Afwijzing stageaanvraag vanwege eerdere werkervaring

Available languages: bg.es.cs.da.de.et.el.en.fr.ga.it.lv.lt.hu.mt.nl.pl.pt.ro.sk.sl.fi.sv
  • Case: 0471/2007/VIK
    Opened on 19 Mar 2007 - Decision on 11 Oct 2007
  • Institution(s) concerned: European Commission
  • Field(s) of law: General, financial and institutional matters
  • Types of maladministration alleged – (i) breach of, or (ii) breach of duties relating to: Lawfulness (incorrect application of substantive and/or procedural rules) [Article 4 ECGAB]

Samenvatting van het besluit inzake klacht 471/2007/VIK tegen de Europese Commissie  

De klaagster, een Portugees burger, diende een aanvraag in voor een praktijkstage bij de Commissie. Haar werd medegedeeld dat haar aanvraag was afgewezen omdat zij niet aan de in punt 2.3. van de Voorschriften voor de officiële stageregeling van de Europese Commissie ("de Voorschriften") beschreven toelatingscriteria voldeed. Volgens punt 2.3 van de Voorschriften, worden aanvragen van personen die al gedurende meer dan zes weken bij een EU-instelling of -orgaan een stage hebben gelopen niet door de Commissie aanvaard. In haar bij de Ombudsman ingediende klacht stelde de klaagster dat haar aanvraag ten onrechte afgewezen was, aangezien haar werkervaring tijdens de plenaire vergaderingen van het Parlement niet doorlopend was geweest en in totaal niet meer dan drie weken had geduurd. Daarnaast voerde zij aan dat de opzet van het elektronische aanvraagformulier aanvragers in haar situatie geen mogelijkheid bood om niet-doorlopende werkervaring op te geven en dat de Commissie had verzuimd het formulier dienovereenkomstig aan te passen. De klaagster wees erop dat de Commissie ook haar poging om opnieuw een stageplaats aan te vragen had afgewezen. Ze stelde dat zij de mogelijkheid moest krijgen om een stageaanvraag in te dienen en dat het elektronische aanvraagformulier gewijzigd moest worden om ruimte te bieden voor het opgeven van niet-doorlopende werkervaring.

In haar advies verklaarde de Commissie dat de aanvraag van de klaagster was afgewezen omdat het voorbereidende en afrondende werk voor de plenaire vergaderingen meer tijd moet hebben gekost dan alleen het bijwonen van de vergaderingen zelf. Bovendien was de Commissie erachter gekomen dat de klaagster een dienstkaart had gehad die drie maanden geldig was. De Commissie heeft evenwel, na het dossier van de klaagster opnieuw bekeken te hebben en in het bijzonder de verklaring van de afgevaardigde met wie zij gewerkt had, voorgesteld de aanvraag van de klaagster in aanmerking te laten komen en deze voor te leggen aan de voorselectiecomités voor de stageperiode die in oktober 2007 inging.

Wat de opzet van het elektronische aanvraagformulier betreft, verklaarde de Commissie dat de aanvragers werd verzocht om alleen relevante werkervaring met een duur van minimaal een maand op het formulier op te geven. De Commissie stelde dat bij het ontwerpen van het aanvraagformulier werkervaring van minder dan een maand niet als relevant was aangemerkt en daarom niet hoefde te worden opgegeven.

De klaagster verklaarde dat zij tevreden was met de manier waarop de Commissie de kwestie had opgelost. De Ombudsman sloot de zaak als opgelost door de instelling.