You have a complaint against an EU institution or body?

Samenvatting van het besluit inzake strategisch onderzoek OI/2/2017/TE naar de transparantie van het wetgevingsproces in de Raad

Dit strategisch onderzoek betreft de transparantie van besprekingen over ontwerpwetgeving in de voorbereidende instanties van de Raad van de Europese Unie (de "Raad").

Wetgevingsberaadslagingen moeten voldoende transparant zijn om te waarborgen dat Europese burgers hun democratisch recht tot deelname aan het besluitvormingsproces in de EU goed kunnen uitoefenen en de betrokkenen ter verantwoording kunnen roepen.

De vergaderingen en besprekingen over regelgeving in het kader van de formele goedkeuring van EU-wetgeving door de regeringsleiders van de 28 lidstaten in de Raad zijn openbaar. Voordat de Raad een formeel standpunt kan innemen, vinden er echter beraadslagingen plaats in meer dan 150 voorbereidende instanties. Juist op dat niveau worden de meeste wijzigingen in ontwerpwetgeving voorgesteld en wordt naar compromissen tussen lidstaten gezocht.

Bijeenkomsten van voorbereidende instanties vinden echter plaats achter gesloten deuren. Burgers kunnen hun democratisch recht op het volgen van wetgevingsberaadslagingen alleen uitoefenen door inzage te nemen in de verslagen van deze bijeenkomsten. Dit betekent dat wetgevingsbesprekingen in voorbereidende instanties naar behoren gedocumenteerd moeten worden en de betreffende stukken tijdig en eenvoudig toegankelijk moeten zijn.

Tegen die achtergrond heeft de ombudsvrouw in maart 2017 dit strategisch onderzoek geopend. Ze heeft specifieke vragen aan de Raad gesteld, een openbare raadpleging georganiseerd en wetgevingsdossiers van de Raad doorgenomen.

De ombudsvrouw stelde vast dat de huidige werkwijzen van de Raad neerkomen op wanbeheer. Haar kritiek betrof vooral het verzuim van de Raad om systematisch bij te houden welke lidstaten in de voorbereidende instanties standpunten innemen, en de wijdverbreide praktijk om gedurende het besluitvormingsproces de toegang tot wetgevingsdocumenten te beperken (de zogeheten markering ‘Limité’).

Op 9 februari 2018 heeft de ombudsvrouw drie specifieke aanbevelingen en een aantal suggesties gedaan aan de Raad om het wetgevingsproces transparanter te maken.

De Raad verzuimde binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van drie maanden op haar aanbevelingen te reageren. De ombudsvrouw heeft de zaak daarom afgesloten met een bevestiging van haar bevindingen, aanbevelingen en verbetersuggesties. Er zal bij het Europees Parlement een speciaal verslag worden ingediend.