Eiropas ombuds
Saistītie dokumenti
Samenvatting van het besluit inzake klacht 773/2011/OV tegen de Europese Commissie
Klager, een Duits burger die getrouwd is met een Libanese, diende in januari 2008 een inbreukklacht in bij de Commissie, waarin hij het Verenigd Koninkrijk beschuldigde van inbreuk op artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden. Hij baseerde zijn klacht op het feit dat het Verenigd Koninkrijk had geëist dat zijn vrouw een visum aanvroeg voordat zij het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk kon betreden.
In maart 2011 diende klager een klacht in bij de Ombudsman, waarin hij de Commissie ervan beschuldigde dat zij zijn inbreukklacht niet juist had behandeld. Hij stelde dat er drie jaar lang niets met zijn klacht was gedaan (hij gaf aan dat het enige inhoudelijke antwoord dat hij van de Commissie had ontvangen, een brief van 14 april 2008 was).
In haar antwoord aan de Ombudsman noemde de Commissie de verschillende stappen die zij had genomen. Een daarvan was het sturen van een formele brief aan de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk in juni 2011. De Commissie gaf ook een overzicht van in totaal negen brieven die zij klager tussen april 2008 en september 2011 had gestuurd.
De Ombudsman stelde vast dat de Commissie, in tegenstelling tot klagers beweringen, niet passief was gebleven ten aanzien van de inbreukklacht en verscheidene malen klager inhoudelijk had geantwoord. De Ombudsman concludeerde dat er geen reden was om verder onderzoek te doen.