Verzuim van de Commissie om studenten uit een derde land juiste en betrouwbare informatie te verschaffen over haar beurzen

beschikbare talen :  bg.es.cs.da.de.et.el.en.fr.ga.it.lv.lt.hu.mt.nl.pl.pt.ro.sk.sl.fi.sv
  • Zaak :  3031/2007/(BEH)VL
    Geopend op 17-dec-2007 - Ontwerpaanbevelinng over 9-feb-2011 - Besluit over 21-dec-2011, 21-dec-2011
  • Betrokken instelling :  Commissie van de Europese Gemeenschappen
  • Rechstdomein :  Wetenschap, informatie, onderwijs en cultuur
  • Vormen van vermeend wanbeheer: (i) niet-naleving van of (ii) niet-nakoming van verplichtingen in verband met :  Gerechtvaardigde verwachtingen, consequent optreden en advies [Artikel 10 ECGAG]
  • Voorwerp :  Uitvoering van contracten
Erasmus Mundus
Auteur:
Copyright: European Union

Samenvatting van het besluit inzake klacht 3031/2007/(BEH)VL tegen de Europese Commissie

Klager is een Canadese student die deelnam aan een masterprogramma binnen de opleiding Lucht- en Ruimtevaarttechniek in München en Madrid (EuMAS 2006-2008). De Commissie stelde een Erasmus Mundus-beurs beschikbaar van EUR 21 000 aan studenten uit een derde land voor verschillende masterprogramma's, waaronder de EuMAS 2006-2008. Op de website van de Commissie staat dat de beurs "reis- en verblijfkosten en het collegegeld in Europa tijdens de gehele duur van het programma" dekt.

Klager wendde zich tot de Commissie en verklaarde dat hij en zijn medestudenten - een groep van een kleine 30 studenten van buiten de EU, financieel moeilijk rond konden komen. Hij stelde dat het bedrag, na aftrek van het collegegeld van EUR 12 000 en de reiskosten, ontoereikend was om in de basislevensbehoeften in München of Madrid te voorzien. Daarom verzocht klager de Commissie hem en de andere EuMAS 2006-2008-studenten, financieel bij te staan. De Commissie erkende dat zij, op grond van de in deze zaak behandelde kwesties, haar toekomstige aanpak zou moeten herzien. Zij was echter niet bereid de gevraagde financiële bijstand te verlenen. Klager wendde zich daarop tot de Ombudsman.

Na grondig onderzoek concludeerde de Ombudsman dat: (i) de informatie van de Commissie over het Erasmus Mundus-programma suggereerde dat EuMAS 2006-2008-studenten van buiten de EU naar Europese normen goed van hun beurs konden leven; en dat(ii) het beschikbare bedrag hiervoor ontoereikend was. Volgens de Ombudsman verschafte de Commissie de EuMAS 2006-2008-studenten geen correcte en betrouwbare informatie. De Commissie was daarom schuldig aan wanbeheer. De Ombudsman diende eerst een voorstel in voor een minnelijke schikking en stuurde daarna een ontwerpaanbeveling naar de Commissie. Hierin adviseerde hij de Commissie een ex-gratia betaling van EUR 1 500 te doen aan elk van de betrokken studenten voor het ervaren ongemak.

De Commissie wees de ontwerpaanbeveling af. De Ombudsman vond de argumenten van de Commissie voor deze weigering niet overtuigend. Hij sloot de zaak daarom met een kritische opmerking.