You have a complaint against an EU institution or body?

Available languages:
  • NLNederlands

Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 1481/2003/OV tegen de Europese Commissie

Summary of decision on complaint 1481/2003/OV against the European Parliament

A Belgian non profit organisation made a request, on the basis of Regulation 1049/2001[1], to Commission for access to all documents related to a control mission concerning the Objective 3 Programme, priority 3, under the European Social Fund (ESF) in the Flemish region. The Commission refused access to the requested document, on the basis of Article 4 (2), third indent, of the Regulation, as the documents concerned an inspection report about the use of EU funds paid for a project about which there was a dispute with a Member State. The confirmatory application made by the complainant was equally rejected by the Secretariat General of the Commission which concluded that there was no overriding public interest in the disclosure of the requested document, as the complainant's interest was a private and not a public interest.

In July 2003, the complainant lodged a complaint with the European Ombudsman claiming that the Commission should grant access to the requested document.

In its opinion on the complaint, the Commission observed that the complainant had already received the excerpts from the inspection report concerning its own project. The parts of the report not disclosed to the complainant were irrelevant as regards the project operated by the complainant, as they concerned the other audited projects and the central management by the Flemish ESF Agency. As regards the reasons for refusing full access, the Commission stated in the first place that disclosure of the report at this stage would undermine the current investigation, as it would put in the public domain provisional findings by Commission inspectors, to which the audited parties have not yet responded. The Commission also repeated that there was no overriding public interest in disclosure of the report. The Commission's opinion was forwarded to the complainant who made no observations however.

In his decision, the Ombudsman observed that the report requested clearly related to activities of inspections, investigations and audits referred to in Article 4 (2) of Regulation 1049/2001. He pointed out that, at the time when the complainant made his request for access to the mission report in March 2003, the Commission was still pursuing its financial control investigation with the Flemish ESF Agency - foreseen in Article 38 of Regulation 1260/1999[2] - and would, depending on the latter's reply, decide whether or not to make financial corrections under Article 4 of Regulation 448/2001[3]. The Commission could thus properly form the view that the disclosure of the other parts of the mission report could undermine the protection of the purpose of its investigation. In these circumstances, the Commission was, in accordance with the case-law of the Community courts, entitled to refuse access on the basis of Article 4 (2), third indent, of Regulation 1049/2001, unless there was an overriding public interest in disclosure. The Ombudsman however considered that the complainant had not sufficiently demonstrated that there would be an overriding public interest in disclosure of the other parts of the report concerning the other projects. No instance of maladministration was thus found.



[1] Regulation (EC) n° 1049/2001 of the European Parliament and the Council of 30 May 2001 regarding public access to European Parliament, Council and Commission documents, OJ 2001 L 145/43.

[2] Council Regulation n° 1260/1999 laying down general provisions on the Structural Funds, OJ L 161 of 26 June 1999, p. 1.

[3] Commission Regulation n° 448/2001 laying down detailed rules for the implementation of Council Regulation  1260/1999 as regards the procedure for making financial corrections to assistance granted under the Structural Funds, OJ L 64 of 6 March 2001, p. 15.


Straatsburg, 7 december 2004

Geachte heer V.,

Op 25 juli 2003 hebt u namens de VZW Unizo Regio Kortrijk bij de Europese Ombudsman een klacht ingediend tegen de weigering van de Europese Commissie om toegang te verlenen tot stukken die betrekking hebben op het auditverslag over het Europees Sociaal Fonds, EPD 3, doelstelling 3, van oktober 2002 (OP1999BE05DO003).

Op 18 september 2003 heb ik de klacht doorgestuurd naar de Voorzitter van de Commissie. De Commissie heeft mij haar standpunt op 14 november 2003 toegezonden. Ik heb u dit doorgestuurd, met het verzoek desgewenst opmerkingen te formuleren. Ik heb van u geen opmerkingen ontvangen.

