Integratie van mensen met een handicap door de Europese Commissie

Teangacha ar fáil :  bg.es.cs.da.de.et.el.en.fr.ga.it.lv.lt.hu.mt.nl.pl.pt.ro.sk.sl.fi.sv

Cáipéisí gaolmhara

  • Cás :  OI/3/2003/JMA
    Tosaithe an 2003 Samh 19 - Cinneadh an 2007 Iúil 4
  • Instituid áirithe :  Coimisiún na gComhphobal Eorpach
  • Abhar dlíthiúil :  Eoraip an phobail
  • An cineál drochriaracháin – (i) sáruithe, o (ii) sáruithe ar dhualgais maidir le: :  Neamh-Idirdhealú [Airteagal 5 CEDIR]

Samenvatting van een besluit volgend op onderzoek op eigen initiatief OI/3/2003/JMA   

Mensen met een handicap hebben te maken met een groot aantal hindernissen waardoor ze niet over gelijke kansen kunnen beschikken en geen onafhankelijkheid en volledige economische en sociale integratie kunnen bereiken. Hoewel de EU op deze uitdaging had gereageerd met een aantal juridische en politieke initiatieven om deze hindernissen weg te nemen, was de Ombudsman van oordeel dat de ernst van de situatie waarmee mensen met een handicap worden geconfronteerd, vereiste dat de aangekondigde toezeggingen door middel van doeltreffende maatregelen ten uitvoer werden gebracht. Vanwege de centrale rol van de Commissie binnen het institutionele kader van de EU en haar specifieke verplichtingen ten opzichte van mensen met een handicap vond de Ombudsman het zinvol om de maatregelen die deze instelling op dit terrein heeft genomen, aan een beoordeling te onderwerpen en vast te stellen of de maatregelen al dan niet stroken met haar juridische verplichtingen en gedane toezeggingen. De Ombudsman besloot daarom tot een onderzoek op eigen initiatief naar het onderwerp integratie van personen met een handicap door de Commissie om ervoor te zorgen dat deze burgers niet worden gediscrimineerd in hun betrekkingen met de instelling. Hij verzocht de Commissie verslag uit te brengen van (i) de maatregelen die ze had genomen of van plan was te nemen om ervoor te zorgen dat personen met een handicap niet worden gediscrimineerd in hun betrekkingen met de instelling alsook van (ii) het tijdschema voor de aanneming van deze maatregelen.

Het onderzoek van de Ombudsman werd uitgevoerd door middel van een open en transparante dialoog waarin personen met een handicap, belangengroepen, andere ombudsmannen op nationaal en regionaal niveau en burgers werden uitgenodigd een bijdrage te leveren.

Op basis van zijn beoordeling meent de Ombudsman dat de Commissie een oprechte inspanning heeft geleverd om mensen met een handicap te integreren, ook al blijken bepaalde aspecten van haar beleid niet aan de publieke verwachtingen te hebben voldaan. De Ombudsman erkent dat op een aantal terreinen voortgang is geboekt, waaronder de volgende:

(1) de garantie dat alle EU-instellingen bij de tewerkstelling van personen met een handicap handelen in overeenstemming met de fundamentele beginselen die in de nieuwe personeelsverordening zijn opgenomen, zoals non-discriminatie op grond van handicap (artikel 1, lid d, onder 1) en de noodzaak om ambtenaren met een handicap redelijke accommodatie te bieden, zodat zij de hun opgedragen taken kunnen uitvoeren (artikel 1, lid d, onder 4);

(2) personen met een handicap die deelnemen aan vergelijkende onderzoeken van de EU, kunnen nu profiteren van een aantal maatregelen die deelname vereenvoudigen; bovendien heeft de Commissie toegezegd de diverse manieren waarop de werving van mensen met een handicap binnen de instelling kan worden bevorderd, te verkennen;

(3) de aanneming van nieuwe eisen betreffende de toegankelijkheid van de gebouwen van de Commissie, volledig in overeenstemming met de normen die zijn gesteld door de EU en de Belgische wet en specifiek gericht op de behoeften van mensen met een handicap;

