Európsky ombudsman
Súvisiace dokumenty
Samenvatting van het besluit inzake onderzoek op eigen initiatief OI/4/2010/ELB aangaande het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie
Het onderzoek betrof de manier waarop EU-instellingen omgaan met verzoeken die ingediend worden op grond van het statuut, om besluiten die niet verenigbaar zijn met de veranderde jurisprudentie, te vervangen. De Ombudsman vroeg het Parlement, de Raad en de Commissie of zij bestuurlijke besluiten die zij eerder hebben vastgesteld (en die op het moment van vaststelling als rechtsgeldig werden beschouwd onder de geldende jurisprudentie), zouden kunnen vervangen om te waarborgen dat deze in overeenstemming zijn met de veranderde jurisprudentie. Hij vroeg hen ook of zij het eens zijn met het feit dat een ambtenaar het recht heeft een verzoek in te dienen waarbij hij de EU-instellingen vraagt een eerder besluit te vervangen door een nieuw besluit dat rekening houdt met de veranderde jurisprudentie.
De instellingen waren van mening dat zij niet verplicht waren besluiten vanwege de veranderde jurisprudentie te herzien. Zij voerden aan dat een besluit onherroepelijk wordt als dit niet is aangevochten binnen de wettelijke termijn. Zij voegden hieraan toe dat de gevolgen van een rechterlijke uitspraak zich beperken tot de partijen die bij de zaak zijn betrokken. Alleen onder buitengewone omstandigheden passen zij een rechterlijke uitspraak op andere partijen toe.
De Ombudsman erkende dat een besluit dat niet binnen de wettelijke termijn voor de rechter is aangevochten, onherroepelijk wordt. Hij voegde toe dat er alleen een wettelijke verplichting bestaat een verzoek om een nieuw besluit in behandeling te nemen als er een belangrijk nieuw feit is. Een instelling kan echter, binnen de grenzen van haar beoordelingsmarge, besluiten een verzoek om een nieuw besluit in behandeling te nemen. Verder kan de instelling ook beslissen dat het nieuwe besluit geen terugwerkende kracht heeft, maar alleen van toepassing is op de toekomst. Een instelling zou, in overeenstemming met de beginselen van goed bestuur, alle redelijke conclusies moeten trekken uit uitspraken van de gerechten van de Unie. Hij concludeerde dat niets in de weg staat dat een instelling ervoor kiest een verzoek van een ambtenaar om een definitief besluit te vervangen door een nieuw besluit dat rekening houdt met de veranderde jurisprudentie, in overweging te nemen. Een instelling moet alle relevante factoren in overweging nemen wanneer zij gebruik maakt van een dergelijke grote mate van beoordelingsvrijheid. Hij sloot zijn onderzoek met een aanvullende opmerking.