Ik stuur u deze brief om u op de hoogte te stellen van de resultaten van het gevoerde onderzoek.

Gelieve mij te verontschuldigen voor het feit dat de behandeling van uw klacht zo lang heeft geduurd.


KLACHT

Volgens de raadsman van de klager zijn de relevante feiten als volgt:

De klager is de "VZW Unizo Regio Kortrijk", een Belgische vereniging zonder winstoogmerk. Op 25 maart 2003 dient de raadsman van klager, op grond van Verordening 1049/2001(1), bij het DG Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de Commissie een verzoek in om toegang te krijgen tot alle stukken betreffende de inspectie inzake het doelstelling 3 programma, maatregel 3, in het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF) in het Vlaamse gewest.

Op 7 mei 2003 weigert het DG Werkgelegenheid en Sociale Zaken, op grond van artikel 4, lid 2, derde streepje van Verordening 1049/2001, de toegang tot de gevraagde stukken omdat deze betrekking hebben op een inspectieverslag aangaande het gebruik van gelden van de EU uitbetaald ter uitvoering van een project waarover een geschil met de lidstaat hangende is.

Op 21 mei 2003 dient de raadsman van klager bij de secretaris-generaal van de Commissie een confirmatief verzoek in, waarin hij stelt dat zijn cliënt als individuele rechtsonderhorige getroffen wordt door het dispuut betreffende de aanwending van de gelden. Bij schrijven van 18 juni 2003 bevestigt de secretaris-generaal van de Commissie het afwijzende besluit, waarbij hij concludeert dat er bij de openbaarmaking van het gevraagde stuk geen sprake is van een hoger openbaar belang omdat het belang van de klager een particulier en geen openbaar belang is.

Op 25 juli 2003 dient de klager onderhavige klacht in bij de Ombudsman, waarin hij stelt dat de Commissie hem toegang moet verlenen tot de gevraagde stukken.

ONDERZOEK

Standpunt van de Commissie

De raadsman van klager verzoekt om volledige inzage van een verslag over een inspectie in verband met het ESF-doelstelling 3 programma, prioriteit 3, in het Vlaamse Gewest, die werd uitgevoerd tussen 30 september en 9 oktober 2002. De klager heeft reeds de gedeelten van het verslag ontvangen die betrekking hebben op zijn project.

Wat de achtergrond betreft, wijst de Commissie erop dat de inspectie tot doel had het beheer en de interne controlesystemen te controleren van in Vlaanderen uitgevoerde projecten in het kader van het Doelstelling 3 programma, dat financiering ontvangt uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Er werden vier projecten uitgekozen voor inspecties ter plaatse. Hiertoe behoorde ook een door de klager uitgevoerd project: "The successful foreign entrepreneur". Voor deze zaak zijn diverse bepalingen van de verordeningen inzake de structuurfondsen van belang:

Overeenkomstig artikel 38 van Verordening 1260/1999(2) en artikel 6 van Verordening 438/2001(3) heeft de Commissie in het geval van dergelijke inspecties slechts één gesprekspartner, met name de nationale beheersautoriteit. In dit geval is dat het Vlaamse ESF-agentschap.

Het verslag waarom verzocht wordt, bevat de voorlopige bevindingen van de Commissie in verband met deze inspectie en is overeenkomstig artikel 38, lid 4 van Verordening 1260/1999 aan het Vlaamse ESF-agentschap toegezonden voor commentaar. Het agentschap heeft de desbetreffende gedeelten van het verslag doen toekomen aan de betrokken projectuitvoerders om hen in de gelegenheid te stellen commentaar te geven op de bevindingen van de Commissie ten aanzien van hun projecten.

Afhankelijk van de reactie van het Vlaamse ESF-agentschap zal de Commissie besluiten of er overeenkomstig artikel 4 van Verordening 448/2001(4) al dan niet financiële correcties zullen worden aangebracht. Deze procedure is nog niet afgerond.