(4) grotere toegankelijkheid tot informatie voor personen met een handicap, vooral wat betreft de gegevens die op de website van de Commissie worden geplaatst; de instelling heeft op dit gebied prijzenswaardige inspanningen verricht;

(5) de Commissie heeft inspanningen verricht om haar diensten beter af te stemmen op de moeilijkheden die mensen met een handicap ondervinden, zodat, waar nodig, op adequate wijze kan worden gereageerd. In dit verband kan de gedragscode van de Commissie een zeer bruikbaar instrument zijn om haar personeel te sensibiliseren, hoewel inspanningen moeten worden gedaan om ervoor te zorgen dat gedragsnormen volledig worden nageleefd en periodiek worden geactualiseerd.

De Ombudsman is doordrongen van het feit dat, zoals het publiek tijdens de raadplegingsprocedure onderstreepte, op andere gebieden nog maatregelen moeten worden genomen, waaronder de volgende:

(1) de financiële steun die de Commissie biedt aan ambtenaren met een handicap of met gehandicapte familieleden, wordt nog steeds als ontoereikend ervaren; het publiek is ook van mening dat de begrotingstoewijzing voor kosten in verband met een handicap moet worden verhoogd;

(2) de maatregelen die zijn genomen om de werving van personen met een handicap te bevorderen, blijken niet transparant genoeg te zijn en er is gevraagd om een betrouwbaardere evaluatie van de situatie;

(3) er blijkt ook ontevredenheid te bestaan over de ontoereikende toegankelijkheid tot informatie van de Commissie voor bepaalde personen met een handicap;

(4) de situatie van leerlingen met een handicap op Europese scholen blijkt ontoereikend te zijn en het beleid van de scholen voor de integratie van deze groep kinderen blijkt niet effectief aan hun integratie te hebben bijgedragen;

(5) de toepassing van de gedragscode van de Commissie heeft een aantal tekortkomingen aan het licht gebracht, in het bijzonder wat betreft het ontoereikende aantal maatregelen dat wordt genomen om het personeel van de instelling te sensibiliseren door middel van cursussen of seminars.

De Ombudsman houdt rekening met het feit dat de Commissie een aantal toezeggingen heeft gedaan om de voornoemde bezorgdheden van het publiek weg te nemen. De Ombudsman merkt op dat de Commissie heeft toegezegd om:

(1) de kosten in verband met een handicap volledige te vergoeden, op voorwaarde dat de begrotingsautoriteit voldoende fondsen beschikbaar stelt en dat er een interinstitutionele overeenkomst wordt gesloten;

(2) te overwegen meer algemene verslagen over de werving van personen met een handicap te publiceren, waarin cijfers over de huidige en toekomstige stand van zaken zijn opgenomen;

(3) nieuwe normen vast te stellen voor de toegankelijkheid van haar gebouwen voor mensen met een handicap en het aantal parkeerplaatsen voor mensen met een handicap in of rond al haar gebouwen uit te breiden;

(4) in de toekomst specifieke maatregelen gericht op sensibilisering te nemen door middel van cursussen en conferenties of seminars voor het personeel.

Met het oog op de toezeggingen van de Commissie is de Ombudsman van oordeel dat er ten aanzien van de voornoemde aspecten momenteel geen verdere maatregelen hoeven te worden genomen.

De Ombudsman is echter van mening dat, wat de situatie van leerlingen met een handicap op Europese scholen betreft, de huidige stand van zaken nog steeds onbevredigend is. Om nauwlettend te volgen hoe deze situatie zich in de nabije toekomst ontwikkelt acht de Ombudsman het nodig dat de Commissie tegen het einde van 2007 verslag uitbrengt van de voortgang die de Europese scholen hebben geboekt ten aanzien van de integratie van kinderen met een handicap. Dit verslag moet de Ombudsman in staat stellen te bepalen of betreffende deze kwestie verdere maatregelen van zijn kant nodig zijn.

De Ombudsman hoopt dat de resultaten van zijn initiatief de Commissie zullen helpen enkele van haar maatregelen op dit terrein opnieuw te beoordelen en, indien nodig, te herzien, teneinde alle Europese burgers beter te kunnen dienen.