Weigering informatie te verstrekken over pensioenrechten

beschikbare talen :  bg.es.cs.da.de.et.el.en.fr.ga.it.lv.lt.hu.mt.nl.pl.pt.ro.sk.sl.fi.sv
  • Zaak :  1711/2010/BEH
    Geopend op 3-sep-2010 - Besluit over 7-nov-2011
  • Betrokken instelling :  Commissie van de Europese Gemeenschappen
  • Rechstdomein :  Algemene, institutionele en financiële vraagstukken
  • Vormen van vermeend wanbeheer: (i) niet-naleving van of (ii) niet-nakoming van verplichtingen in verband met :  Verzoeken om informatie [Artikel 22 ECGAG]
  • Voorwerp :  Behandeling van verzoeken om informatie en toegang tot documenten (transparantie)
Focus on "Europe"
Auteur:
Copyright: Stocklib ©

Samenvatting van het besluit inzake klacht 1711/2010/BEH tegen de Europese Commissie

De klacht was ingediend door een advocaat die de heer B.vertegenwoordigde, die van 1989 tot 1994 als tijdelijk functionaris werkzaam was voor de Europese Commissie. Omdat hij premie betaalde, had de heer B. pensioenrechten verkregen binnen de pensioenregeling van de EU. Aangezien de heer B. de Commissie verliet voordat hij de minimumtermijn van 10 jaar in dienst was geweest, verloor hij zijn recht op pensioen van de EU, maar ontving wel een vergoeding bij de beëindiging van zijn dienstverband. Omdat klager meende dat de uitkering uit verschillende bedragen bestond, wendde hij zich in maart 2010 tot de Commissie en vroeg haar aan te geven wat het bedrag was van de pensioenrechten die de heer B. als medewerker van de Commissie had opgebouwd. In haar antwoord verwees de Commissie klager naar een uitspraak van het Gerecht voor ambtenarenzaken over de heer B. en stelde dat er geen verdere informatie kon worden verstrekt.

In zijn klacht bij de Ombudsman lichtte klager toe dat de heer B. meer informatie van de Commissie nodig had om het correcte bedrag te kunnen vaststellen van het pensioen dat hij in Duitsland ging ontvangen. Klager voerde aan dat de Commissie had verzuimd de gevraagde informatie te verstrekken, in het bijzonder met betrekking tot het bedrag aan pensioenrechten dat meegenomen kon worden naar de werkgever van de heer B. als de geldende regels op zijn situatie van toepassing waren. Hij stelde dat de Commissie de gevraagde informatie zou moeten verstrekken.

In haar standpunt stelde de Commissie dat zij geen verdere informatie kon verstrekken. Daarop vroeg de Ombudsman de Commissie haar redenen voor de weigering informatie te verstrekken over het bedrag van de pensioenrechten van de heer B. te specificeren en te staven of, als er geen redenen waren, de informatie alsnog te verstrekken. In haar antwoord stelde de Commissie dat het aan de klager was zelf de berekening te maken en legde uit welke formule hiervoor kon worden gebruikt en welke bedragen op welke plek in de formule moesten worden ingevuld in het geval van de heer B. In zijn opmerkingen dankte klager de Ombudsman voor zijn krachtdadige inzet om deze kwestie op te lossen.

De Ombudsman concludeerde dat de Commissie de gevraagde informatie tijdens zijn onderzoek had verstrekt. In het licht van de verstrekte informatie en rekening houdend met de opmerkingen van klager concludeerde de Ombudsman dat de Commissie de zaak naar tevredenheid van klager had afgehandeld.