Artikel 8 van Verordening 2185/96(5) bepaalt: "De uit hoofde van deze verordening meegedeelde of verkregen gegevens vallen, ongeacht de vorm ervan, onder de geheimhoudingsplicht (…)".

De klager heeft de gedeelten van het verslag ontvangen die betrekking hebben op zijn project, en het Vlaamse ESF-agentschap heeft hem verzocht commentaar te geven op de bevindingen van de Commissie betreffende dit project. De klager vecht een aantal van de bevindingen van de Commissie aan en vraagt om toegang tot het volledige verslag alvorens zijn definitieve reactie aan het ESF-agentschap te doen toekomen.

Wat de redenen betreft waarom geen volledige inzage wordt toegestaan, wijst de Commissie er in de eerste plaats op dat openbaarmaking van het verslag in dit stadium het lopende onderzoek zou ondermijnen, aangezien het de voorlopige bevindingen van de inspecteurs van de Commissie, waarop de bij de inspectie betrokken partijen nog niet hebben kunnen reageren, in de openbaarheid zou brengen. Het is duidelijk dat het onderzoek en de rechten van de bij de inspectie betrokken partijen moeten worden beschermd. Anderzijds bestaat er geen doorslaggevend openbaar belang, op grond waarvan het verslag openbaar zou moeten worden gemaakt. Daarom kan krachtens artikel 4, lid 2, derde streepje van Verordening 1049/2001 openbare toegang niet worden toegestaan.

Het verslag is alleen toegankelijk gemaakt voor de betrokken partijen binnen het juridische kader dat van toepassing is op inspecties in verband met de uitvoering van programma's die financiering ontvangen uit de structuurfondsen.

De rechten van de klager zijn volledig geëerbiedigd aangezien hij de gedeelten van het verslag die betrekking hebben op zijn project, ontvangen heeft, en hem verzocht is hierop commentaar te geven. De passages van het verslag waarin klager geen inzage heeft gekregen, zijn niet relevant voor het door hem uitgevoerde project. Deze hebben immers betrekking op de andere gecontroleerde projecten en op het centraal beheer van het ESF-agentschap. Bijgevolg is het argument van klager dat hij niet in staat is te reageren op de bevindingen van de Commissie zonder inzage in het volledige verslag, ongegrond.

De Commissie blijft daarom bij haar standpunt dat, zolang het onderzoek niet is afgerond, geen onderdeel van het verslag openbaar kan worden gemaakt op grond van Verordening 1049/2001. De toegang tot het verslag wordt geregeld door de desbetreffende bepalingen inzake de structuurfondsen en is beperkt tot de beheersautoriteit en, voor zover het hun eigen projecten betreft, de projectuitvoerders.

Opmerkingen van de klager

De klager heeft geen opmerkingen geformuleerd ten aanzien van het standpunt van de Commissie.

BESLUIT

1 Eis om toegang tot de gevraagde stukken

1.1 De klager, een Belgische vereniging zonder winstoogmerk, eist dat de Commissie hem op grond van Verordening 1049/2001(6) toegang verleent tot het verslag over de inspectie inzake het doelstelling 3 programma, maatregel 3, in het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF) in het Vlaamse gewest, die plaatsvond tussen 30 september en 9 oktober 2002.

1.2 De Commissie wijst erop dat de klager de gedeelten van het verslag die betrekking hebben op zijn project, ontvangen heeft, en dat het Vlaamse ESF-agentschap hem heeft verzocht commentaar te geven op de bevindingen van de Commissie betreffende zijn eigen project. De passages van het verslag waarin klager geen inzage heeft gekregen, zijn niet relevant voor het door hem uitgevoerde project omdat deze betrekking hebben op de andere gecontroleerde projecten en op het centraal beheer van het ESF-agentschap.

