De verantwoordelijkheid van de projectmedewerkers van de Commissie bij het beheer van een door de EU gesteund project

Dostupné jazyky: bg.es.cs.da.de.et.el.en.fr.ga.it.lv.lt.hu.mt.nl.pl.pt.ro.sk.sl.fi.sv
  • Případ: 3373/2008/(BB)(BU)JF
    Otevřeno dne 22.12.2008 - Návrh rozhodnutí ze dne 20.9.2010 - Rozhodnutí ze dne 30.1.2012, 30.1.2012
  • Dotčená instituce (Dotčené instituce): Komise Evropských společenství
  • Oblast(i) práva: Obecné, finanční a institucionální otázky,Věda, informace, vzdělávání a kultura
  • Typy údajně nesprávného úředního postupu – i) porušení, nebo ii) porušení povinností týkajících se: Oprávněná očekávání, důslednost a doporučení [Článek 10 EKRSP],Spravedlnost [Článek 11 EKRSP]
  • Předmět(y): Zadávání zakázek a udělování grantů
1470220
1470220
Autor:
Autorská práva : Stocklib © Radek Detinsky

Samenvatting van het besluit inzake klacht 3373/2008/(BB)(BU)JF tegen de Europese Commissie

Klager, een Franse wetenschappelijke organisatie zonder winstoogmerk, heeft met succes drie door de Commissie gesteunde projecten uitgevoerd in de voormalige Sovjet-Unie. Uit een externe controle die in het kantoor van klager werd gehouden, bleek echter dat de afspraken over de betaling van personeel die tussen klager en een bedrijf in Moskou waren gemaakt, strijdig waren met de toepasselijke regels. Klager erkende zijn fout, die, zo lichtte hij toe, het gevolg was van zijn beperkte kennis van juridische zaken. Hij stelde echter dat hij de projectmedewerker van de Commissie, die een aantal evenementen had bijgewoond die in samenhang met de projecten waren georganiseerd, altijd van zijn werkwijze op de hoogte had gehouden. De projectmedewerker was dan ook bekend met het feit dat klager zelf geen werknemers in dienst had (aangezien hij uitsluitend met vrijwilligers werkte) en dat hij zonder de afspraken met het bedrijf in Moskou de projecten onmogelijk tot een goed einde had kunnen brengen.

De Ombudsman deed eerst een voorstel voor een minnelijke schikking en stelde later een ontwerpaanbeveling op, waarin hij er bij de Commissie op aandrong af te zien van haar eis tot terugbetaling. De Commissie weigerde dit. De Ombudsman benadrukte vervolgens dat organisaties zoals die van klager redelijkerwijs in de veronderstelling kunnen verkeren dat zij overeenkomstig de toepasselijke regels handelen als projectmedewerkers hun acties met betrekking tot de projecten die zij uitvoeren, stilzwijgend volgen. Houden zij zich niet aan deze regels en merken projectmedewerkers dit, dan moeten deze preventieve maatregelen nemen. Laten ze dit na, dan zou het mogelijk moeten zijn disciplinaire maatregelen tegen hen te treffen. Aangezien het voorgaande een belangrijke principekwestie betrof, was de Ombudsman van oordeel dat een speciaal verslag aan het Europees Parlement gerechtvaardigd zou zijn. Hij besloot echter te wachten met een dergelijk verslag aan het Parlement totdat een specifiek onderzoek op eigen initiatief was uitgevoerd naar bepaalde aspecten van de manier waarop de Commissie omgaat met projecten die zij financiert. Hij deelde de Commissie daarom mee dat hij overwoog een dergelijk onderzoek op eigen initiatief op te starten en sloot de zaak af met een constatering van wanbeheer van de kant van de Commissie vanwege haar onevenredige en onredelijke eis tot terugbetaling door klager.