You have a complaint against an EU institution or body?

Available languages:
  • NLNederlands

Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 2076/2004/OV tegen het Europees Bureau voor Personeelsselectie


Straatsburg, 27 oktober 2004

Geachte heer X.,

Op 23 juni 2004 diende u een klacht in bij de Europese Ombudsman tegen het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) in verband met uw deelneming aan het algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/3/02.

Op 29 juli 2004 stuurde ik de klacht door aan de Directeur van EPSO. In een gezamenlijk antwoord van 24 september 2004 lieten de Commissie en EPSO weten dat u een klacht had ingediend op basis van artikel 90, lid 2 van het Ambtenarenstatuut en stuurden zij een kopie van het antwoord van het tot aanstelling bevoegde gezag van 5 augustus 2004 op uw klacht.

Bij dezen doe ik u de uitkomst van het verrichte onderzoek toekomen.


KLACHT

Volgens klager zijn de feiten als volgt:

Klager nam deel aan het algemeen vergelijkend onderzoek COM/A/3/02 dat werd georganiseerd door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) en werd bij schrijven van 23 april 2004 ervan in kennis gesteld dat zijn naam niet was opgenomen in de reservelijst. Klager voert aan dat er van de kant van EPSO sprake is geweest van wanbestuur.

In de eerste plaats is klager van mening dat er serieuze aanwijzingen zijn voor administratieve onregelmatigheden van de jury bij toets d). Bij schrijven van 23 december 2003 liet EPSO klager weten dat hij was uitgesloten van deelname aan toets e) omdat zijn cijfer van 23.2 op 40 voor schriftelijke toets d) onvoldoende was (niet bij de 145 beste kandidaten). Daarom verrichtte klager geen studie voor toets e). Maar in aansluiting op een brief waarin klager vroeg om kopieën van zijn toetsen liet de jury hem in een - op 3 februari 2004 ontvangen - schrijven van 27 januari 2004 weten dat het zijn toets opnieuw onder de loep had genomen en had besloten hem toe te laten tot mondelinge toets e) die op 18 februari zou plaatsvinden. Klager had derhalve slechts twee weken om zich hierop voor te bereiden. Toen klager ten slotte de brief van EPSO van 23 april 2004 ontving, met de mededeling dat hij niet was opgenomen in de reservelijst, stelde hij vast dat hij 25.5 punten op 40 voor toets d) had gehaald. Klager denkt daarom dat er sprake is geweest van onregelmatigheden en vraagt zich af wat er precies is gebeurd en of de examinatoren fouten hebben gemaakt bij de correctie.

In de tweede plaats merkt klager op dat hij na ontvangst van de uitnodiging voor deelname aan mondelinge toets e) op 3 februari 2004 over minder voorbereidingstijd beschikte dan de andere kandidaten die de uitnodiging ontvingen in december 2003. Als klager toen zou zijn geïnformeerd, zou hij een beter cijfer hebben behaald. Klager stelde deze kwestie meerdere malen aan de orde bij de jury, maar de jury bleef bij haar besluit.

Op 23 juni 2004 diende klager onderhavige klacht in bij de Ombudsman, onder aanvoering van het volgende:

1) er is sprake geweest van administratieve onregelmatigheden bij de correctie van schriftelijke toets d) van klager, getuige de verschillende meegedeelde scores (23.2/40 versus 25.6/40);

2) klager is niet billijk en op voet van gelijkheid met de andere kandidaten behandeld omdat hij de uitnodiging tot deelname aan de mondelinge toets pas ontving op 3 februari 2004 en daarom over minder voorbereidingstijd beschikte.

Klager verlangt dat zijn toets d) opnieuw wordt beoordeeld en dat hij in de gelegenheid wordt gesteld om met de nodige voorbereidingstijd test e) opnieuw af te leggen.

HET ONDERZOEK

Standpunt Commissie en EPSO

In een gezamenlijk schrijven van 3 mei 2004 lieten de Commissie en EPSO de Ombudsman weten dat klager een klacht had ingediend op basis van artikel 90, lid 2 van het Ambtenarenstatuut, onder aanvoering van dezelfde argumenten als in de klacht aan de Ombudsman. Op 10 augustus 2004 zond de Commissie klager een kopie van het antwoord van het tot aanstelling bevoegde gezag van 5 augustus 2004 op zijn klacht. Een kopie van dit antwoord was ingesloten in het schrijven aan de Ombudsman.

HET BESLUIT

1 De aantijgingen in verband met vergelijkend onderzoek COM/A/3/02

1.1 Klager voert aan dat er sprake is geweest van administratieve onregelmatigheden bij de correctie van zijn schriftelijke toets d), getuige de verschillende meegedeelde scores (23.2/40 versus 25.6/40). Klager voert verder aan dat hij niet billijk en op voet van gelijkheid met de andere kandidaten is behandeld omdat hij de uitnodiging tot deelname aan de mondelinge toets pas ontving op 3 februari 2004 en daarom over minder voorbereidingstijd beschikte. Klager verlangt dat zijn toets d) opnieuw wordt beoordeeld en dat hij in de gelegenheid wordt gesteld om met de nodige voorbereidingstijd test e) opnieuw af te leggen.

1.2 De Commissie en EPSO hebben erop gewezen dat klager een klacht heeft ingediend op basis van artikel 90, lid 2 van het Ambtenarenstatuut, onder aanvoering van dezelfde argumenten als in de klacht aan de Ombudsman. Op 24 september 2004 zond de Commissie de Ombudsman een kopie van het antwoord van het tot aanstelling bevoegde gezag van 5 augustus 2004 op de klacht van klager.

1.3 Overeenkomstig artikel 2, lid 8 van het Statuut van de Ombudsman"(...) kunnen (bij de Ombudsman) slechts klachten worden ingediend over de arbeidsbetrekkingen tussen de communautaire instellingen of organen en hun ambtenaren of andere personeelsleden indien de betrokkene de o.a. in artikel 90, lid 1 en lid 2 van het Statuut van de ambtenaren vastgelegde mogelijkheden tot het indienen van een verzoek of een klacht heeft uitgeput, en nadat de termijnen voor het antwoord van de autoriteit tot welke hij zich heeft gericht, zijn verstreken"(1).

1.4 Overwegende dat klager tegelijk met een klacht op basis van artikel 90, lid 2 van het Ambtenarenstatuut een klacht bij de Ombudsman heeft ingediend, moet de Ombudsman zijn onderzoek naar deze klacht staken overeenkomstig artikel 2, lid 8 van het Statuut van de Ombudsman.

1.5 De Ombudsman wil er evenwel op wijzen dat als klager ontevreden is met het antwoord van 5 augustus 2004 op zijn klacht ex artikel 90, lid 2, hij de mogelijkheid heeft om een nieuwe klacht bij de Ombudsman in te dienen.

2 Conclusie

De Ombudsman sluit het onderzoek naar onderhavige klacht op basis van artikel 2, lid 8 van het Statuut van de Ombudsman.

De Voorzitter van de Commissie en de Directeur van EPSO zullen van dit besluit op de hoogte worden gesteld.

Hoogachtend,

 

Prof. P. Nikiforos DIAMANDOUROS


(1) Besluit van het Europees Parlement inzake het Statuut van de Europese Ombudsman en de algemene voorwaarden voor de uitoefening van zijn ambt, PB L 113 van 1994, blz. 15.