Wat de redenen betreft waarom geen volledige inzage wordt toegestaan, wijst de Commissie er in de eerste plaats op dat openbaarmaking van het verslag in dit stadium het lopende onderzoek zou ondermijnen, aangezien het de voorlopige bevindingen van de inspecteurs van de Commissie, waarop de bij de inspectie betrokken partijen nog niet hebben kunnen reageren, in de openbaarheid zou brengen. Het is duidelijk dat het onderzoek en de rechten van de bij de inspectie betrokken partijen moeten worden beschermd. Anderzijds bestaat er geen doorslaggevend openbaar belang, op grond waarvan het verslag openbaar zou moeten worden gemaakt. Daarom kan krachtens artikel 4, lid 2, derde streepje van Verordening 1049/2001 openbare toegang niet worden toegestaan. De Commissie wijst er verder op dat de toegang tot het verslag wordt geregeld door de desbetreffende bepalingen inzake de structuurfondsen en beperkt is tot de beheersautoriteit en, voor zover het hun eigen projecten betreft, de projectuitvoerders.

1.3 De Ombudsman wijst erop dat de inzage waarom klager verzoekt, betrekking heeft op een inspectieverslag van de Commissie. Deze inspectie had tot doel het beheer en de interne controlesystemen te controleren van vier projecten, waaronder dat van klager, die in Vlaanderen in het kader van het Doelstelling 3 programma van het Europees Sociaal Fonds werden uitgevoerd. Het verslag bevat de voorlopige bevindingen van de Commissie in verband met deze inspectie en is overeenkomstig artikel 38 (financiële controle) van Verordening 1260/1999(7) houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen toegezonden aan het Vlaamse ESF-agentschap voor commentaar. Het agentschap heeft de desbetreffende gedeelten van het verslag doen toekomen aan de betrokken projectuitvoerders om hen in de gelegenheid te stellen commentaar te geven op de bevindingen van de Commissie ten aanzien van hun projecten. De klager heeft bijgevolg toegang gekregen tot de gedeelten van het inspectieverslag die betrekking hebben op zijn project. De Commissie heeft de klager evenwel toegang geweigerd tot de gedeelten van het verslag die betrekking hebben op de andere projecten.

1.4 Artikel 4, lid 2 van Verordening 1049/2001 bepaalt dat de instellingen de toegang tot een document weigeren wanneer de openbaarmaking ervan zou leiden tot ondermijning van de bescherming van "het doel van inspecties, onderzoeken en audits, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt".

1.5 De Ombudsman wijst erop dat het desbetreffende inspectieverslag werd opgesteld in het kader van de financiële controle op bijstand, zoals bepaald in artikel 38 van Verordening 1260/1999 van de Raad houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen. Artikel 38, lid 2 van deze verordening bepaalt: "Als voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen verantwoordelijke instelling zorgt de Commissie ervoor dat er in de lidstaten goed functionerende beheers- en controlesystemen bestaan, zodat de Gemeenschapsfondsen doeltreffend en correct worden aangewend. Daartoe mogen ambtenaren of functionarissen van de Commissie (…) de uit de fondsen gefinancierde verrichtingen en de beheers- en controlesystemen (…) ter plaatse controleren, met name door middel van steekproeven (…)". Artikel 38, lid 4 bepaalt: "(…) de Commissie kan na dit onderzoek en deze evaluatie opmerkingen maken, die met name betrekking hebben op het financiële effect van de eventueel geconstateerde onregelmatigheden. De opmerkingen worden toegezonden aan de lidstaat en aan de autoriteit die het betrokken bijstandspakket beheert. In voorkomend geval gaan de opmerkingen vergezeld van verzoeken om correctiemaatregelen die erop gericht zijn de tekortkomingen van het beheer te verhelpen (…)".

