You have a complaint against an EU institution or body?

Available languages:
  • NLNederlands

Besluit over de wijze waarop de Europese Commissie een klacht heeft behandeld dat Nederland inbreuk maakt op de btw-richtlijn van de EU met betrekking tot belastingvrijstellingen op het gebied van de beoefening van sport of lichamelijke opvoeding - CHAP(2021)02510 (zaak 1897/2021/DL)

 

Geachte heer X,

U heeft onlangs namens Y een klacht ingediend bij de Europese Ombudsman over de wijze waarop de Europese Commissie uw inbreukklacht CHAP (2021) 02510 tegen Nederland heeft behandeld.

In uw klacht aan de Commissie voerde u aan dat Nederland een aantal bepalingen van de „btw-richtlijn van de EU”[1] en een daarmee verband houdend arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (‘het Hof’) onjuist heeft geïnterpreteerd[2] met betrekking tot de vrijstelling op diensten bestaande in de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen[3]. U was van mening dat het criterium om te bepalen of dergelijke diensten van belasting kunnen worden vrijgesteld „het daadwerkelijke gebruik van het vaartuig” moet zijn, en niet „de objectieve kenmerken van het vaartuig” zoals momenteel door Nederland wordt toegepast. U was ook van mening dat de toepassing van de belastingvrijstelling door Nederland tot verstoring van de mededinging leidt, aangezien deze alleen van toepassing is op instellingen zonder winstoogmerk en niet op commerciële jachthavens.

In uw klacht aan de Ombudsman voerde u aan dat de Commissie het arrest[4] van het Hof onjuist heeft geïnterpreteerd door te verklaren dat Nederland het EU-recht niet heeft geschonden. U bent van mening dat uw klacht had moeten worden doorverwezen naar een ander personeelslid van de Commissie voor herbeoordeling.

Na een zorgvuldige analyse van alle informatie die u bij uw klacht heeft verstrekt, constateren wij geen aanwijzingen van wanbeheer door de Europese Commissie.

De Commissie beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid om te beslissen of en wanneer een inbreukprocedure wordt ingeleid[5].

Het valt niet binnen het mandaat van de Ombudsman om na te gaan of de Nederlandse belastingregels in strijd zijn met het EU-recht. De rol van de Ombudsman is beperkt tot het waarborgen dat de Commissie uw belangrijkste bezorgdheden naar behoren heeft aangepakt en dat haar antwoord duidelijk en redelijk is, alsook dat zij u in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen in te dienen alvorens de zaak te sluiten. De Ombudsman zou de inhoud van het antwoord van de Commissie alleen ter discussie kunnen stellen in geval van een kennelijke beoordelingsfout.

Wij merken op dat de Commissie u in de gelegenheid heeft gesteld opmerkingen te maken over haar standpunt voordat zij de zaak sloot. Wij bemerken ook dat de Commissie u duidelijk heeft uitgelegd waarom zij van mening is dat er geen sprake is van een inbreuk op het EU-recht door Nederland en dat zij ter onderbouwing van haar redenering naar de relevante jurisprudentie heeft verwezen.

De Commissie stelde met name dat de lidstaten bevoegd zijn om de voorwaarden voor belastingvrijstellingen vast te stellen om een juiste en eenvoudige toepassing te waarborgen.[6] De Commissie was van mening dat Nederland bij de toepassing van de belastingvrijstelling het criterium „de objectieve kenmerken van het vaartuig” kan hanteren. De Commissie meende ook dat in de btw-richtlijn van de EU zelf is bepaald dat alleen verenigingen zonder winstoogmerk de belastingvrijstelling kunnen toepassen. Hoewel de lidstaten de mogelijkheid hebben om de belastingvrijstelling niet toe te passen indien dit tot verstoring van de mededinging zou leiden, is dit slechts een mogelijkheid en geen verplichting.

Niets wijst erop dat de Commissie de beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden en met name haar verplichting om binnen de gestelde termijn een besluit over uw klacht te nemen en redenen te geven voor haar besluit om de inbreukprocedure af te sluiten. Wij vinden evenmin dat er sprake is van een kennelijke beoordelingsfout in de brieven van de Commissie. Hoewel u het misschien niet eens bent met het standpunt van de Commissie, zijn wij van mening dat de antwoorden van de Commissie redelijk waren.

In het licht van het bovenstaande heeft de Ombudsman de zaak gesloten.[7]

Ik begrijp dat dit misschien niet uw gewenste resultaat is, maar ik hoop dat u deze uitleg nuttig vindt.

Hartelijk dank voor uw contact met de Europese Ombudsman

Hoogachtend,

 

Tina Nilsson
Hoofd van de eenheid Zaakbehandeling

Straatsburg, 17-11-2021

 

[1] Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex%3A32006L0112.

[2] Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 25 februari 2016, Commissie/Koninkrijk der Nederlanden, zaak C-22/15: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62015CJ0022.

[3] Artikel 132, paragraaf 1, punt m van Richtlijn 2006/112/EG.

[4] Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 25 februari 2016, Commissie/Koninkrijk der Nederlanden, zaak C-22/15: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:62015CJ0022.

[5] Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 14 februari 1989, Starfruit/Commissie, zaak 247/87: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A61987CJ0247.

[6] Artikel 131 van Richtlijn 2006/112/EG. 

[7] Alle informatie over de procedure en de rechten met betrekking tot klachten is te vinden op:

https://www.ombudsman.europa.eu/en/document/70707.