You have a complaint against an EU institution or body?

Available languages:
  • NLNederlands

Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 2210/2004/OV tegen het Comité van de Regio's


Straatsburg, 22 november 2004

Geachte heer X.,

Op 13 juli 2004 diende u bij de Europese Ombudsman een klacht tegen het Comité van de Regio's in met betrekking tot uw inschaling in rang B5, salaristrap 4.

Op 22 september 2004 zond ik de klacht door naar de secretaris-generaal van het Comité van de Regio's. Het Comité van de Regio's deed op 21 oktober 2004 zijn standpunt toekomen, en gaf daarbij aan dat u op 15 juli 2004 beroep hebt ingesteld bij het Gerecht van eerste aanleg. Op 3 november 2004 had u telefonisch contact met mijn diensten.

Thans stel ik u schriftelijk in kennis van de resultaten van het onderzoek dat is ingesteld.

KLACHT

Volgens klager zijn de desbetreffende feiten als volgt:

Klager was geslaagd voor algemeen vergelijkend onderzoek EUR/B/141/98 (sector "gebouwen"). Bij besluit van 26 maart 2003 werd klager door het tot aanstelling bevoegde gezag van het Comité van de Regio's met ingang van 1 december 2002 ingeschaald in rang B 5, salaristrap 4, met anciënniteit in de salaristrap per 1 januari 2002. Dit besluit werd klager op 18 september 2003 meegedeeld.

Bij schrijven van 15 december 2003 stelde klager op grond van artikel 90, lid 2 van het Statuut beroep in met het verzoek om herziening van genoemd besluit en inschaling in een hogere rang. Klager verwees naar artikel 31 van het Statuut, naar besluit nr. 57/95 van het Comité van de Regio's betreffende de op benoemingen bij het Comité toepasselijke regels en naar zijn beroepservaring van twaalf jaar, waarmee bij de inschaling rekening moest worden gehouden.

In een nota aan de Directeur Administratie van 12 april 2004 verklaarde de Juridische Dienst van het Comité van de Regio's dat er, gezien het feit dat klager had aangetoond te beschikken over voldoende beroepservaring, juridisch gezien geen belemmering was voor inschaling in een andere rang. Bij schrijven van 30 april 2004 wendde klager zich schriftelijk tot de Directeur Administratie, waarbij hij verwees naar de ontmoeting van 20 april 2004 tijdens welke de directeur zich naar aanleiding van het positieve advies van de Juridische Dienst akkoord had verklaard. Klager sprak de hoop uit dat hij in een hogere rang zou worden ingedeeld.

Op 13 juli 2004 diende klager deze klacht in bij de Ombudsman. Hij eiste een herziening van zijn inschaling overeenkomstig besluit nr. 57/95 en het advies van de Juridische Dienst.

ONDERZOEK

Standpunt van het Comité van de Regio's

Het Comité van de Regio's deelde de Ombudsman op 21 oktober 2004 mee dat klager op 15 juli 2004 bij het Gerecht van eerste aanleg beroep strekkende tot inschaling in een andere rang had ingesteld (zaak T-288/04). Het Comité van de Regio's verwees naar artikel 1, lid 3 van het Statuut van de Ombudsman.

Opmerkingen klager

In een telefonisch onderhoud met de diensten van de Ombudsman van 3 november 2004 bevestigde klager dat zijn advocaat inderdaad bij het Gerecht van eerste aanleg beroep strekkende tot inschaling in een andere rang had ingesteld.

BESLUIT

1 Eis tot inschaling van klager in een andere rang

1.1 Klager eist inschaling in een andere rang overeenkomstig besluit nr. 57/95 en het advies van de Juridische Dienst.

1.2 Het Comité van de Regio's deelde de Ombudsman mee dat klager op 15 juli 2004 bij het Gerecht van eerste aanleg beroep strekkende tot inschaling in een andere rang had ingesteld (zaak T-288/04). Klager bevestigde dit in een telefonisch onderhoud met de diensten van de Ombudsman van 3 november 2004.

1.3 De Ombudsman merkt op dat de Europese Ombudsman op grond van artikel 195 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap de bevoegdheid heeft kennis te nemen van klachten "... over gevallen van wanbeheer bij het optreden van de communautaire instellingen of organen, ..... behalve wanneer de vermeende feiten het voorwerp van een gerechtelijke procedure uitmaken of hebben uitgemaakt." Bovendien wordt in artikel 2, lid 7 van het Statuut van de Europese Ombudsman bepaald: "Wanneer de Ombudsman vanwege een lopende of afgeronde gerechtelijke procedure over de vermeende feiten, een klacht niet ontvankelijk moet verklaren of een eind moet maken aan de behandeling ervan, worden de resultaten van het onderzoek dat hij eventueel reeds heeft verricht ter zijde gelaten."

1.4 Klager blijkt bij het Gerecht van eerste aanleg beroep te hebben ingesteld met betrekking tot dezelfde vermeende feiten als die welke voorwerp zijn van de bij de Ombudsman ingediende klacht. Overeenkomstig artikel 2, lid 7 van het Statuut maakt de Ombudsman derhalve een eind aan de behandeling van de klacht en worden de resultaten van het onderzoek dat hij reeds heeft verricht ter zijde gelaten.

2 Conclusie

De Ombudsman maakt een eind aan de behandeling van de klacht en laat de resultaten van het onderzoek dat hij reeds heeft verricht ter zijde.

De Secretaris-Generaal van het Comité van Regio's zal ook in kennis worden gesteld van dit besluit.

Hoogachtend,

 

Prof. P. Nikiforos DIAMANDOUROS