Vermeend verzuim brieven te registreren die betrekking hebben op inbreuken op het milieurecht van de Europese Unie

Available languages: bg.es.cs.da.de.et.el.en.fr.ga.it.lv.lt.hu.mt.nl.pl.pt.ro.sk.sl.fi.sv
  • Case: OI/3/2009/MHZ
    Opened on 06 May 2009 - Decision on 03 Sep 2010, 03 Sep 2010
  • Institution(s) concerned: European Commission
  • Field(s) of law: Environment, consumers and health protection
  • Types of maladministration alleged – (i) breach of, or (ii) breach of duties relating to: Lawfulness (incorrect application of substantive and/or procedural rules) [Article 4 ECGAB]
  • Subject matter(s): The Commission as Guardian of the treaty: Article 258 of the TFEU (ex Article 226 of the EC Treaty)
Plant
Author:
Copyright: Stocklib ©

Samenvatting van het besluit inzake het onderzoek op eigen initiatief OI/3/2009/MHZ tegen de Europese Commissie

Een Spaanse niet-gouvernementele milieuorganisatie deelde de Ombudsman mee dat de Commissie blijkbaar geen brieven over vermeende inbreuken op het milieurecht van de Europese Unie als klacht registreert, indien zij van mening is dat (i) het voorwerp van de klacht geen voorrangsbehandeling verdient, en (ii) de brief betrekking heeft op toegang tot milieu-informatie wanneer alle mogelijkheden om verhaal te halen onder het nationale recht nog niet volledig zijn uitgeput. De Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Europese Ombudsman betreffende betrekkingen met de klager inzake inbreuken op het gemeenschapsrecht (hierna ‘de Mededeling van 2002’) stelt echter als basisregel dat alle brieven die in aanmerking komen om als klacht te worden onderzocht, worden ingeschreven in het centrale klachtenregister. In de lijst uitzonderingen op deze regel worden bovengenoemde twee gevallen niet genoemd. De Ombudsman besloot daarom op eigen initiatief een onderzoek te starten.

In haar standpunt stelde de Commissie dat zij geen nieuwe uitzonderingen op bovenbedoelde basisregel had ingevoerd en dat enkel de zes uitzonderingen die in de Mededeling van 2002 worden genoemd, bindend zijn. Zij maakte duidelijk dat “prioriteitenstelling” niets te maken heeft met de registratie van brieven als een klacht, maar pas in de volgende administratieve fase aan de orde komt, wanneer de klacht al is geregistreerd, en als zodanig wordt behandeld. De Commissie stelde echter dat zij de Mededeling van 2002 in die zin interpreteert dat brieven over toegang tot milieu-informatie onder de uitzondering van “brieven waarin geen enkel bezwaar wordt geuit” vallen.

De Ombudsman vond dat de wijze waarop de Commissie besluit over het stellen van prioriteiten bij de behandeling van klachten binnen haar beoordelingsmarge ligt. Het stoorde hem echter dat de Commissie de uitzondering “brieven waarin geen enkel bezwaar wordt geuit” laat gelden voor brieven over de weigering van toegang tot milieu-informatie wanneer het nationale verhaalmechanisme nog niet volledig is benut. Hij meent dat deze interpretatie wellicht te ruim is en het doel van de Commissie, namelijk te zorgen voor een grotere bescherming van de belangen van de burger, niet optimaal zou dienen.

De Ombudsman deelde zijn bezorgdheid in een separaat schrijven mee aan de Commissie. In haar antwoord stelde de Commissie dat zij het verzoek van de Ombudsman aanvaardde om een striktere interpretatie te geven van de bestaande uitzondering in de Mededeling van 2002 – brieven waarin geen enkel bezwaar wordt geuit. Zij verklaarde dat zij deze uitzondering niet langer als basis zou nemen voor niet-registratie in haar nieuwe CHAP-register van toekomstige klachten over toegang tot milieu-informatie. De Ombudsman sloot daarop zijn onderzoek op eigen initiatief met de conclusie dat in dit geval geen sprake was van wanbeheer bij de Commissie.