You have a complaint against an EU institution or body?

Available languages:
  • NLNederlands

Besluit van de Europese Ombudsman inzake klacht 1161/2000/OV tegen de Europese Commissie


Straatsburg, 22 augustus 2001

Geachte mevrouw P.,

Op 20 september 2000 diende u een klacht in bij de Europese Ombudsman betreffende algemeen vergelijkend onderzoek COM/C/3/99.

Op 29 september 2000 zond ik de klacht door naar de voorzitter van de Europese Commissie. De Commissie zond op 23 november 2000 haar standpunt toe, dat ik naar u doorzond met het verzoek er desgewenst opmerkingen over te maken. U diende geen opmerkingen over het standpunt van de Commissie in.

Met deze brief breng ik u op de hoogte van de resultaten van het verrichte onderzoek.


KLACHT

Volgens klaagster waren de relevante feiten als volgt:

Klaagster nam deel aan algemeen vergelijkend onderzoek COM/C/3/99 voor Nederlandstalige typisten. Na haar deelname aan de schriftelijke examenonderdelen werd klaagster ervan op de hoogte gebracht dat zij 19/30 voor het mondelinge examen en 0/10 voor de praktische test had behaald. Zij werd niet in de reservelijst opgenomen, aangezien zij in totaal slechts 19/40 had behaald, net één punt te weinig om het vereiste minimumaantal punten te halen. Klaagster schreef naar de jury, die haar besluit bevestigde en melding maakte van een systeem van strafpunten dat niet vermeld was in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek in het Publicatieblad C 27 A van 2 februari 1999.

Op 20 september 2001 schreef klaagster naar de Ombudsman dat de Commissie: 1) haar inzage van haar praktische proef had geweigerd en 2) een systeem van strafpunten had toegepast waarvan geen melding was gemaakt in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek.

ONDERZOEK

Standpunt Commissie

In haar standpunt verklaarde de Commissie, ten eerste, dat in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek was gemeld dat de kandidaten een minimumaantal punten van 20/40 voor de proeven g) (tekstverwerking in MS Word) en h) (mondeling examen) samen moesten behalen. Klaagster, die slechts 19/40 behaalde, respectievelijk 0/10 en 19/30 voor de twee proeven, kon dus niet in de reservelijst worden opgenomen.

Nadat klaagster hiertegen bezwaar had gemaakt in haar brief d.d. 27 juni 2000, bevestigde de jury haar eerste beslissing en bracht zij klaagster er op 6 juli 2000 van op de hoogte dat zij ingevolge de toegepaste correctiemethode 0/10 had behaald.

Met betrekking tot de eerste bewering van klaagster dat haar inzage van de praktische proef was geweigerd, vroeg de Commissie zich af of er in dat verband geen sprake was van verwarring, aangezien klaagster nooit om inzage van haar praktische proef had verzocht. Wat betreft de toegang tot de gecorrigeerde kopieën, bevestigde de Commissie haar verbintenis van 7 december 1999 (in een brief van voorzitter Prodi aan de Ombudsman) om toegang te verlenen tot alle vergelijkende onderzoeken die na 1 juli 2000 zijn georganiseerd. Het betrokken vergelijkend onderzoek werd op 2 februari 1999 aangekondigd en valt dus niet onder deze regeling.

Met betrekking tot de tweede bewering van klaagster betreffende het strafpuntensysteem dat niet in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek was aangekondigd, merkte de Commissie op dat de praktische proef g) bestond in de omzetting van een handgeschreven tekst en een tabel met de computer in een geschikt formaat. In de instructies werden de kandidaten ervan op de hoogte gebracht dat dit examenonderdeel zou worden beoordeeld op grond van het gebruik van de mogelijkheden van het programma en de algemene presentatie.

Voor de beoordeling van deze proef had de jury vooraf een correctietabel opgesteld aan de hand waarvan zij de in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek aangegeven punten kon toekennen. Volgens deze correctietabel konden, zoals in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek vastgesteld, voor de hele praktische proef g), d.w.z. voor het typen en de opmaak van de tekst en de tabel, ten hoogste 10 punten worden toegekend. De jury besloot dat van dit maximum voor iedere omissie of fout punten zouden worden afgetrokken. Vandaar dat het mogelijk was dat sommige kandidaten 0 op 10 behaalden. Behalve klaagster hadden nog meerdere andere kandidaten dit resultaat behaald.

De Commissie merkte voorts op dat dit een beoordelingsmethode is die bij dit soort vergelijkende onderzoeken vaak wordt toegepast door jury's.

Opmerkingen klager

Klaagster diende geen opmerkingen over het standpunt van de Commissie in.

BESLUIT

1 Vermeende weigering van inzage van kopieën praktische proef

1.1 Klaagster beweerde dat de Commissie haar inzage van de kopieën van de praktische proef had geweigerd. De Commissie merkte op dat klaagster nooit om inzage van haar praktische proef had verzocht en bevestigde dat zij zich er op 7 december 1999 toe verbonden had bij alle na 1 juli 2000 georganiseerde vergelijkende onderzoeken inzage van de examenteksten te geven.

1.2 De Ombudsman wijst erop dat vergelijkend onderzoek COM/C/3/99 op 2 februari 1999 werd aangekondigd. De verbintenis van de Commissie om inzage te geven van de gecorrigeerde examenteksten is derhalve niet van toepassing op dit vergelijkend onderzoek. Wat dit aspect van de zaak betreft werd er derhalve geen geval van wanbeheer vastgesteld.

2 Toepassing van een niet in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek vermeld strafpuntensysteem

2.1 Klaagster beweerde dat de Commissie een strafpuntensysteem had toegepast dat niet in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek was vermeld. De Commissie merkte op dat de jury vooraf een correctietabel had opgesteld aan de hand waarvan zij de in de aankondiging van het vergelijkend onderzoek vastgestelde punten kon toekennen. Volgens deze tabel kon zij voor de volledige praktische test g) ten hoogste 10 punten toekennen. De jury had besloten voor iedere omissie of fout punten af te trekken. Vandaar dat sommige kandidaten 0 op 10 konden behalen.

2.2 De Ombudsman merkt op dat test g) bestond in de omzetting van een handgeschreven tekst en een tabel in een geschikt formaat met de computer. Een dergelijke test is in de eerste plaats bedoeld om de nauwkeurigheid van de kandidaten bij het overbrengen van deze gegevens in de computer te beoordelen. Het lijkt derhalve redelijk dat de jury voor omissies en fouten punten aftrok. Met betrekking tot dit aspect van de zaak werd er bijgevolg geen geval van wanbeheer vastgesteld.

3 Conclusie

Op basis van het onderzoek van de Europese Ombudsman met betrekking tot deze klacht blijkt er geen sprake te zijn geweest van een geval van wanbeheer door de Europese Commissie. De Ombudsman heeft derhalve besloten de zaak te sluiten.

De voorzitter van de Europese Commissie zal op de hoogte worden gebracht van dit besluit.

Hoogachtend,

 

Jacob SÖDERMAN