Európsky ombudsman
Súvisiace dokumenty
Samenvatting van het besluit inzake klacht 1170/2009/KM tegen de Raad van de Europese Unie
In januari 2009 verzocht een Duitse burger de Raad om toegang tot een advies van de Juridische Dienst van de Raad over de rechtsgrondslag voor een verordening over genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. Zijn verzoek was gebaseerd op Verordening nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten. De Raad verleende alleen toegang tot de inleidende paragrafen van het advies met het argument dat de rest van het document onder de uitzondering betreffende de bescherming van juridisch advies viel.
Klager wendde zich tot de Ombudsman en stelde dat de Raad het arrest van het Hof van Justitie van de EU in de zaak Zweden en Turco tegen Raad van de Europese Unie verkeerd had geïnterpreteerd en dat de Raad toegang zou moeten geven tot het gehele document. Vanuit procedureel oogpunt merkte hij op dat, hoewel Verordening nr. 1049/2001 dit strikt genomen niet vereist, het beter zou zijn als de Raad de uiterste datum zou vermelden waarop hij moest antwoorden. Ook zou de Raad, wanneer een verzoek om toegang wordt geweigerd, niet tot het uitsturen van de definitieve afwijzingsbrief moeten wachten met het informeren van verzoekers over de rechtsmiddelen die zij tot hun beschikking hebben. Wanneer verzoekers eerder worden geïnformeerd, zijn zij namelijk in staat de beschikbare rechtsmiddelen in te zetten, zodra de uiterste termijn voor het antwoord van de instelling is verstreken.
De Ombudsman opende een onderzoek. De Raad voerde aan dat het advies zeer gevoelig lag en dat de mogelijkheid dat interne juridische adviezen openbaar worden, de bruikbaarheid van dergelijke adviezen zou kunnen ondermijnen. Verder bracht hij naar voren dat verzoekers zelf de uiterste datum kunnen uitrekenen en dat het tot verwarring zou kunnen leiden wanneer zij vóór de uiterste datum zouden worden geïnformeerd over de beschikbare rechtsmiddelen.
De Ombudsman kwam, na inspectie van het document en een grondige lezing van het Turco-arrest, tot het voorlopige besluit dat de Raad niet had aangetoond dat toegang moest worden geweigerd om haar belangen met betrekking tot het ontvangen van bruikbaar juridisch advies van haar Juridische Dienst te beschermen. Hij deed daarom een voorstel tot een minnelijke schikking, waarbij de Raad volledige toegang zou verlenen tot het document in kwestie. Met betrekking tot de procedurele punten stelde hij voor dat de Raad verzoekers over de uiterste datum voor een besluit en over de beschikbare rechtsmiddelen zou informeren vóór deze datum.
In zijn reactie verklaarde de Raad het niet eens te zijn met de analyse van de Ombudsman maar besloot hij, gezien de tijd die verstreken was, toch toegang te verlenen tot het document. De Raad stemde ook in met het informeren van verzoekers over de datum waarop een beslissing moet zijn genomen over hun aanvraag. Hij verwierp echter het voorstel verzoekers vooraf te informeren over de beschikbare rechtsmiddelen.
Klager bevestigde dat hij het document had ontvangen en dat hij tevreden was met de uitkomst. De Ombudsman concludeerde dat de zaak grotendeels door de Raad was afgehandeld en dat er geen gronden waren voor verder onderzoek naar de overgebleven kwestie in deze zaak. Hij sloot daarom de zaak.