1.6 Het verslag waarom in deze zaak wordt verzocht, heeft dus duidelijk betrekking op de activiteiten van inspecties, onderzoeken en audits, zoals bedoeld in artikel 4, lid 2 van Verordening 1049/2001. Het feit dat het document in kwestie betrekking heeft op een inspectie, kan echter op zich de toepassing van de ingeroepen uitzondering niet rechtvaardigen(8). De Ombudsman moet in deze zaak dus vaststellen of de Commissie zich heeft vergist door te stellen dat openbaarmaking van dit verslag zou kunnen leiden tot ondermijning van de bescherming van het doel van inspecties, onderzoeken en audits, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.

1.7 In dit opzicht wijst de Ombudsman erop dat, op het tijdstip dat de klager zijn verzoek om toegang tot het inspectieverslag heeft ingediend (maart 2003), de Commissie nog steeds bezig was met haar financieel controle-onderzoek bij het Vlaamse ESF-agentschap, zoals bedoeld in artikel 38 van Verordening 1260/1999, en dat zij, afhankelijk van de reactie van het agentschap, al dan niet zou beslissen om over te gaan tot financiële correcties zoals bedoeld in artikel 4 van Verordening 448/2001(9).

1.8 De Commissie kon dus wel degelijk het standpunt innemen dat openbaarmaking van de andere delen van het inspectieverslag de bescherming van het doel van haar onderzoek zou kunnen ondermijnen. In deze omstandigheden had de Commissie, overeenkomstig de jurisprudentie van de Europese rechtbanken, het recht om de toegang te weigeren op grond van artikel 4, lid 2, derde streepje van Verordening 1049/2001, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt.

1.9 In dit opzicht moet er in de eerste plaats worden aan herinnerd dat de klager volledige toegang heeft gekregen tot de delen van het verslag die betrekking hebben op zijn eigen project. De Ombudsman is evenwel van oordeel dat de klager onvoldoende heeft aangetoond dat er een hoger openbaar belang zou zijn dat openbaarmaking gebiedt van de andere delen van het verslag die op de andere projecten betrekking hebben.

1.10 Op grond van wat voorafgaat is de Ombudsman van oordeel dat het standpunt van de Commissie redelijk lijkt en in overeenstemming met Verordening 1049/2001. Er kan dan ook geen sprake zijn van wanbeheer. Er wordt evenwel op gewezen dat de hoogste instantie voor de interpretatie van het Gemeenschapsrecht het Europees Hof van Justitie is.

2 Conclusie

Op grond van het onderzoek dat de Ombudsman naar deze klacht heeft verricht, blijkt er geen sprake te zijn van wanbeheer door de Commissie. Bijgevolg sluit de Ombudsman deze zaak.

De Voorzitter van de Commissie zal eveneens van dit besluit op de hoogte worden gesteld.

Met de meeste hoogachtend,

 

Prof. P. Nikiforos DIAMANDOUROS


(1) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, PB L 145 van 31.05.2001, blz. 43.

(2) Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen, PB L 161 van 26.06.1999, blz. 1.

(3) Verordening (EG) nr. 438/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de beheers- en controlesystemen voor uit de structuurfondsen toegekende bijstand, PB L 63 van 03.03.2001, blz. 21.

(4) Verordening (EG) nr. 448/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de procedure inzake financiële correcties betreffende uit de structuurfondsen toegekende bijstand, PB L 64 van 06.03.2001, blz. 15.

(5) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden, PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2.

(6) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, PB L 145 van 31.05.2001, blz. 43.

(7) Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen, PB L 161 van 26.06.1999, blz. 1.

(8) Zie m.b.t. inspectieverslagen met name het arrest van het Europees Gerecht van eerste aanleg in de zaak T-20/99, Denkavit Nederland BV tegen de Europese Commissie, Jurisprudentie 2000 blz. II-03011.

(9) Verordening (EG) nr. 448/2001 van de Commissie van 2 maart 2001 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad met betrekking tot de procedure inzake financiële correcties betreffende uit de structuurfondsen toegekende bijstand, PB L 64 van 06.03.2001, blz. 15.