) nr. 213/96 van de Raad van 29 januari 1996 met het oog op de liquidatie van de bestaande portefeuille nodig zijn voor het toezicht op, het beheer van en de controle op verrichtingen waarvoor de Commissie reeds een financieringsbesluit heeft vastgesteld, met inbegrip van de wijziging van reeds ondertekende contracten en het gebruik van externe technische bijstand.