Aanpak door de Commissie van mogelijke belangenconflicten met betrekking tot de aanstelling van een bijzonder adviseur van een commissaris

Available languages: bg.es.cs.da.de.et.el.en.fr.ga.it.lv.lt.hu.mt.nl.pl.pt.ro.sk.sl.fi.sv
  • Case: 0476/2010/ANA
    Opened on 30 Apr 2010 - Decision on 11 Jul 2011
  • Institution(s) concerned: European Commission
  • Field(s) of law: General, financial and institutional matters
  • Types of maladministration alleged – (i) breach of, or (ii) breach of duties relating to: Lawfulness (incorrect application of substantive and/or procedural rules) [Article 4 ECGAB]
  • Subject matter(s): Administration and Staff Regulations
questions
Author:
Copyright: Stocklib © Dirk Czarnota

Samenvatting van het besluit inzake klacht 476/2010/ANA tegen de Europese Commissie

De klacht werd ingediend door Corporate Europe Observatory, een maatschappelijke organisatie, en betrof de aanpak door de Commissie van de aanstelling in 2007 en de heraanstelling in 2008 en 2009 van een persoon als onbezoldigd bijzonder adviseur van mw. Meglena Kuneva, de toenmalige commissaris voor Volksgezondheid en Consumentenzaken.

De Ombudsman opende een onderzoek naar de beschuldigingen dat de Commissie i) de procedureregels voor de aanstelling van een bijzonder adviseur niet had gevolgd in 2007, 2008 en 2009, en ii) een mogelijk belangenconflict tussen de taken van de bijzonder adviseur en zijn bezoldigde activiteiten bij multinationale ondernemingen als Microsoft, Michelin en Pfizer, en bij lobbybedrijven als APCO niet adequaat had aangepakt.

In zijn besluit maakte de Ombudsman drie kritische opmerkingen. Wat de aanstelling in 2007 betreft, concludeerde hij dat de Commissie had nagelaten een verklaring betreffende de afwezigheid van een belangenconflict te laten overleggen voordat de bijzonder adviseur werd benoemd. In 2009 had de Commissie een garantieverklaring afgeleverd zonder vooraf een verklaring op erewoord en een verklaring van activiteiten te hebben gekregen. Met betrekking tot de tweede beschuldiging oordeelde de Ombudsman dat de Commissie had nagelaten een mogelijk belangenconflict bij de aanstelling van de bijzonder adviseur op adequate wijze te onderzoeken.

Daarnaast had de Ombudsman nog twee opmerkingen voor de Commissie. Ten eerste zou het een goede administratieve werkwijze zijn om, wanneer een bijzonder adviseur zijn/haar verklaring van activiteiten wezenlijk wijzigt, een nieuwe garantieverklaring te laten overleggen door de verantwoordelijke commissaris. Ten tweede zou de Commissie kunnen overwegen de verklaring van activiteiten van een toekomstige bijzonder adviseur te wijzigen teneinde voldoende informatie te krijgen over de externe activiteiten van de bijzonder adviseur en aldus mogelijke belangenconflicten tussen de taken van de bijzonder adviseur en deze externe activiteiten beter te kunnen onderzoeken. Verder zou de Commissie de bijzonder adviseur kunnen laten attesteren dat de verklaring volledig is en dat er, voor zover hij/zij weet, geen belangenconflict bestaat met zijn/haar toekomstige taken als bijzonder adviseur.