Europese Ombudsman
Gerelateerde documenten
Samenvatting van het besluit inzake klacht 2501/2009/(MF)RT tegen het Europees Parlement
Klager is ambtenaar bij het Parlement. In 2008 werd hij vader van een tweeling. Omdat het personeelsstatuut na de geboorte van een kind tien dagen buitengewoon verlof biedt, meende hij dat hij recht had op 20 dagen buitengewoon verlof voor de geboorte van een tweeling. Hij bracht naar voren dat het Hof van Justitie dit ook zo bepaalt in vergelijkbare gevallen. Met zijn besluit klager maar 12 dagen te geven, deed het Parlement een beroep op zijn interne regels. Klager was niet tevreden en wendde zich tot de Ombudsman. Hij beweerde dat het besluit van het Parlement om hem maar twee dagen buitengewoon verlof te verlenen voor de geboorte van zijn tweede tweelingzoon, onredelijk was. Hij eiste dat het Parlement hem 20 dagen buitengewoon verlof zou verlenen.
Samengevat legde het Parlement in zijn standpunt uit dat het personeelsstatuut geen specifieke regel bevat voor buitengewoon verlof voor vaders bij de geboorte van een meerling. Daarom verlengde het Parlement het buitengewone vaderschapsverlof met 20% naar 12 dagen in totaal, in overeenstemming met de bepalingen voor het moederschapsverlof. Verder voerde het Parlement ter ondersteuning van zijn standpunt aan dat er onder de EU-instellingen geen eenduidige administratieve praktijk bestond met betrekking tot het aantal dagen buitengewoon verlof bij de geboorte van een meerling.
De Ombudsman achtte de weigering van het Parlement om de bestaande praktijk van het verlenen van buitengewoon verlof van maar 12 dagen aan vaders van tweelingen te vervangen door een nieuwe praktijk, die deze vaders tien dagen extra buitengewoon verlof gaf, ongerechtvaardigd. Hij was van mening dat het moederschapsverlof een ander doel dient dan het vaderschapsverlof. Moederschapsverlof is alleen bestemd voor vrouwelijke ambtenaren die zijn of gaan bevallen en geeft moeders de gelegenheid voor hun kinderen te zorgen gedurende de eerste vier maanden van hun leven. Het buitengewoon verlof is bestemd voor een ambtenaar die vader wordt en is bedoeld om de moeder van zijn pasgeboren kind(eren) te ondersteunen tijdens haar moederschapsverlof. Als laatste merkte hij op dat het gebrek aan een gemeenschappelijke aanpak voor het Parlement geen reden mag zijn om de huidige regels in de toekomst aan te passen.
De Ombudsman stuurde het Parlement eerst een voorstel voor een minnelijke schikking en vervolgens een ontwerpaanbeveling.
Het Parlement verwierp zowel het voorstel tot een minnelijke schikking als de ontwerpaanbeveling. Gegeven dit feit sloot de Ombudsman de zaak met een kritische opmerking.