• Make a complaint
  • Request for information
60th Rome Treaty anniversaryYour Europe - The portal to on-line European and national public services

Samenvatting van de beslissing in zaak 1130/2016/JAS betreffende de gezamenlijke verklaring van de Europese Commissie en het Europees Agentschap voor chemische stoffen over het verrichten van dierproeven voor stoffen die in cosmetische middelen worden gebruikt

Available languages: bg.es.cs.da.de.et.el.en.fr.ga.hr.it.lv.lt.hu.mt.nl.pl.pt.ro.sk.sl.fi.sv
  • Case: 1130/2016/JAS
    Opened on 03 Oct 2016 - Decision on 21 Jul 2017
  • Institution(s) concerned: European Commission

De zaak betrof een gezamenlijke verklaring van de Europese Commissie en het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) in oktober 2014 waarin zij hun interpretatie toelichten van de relatie tussen de cosmeticaverordening, die dierproeven volledig verbiedt, en REACH, die dierproeven met chemische stoffen onder een beperkt aantal omstandigheden toestaat teneinde risico’s voor de gezondheid van de mens en voor het milieu te kunnen beoordelen.

Klaagster, een ngo voor dierenrechten in het Verenigd Koninkrijk, wenste dat de Commissie en ECHA hun gezamenlijke verklaring zouden intrekken. Zij stelde dat deze verklaring in strijd is met het EU-recht en in het bijzonder met de cosmeticaverordening. Als ondersteuning van dit standpunt verwees klaagster naar een arrest van het Hof van Justitie, dat werd uitgesproken nadat zij haar klacht bij de ombudsvrouw had gedeponeerd, over de interpretatie van het verbod op dierproeven in de cosmeticaverordening. Klaagster beweerde dat de Commissie en ECHA niet het wettelijke recht hadden de gezamenlijke verklaring uit te brengen. Voorts stelde zij dat de gezamenlijke verklaring zou leiden tot een foutieve vermelding als “vrij van dierproeven” op het etiket van bepaalde cosmetische middelen. De Commissie en ECHA weigerden de gezamenlijke verklaring in te trekken, waarop klaagster zich tot de ombudsvrouw wendde.

De ombudsvrouw onderzocht de zaak. Zij vond het voor de afwikkeling van deze zaak niet noodzakelijk een standpunt in te nemen over de eigenlijke betekenis van het arrest van het Hof. De gezamenlijke verklaring betreft immers uitsluitend de interpretatie van REACH en de wijze waarop deze in het licht van de cosmeticaverordening moet worden toegepast. De gezamenlijke verklaring lijkt niet te zijn bedoeld om de cosmeticaverordening te interpreteren en toe te passen in het licht van REACH. De ombudsvrouw concludeert derhalve dat de gezamenlijke verklaring niet in strijd is met de cosmeticaverordening noch met het EU-recht in het algemeen.

Ten aanzien van het recht van de Commissie en van ECHA om de gezamenlijke verklaring uit te geven, is de ombudsvrouw van mening dat zowel de Commissie als ECHA dit recht hebben, aangezien zij beide verantwoordelijkheid hebben onder REACH. Ten slotte zijn er geen verduidelijkingen van de gezamenlijke verklaring nodig ten aanzien van de etikettering van cosmetische middelen, omdat dit onder de cosmeticaverordening valt en niet onder REACH.